Als er maar een klein leeftijdsverschil zit tussen je kinderen. KANONNEN ZEG!

Renske heeft twee kinderen waar maar weinig leeftijdsverschil tussen zit. Dat is subliem en fantastisch en geweldig tegelijk, maar ook een enórme toestand. En dat is nog een understatement. Lees, huiver en lach vooral.

Lees ook: Ben jij klaar voor een derde kind? Check het hier!

In november 2013 werd mijn eerste zoon geboren: say hello to beeldige baby numero uno. Heerlijk kind, met flink veel temperament in z’n donder, waardoor we best wat met hem te stellen hebben –  zo weten mijn fans inmiddels vast wel. Maar leuk dat-ie is, leuk dat-ie is! Zo leuk dat we nog wel een kind wilden. Ja. En zo kwam het dat nog geen twee jaar later, in oktober 2015, nummer twee werd geboren. Begrijp me niet verkeerd: in de basis overheerst het geluk en de dankbaarheid voor het feit dat we twee gezonde kinderen hebben gekregen, en dan zo vlak achter elkaar ook nog. We hebben hier nog net geen teil nodig. Toch moet me iets van het hart. Want waar het ons allemaal wel handig, makkelijk en gezellig leek om twee kinderen dicht op elkaar te krijgen (ze zouden vast heerlijk samen gaan spelen, en heel veel aan elkaar hebben, en het ultieme brother-sister of brother-brother team gaan worden) moet ik eerlijk bekennen dat we van een kouwe kermis thuis komen. Hoezoooo dachten wij dat het lekker makkelijk zou zijn? Hoezo? Moehahaha. Moehahahahaaaaaa. Moehahaaaaaaaaaaaaha.

Je moet er even een licht cynische, zo niet wanhopige toon bij denken.

Tuurlijk, wellicht knapt het allemaal nog op en trekt het allemaal nog bij. Maar op dit moment (peuter S. is bijna 3,5 en baby B. bijna 1,5) zitten ze elkaar negen van de tien keer gewoon extreem in.de.weg. Ik kan mijn kont niet keren of er is een gedoetje, gedoe, toestand of een ramp. Wil de één spelen met de zwarte neptelefoon, wil de ander ook spelen met de zwarte neptelefoon. Wil de één met de treinbaan, wil de ander ook met de treinbaan. Wil de één met het groene automatische autootje, wil de ander ook met het groene automatische autootje. En dan kun je zeggen: moet je gewoon van alles twee kopen oelewapper, maar we hébben van al die shit twee exemplaren. Ze maken er gewoon een sport van om elkaar de dingen afhandig te maken. Het is strijd all-over the place.

Grootste punt van ellende is echter dat peuter S. constant wil stoeien, terwijl baby B. daar nou nog niét bepaald toe in staat is. Wat ik ook doe en zeg, hij blijft z’n kleine broer bespringen, de pas afsnijden, bestormen en aanvallen. Hij klimt gezellig bovenop ‘m, gaat over hem heen liggen, rent achter ‘m aan, waardoor we honderd keer per dag gegil, geklaag, gekrijs en gesmoord gekerm horen. Om de haverklap (ik overdrijf echt niet) is er weer iemand gewond, gevallen, uitgegleden of ergens tegenop gebotst. Moet het ook echt niet in mijn hoofd halen om razendsnel iets te pakken van boven, want je kan de klok erop gelijk zeggen dat het dan binnen een halve minuut bal is. Het geestige is overigens wel dat baby B. best een flinke dreumes is, die echt wel wat kan hebben en in het begin vrolijk reageert op de stoeipogingen. Maar ja, je hebt dreumesstoeien en je hebt peuterstoeien en there’s a difference between the two.

Gut gut, eigenlijk is het om je kapot te lachen als ik het zo teruglees, maar eigenlijk ook weer niet. Want zo komen we dus mooi bedrogen uit met onze geplande harmonieuze gezinsgezelligheid. Soms laten we ze uit wanhoop maar even ‘tegen elkaar in slapen’, om tijdelijk een soort van rust in huis te hebben. Tegelijkertijd lukt én willen we dat niet altijd: het moet wat ons betreft toch ook gewoon met elkáár gezellig kunnen zijn? Het kopieergedrag van baby B. belooft bovendien ook niet veel goeds. Peuter S. is namelijk al een pittig Schorpioenengeval met flinke woede uitbarstingen, maar de laatste weken ziet baby B. kennelijk dat gillen, krijsen en schreeuwen absoluut wat oplevert (toch aandacht, kennelijk), waardoor ook hij nu het grote klagen en gillen en boos worden heeft uitgevonden. We vragen ons echt even af waar dit heen gaat, en of het ooit nog goed gaat komen. Wat als onze twee kinderen er hun hele leven een strijd van zullen blijven maken?

Ach, je weet het niet hè. Je weet het niet. Misschien komt het nog goed. Even serieus: is er IEMAND die dit herkent? En kan die iemand dan misschien even tegen me zeggen dat het goed komt? Alvast bedankt.

Lees ook: Wat je niet moet zeggen tegen ouders van temperamentvolle kinderen.

Lees ook