En dan noemt je peuter je opeens dik. Au!

Maartje is echt de dikste niet. Vond ze zelf. Totdat haar peuterzoon vroeg of ze nou dik was of niet. En toen begon ze toch een beetje te twijfelen aan haar figuur…

Lees ook: Ik vind mijn vrouw dik en onaantrekkelijk geworden. Kan ik dat zeggen?

“Mama ben jij dik?” vraagt zoon (2 jaar) als ik naakt uit de badkamer kom.

Ik ben 1,67 meter en 65 kilo. Niet dik en niet dun. Moet je op zo’n vraag nu of ‘ja’ (negatief zelfbeeld) of ‘nee’ (arrogant) zeggen?

“Mja ik … ik ben niet echt dun, maar dik? Nou, misschien een beetje, ja,” hakkel ik.

De volgende dag komt dezelfde vraag. Inmiddels heb ik flub boven m’n heupen ontdekt en antwoord met een chagrijnig  “ja”.

Maar de vraag blijft  terugkomen. Steeds als ik door het huis streak, krijg ik het woord ‘dik’ naar mijn hoofd geslingerd. Wanneer ik vriend (2 meter lang, 100+ kilo) informeer, zegt hij: “Dat doet hij bij mij ook altijd.”

“Altijd?” Vraag ik.

“Altijd als ik uit de douche kom,” zegt vriend.

“Dan ziet hij onze vetrollen natuurlijk,” probeer ik.

“Ja, of zou hij …”

Vriend heeft een ingeving. Dat zie ik aan zijn hoofd.

Wanneer zoon ’s avonds tegenstribbelt bij het aantrekken van de pyjama, grijpt vriend zijn kans om een hypothese te toetsen.

“Als jij nu niet meewerkt,” zegt hij streng tegen zoon, “dan ga je DIK slapen.”

Zoon brult: ”Neeheehee! Kouhouhouhoud!”

Vriend kijkt triomfantelijk.

“Dik = bloot,” zegt hij.

Even is er opluchting.
We zijn niet dik, maar bloot!
Totdat het besef indaalt: was ons huis gevuld met superslanke bloterikken, dan had zoon ‘dik’ en ‘bloot’ nooit door elkaar gehaald.

Lees ook: Een paar kilootjes kwijt in 2018? Volg dan Frankes briljante dieetplan voor moeders

 

Lees ook