Brief aan iedereen die mij ziet worstelen met mijn temperamentvolle peuter

Femkes zoon Max is inmiddels kleuter. Toen hij peuter was, was hij soms zo… temperamentvol. Femke schreef toen deze brief. 

LEES OOK: Terrible Two’s? 10 Redenen waarom een 3-jarige peuter veel erger is

Lieve mensen die me zien worstelen met mijn temperamentvolle peuter,

Ik zie jullie kijken. En denken. En kijken. En jullie hoofden schudden. Ik hoor jullie tegen elkaar fluisteren: “Dat jongetje, die temperamentvolle peuter, moet eens keihard aangepakt worden” of “Van wie zou hij het hebben?” En ik snap het, want ik deed het zelf ook toen ik geen kinderen had. Sterker nog, toen ik Max net had, was ik ervan overtuigd dat ik het hele moederschap totaal onder de knie had en schudde ik ook mijn hoofd als ik een peuter keihard gillend door de supermarkt zag rennen met een moeder met rode kop er achteraan.

Inmiddels ben ik die moeder met rode kop. Want waar ik mijn kind ook mee naartoe neem, er zal altijd een moment van schaamte zijn. Meerdere vaak. Laatst was ik samen met Max een weekend uit logeren bij vrienden. Het begon allemaal leuk en gemoedelijk. Er is zelfs nog iets in de trant van “Wat een schatje” gezegd. Mijn zoon heeft namelijk een engelachtig gezichtje en houdt zich het eerste uur van een ontmoeting met mensen, die hij weinig ziet, meestal nog wel goed. De ellende begint als hij zich op zijn gemak gaat voelen. Dan gaat hij zich namelijk gedragen zoals thuis.

Zo ook bij mijn vrienden. Max was zo door het dolle heen dat hij op en neer door de kamer bleef rennen, door gesprekken heen gilde, met dingen ging smijten, tijdens het eten niet op zijn stoel kon blijven zitten, in de vensterbank ging zitten en met zijn voeten tegen de verwarming aan bonkte, met een vork liep te zwaaien en keihard begon te huilen toen deze hem voor zijn eigen veiligheid werd afgepakt…En ik maar roepen “Nee, Max, dat doen we niet”, “Nee, Max, stop daarmee” “Max, als je niet stopt, dan zet ik je op de gang” “Max, doe eens rustig”. Ik zag mijn vrienden knipperen met hun ogen. Wat een drukte, wat een structuurloze bende.

En dit is geen uitzondering. Zodra ik samen met mijn zoon iets met jullie en jullie kinderen doe, weet ik dat het aanpoten wordt voor mij. Ik stuur tegenwoordig zelfs al sms’jes van tevoren: “Hou je verwachtingen laag, want de ene dag gaat het beter met Max dan de andere dag.” Ik wil niet dat jullie denken dat ik het normaal vind dat dat kind van mij soms zo alle perken te buiten gaat. Het liefst wil ik op de momenten dat dat gebeurt aan jullie uitleggen waarom ik doe wat ik doe, waarom ik reageer zoals ik reageer. Want ik zie jullie denken: “Waarom wordt ze niet heel boos op hem?” Nou, dat heb ik natuurlijk allemaal allang gedaan, maar het werkt niet. Als ik boos wordt, wordt hij nog bozer en dan duurt de confrontatie alleen maar langer.

Ik zie jullie denken: als je hem op de gang zet en hij komt er weer aflopen, waarom zet je hem dan niet terug? Ook dat heb ik honderd keer gedaan. Ik kan het tot in den treuren doen, maar het heeft nul effect. Ik kan hem vijftien keer terugzetten en hij komt vijftien keer teruglopen. Thuis wil ik dat nog wel doen, maar op een verjaardag, onder jullie oordelend oog, heb ik daar even geen zin in. Dan wil ik alleen nog maar naar huis. Ik zie jullie denken: “Hij moet gewoon eens een flinke draai om zijn oren” Denken jullie dat dat nooit gebeurt? Ik ben in principe tegen slaan, maar ook ik heb Max uit radeloosheid wel eens een pak rammel gegeven. Maakt geen indruk. Hij slaat me gewoon terug. Nu hoor ik jullie wederom denken: “Een kind dat zijn ouder slaat, dat kan toch niet. Daar maak je toch heel snel korte metten mee?” Nou, vertel me maar hoe. Het strafstoeltje haalt weinig uit hier, weken consequent ingezet zonder resultaat, en ik kan me moeilijk verlagen tot kindermishandeling, want dan breek ik hem met angst. Als er iets is wat ik niet wil, is het dat wel.

Net zo goed als jullie wil ik dat mijn kind een gelukkig leven leidt, maar anders dan bij anderen kan ik wel tegen mijn kind, die bij de snoepbakken in de Etos staat te dralen, zeggen dat ik er vandoor ga (en vervolgens ook de deur uitlopen), maar dat maakt hem niet uit. Waar de meeste kinderen huilend achter hun moeder aan komen lopen, blijft die van mij koppig staan en verzet geen stap. Zo gaat het in alle situaties waarin hem een andere mening is toegedaan dan mij. Wat je ziet als ik rustig reageer op zo’n situatie is acceptatie. Ik accepteer dat de situatie momenteel zo is. Ik doe mijn best om mijn temperamentvolle peuter sturing te geven, maar ik ga niet meer over de rooie als dat niet lukt. Het enige waarmee ik nu nog moeite heb, is de buitenwereld. Jullie blikken, jullie oordeel. Maar ik verwijt het jullie niet, omdat ik het begrijp. Was dit kind mij niet overkomen, zou ik nog steeds precies zoals jullie denken.

Vandaar deze brief, zodat ik, de volgende keer als jullie me zien worstelen met mijn kind, begrip in jullie ogen kan zien. Dat wens ik mezelf en alle ouders van temperamentvolle kinderen toe.

Liefs,

Femke

LEES OOK: Excuses die alle peuters eigenlijk eens zouden moeten maken

Lees ook