Femke ergert zich aan 3 typen ouders. Maar je mag niks zeggen hè?

ergeren aan ouders
Je eigen kind is speciaal. Een wonder. Oké, je wordt weleens gek van je oogappel, maar vaak is je kind gewoonweg fan-tas-tisch. Andermans kinderen… dat is dan weer een ander verhaal.  Femke ergert zich rot aan de kinderen van anderen. Of eigenlijk: aan andere ouders. Ze vraagt zich geregeld af: moet ik er nu wel of niet wat van zeggen?

De ik-word-nooit-boos-moeder
Via Facebook kwam ik recent in contact met een oude schoolvriendin. Ze bleek een kind van twee te hebben en we maakten een afspraak om eens bij te kletsen in een café in het midden van het land. Van dat bijkletsen kwam helaas weinig, omdat haar kind de hele middag aan het rellen was. Hij smeet met speelgoed, hij krijste de boel bij elkaar, hij spuugde zijn eten uit, hij trok zijn broek naar beneden en zo kan ik nog wel even doorgaan. Zijn moeder bleef wonder boven wonder allerliefst. Ze tolereerde alles. Ik wachtte op een vermanend woord, maar het kwam niet. Oké, het is een 2-jarige, kun je zeggen, die zitten in de peuterpuberteit, maar mensenlief, kan dit niet anders? Ik zat vanbinnen te ontploffen. Maar ik zei niets.

LEES OOK: Types die je gegarandeerd tegenkomt tijdens je zwangerschap (en die je wel wilt slaan)

De ik-heb-geen-zin-in-gezeik-vader
De verjaardag van een ex-vriend bleek laatst een waar kinderparadijs te zijn. Ik kwam binnen (zonder kind) en zag dat een kind eigenlijk de enige vereiste was om toegang te krijgen tot het partijtje. Iedere ouder had zijn kind meegenomen en de gesprekken gingen ook over niets anders. Het absolute toppunt vond ik de 4-jarige Lola die tijdens het lopend buffet haar handen in een kom met bolognesesaus duwde en met haar rode handjes de witte gordijnen besmeurde. Haar vader keek of iemand het gezien had en toen hij dacht dat dit niet het geval was, herschikte hij de gordijnen zo dat de rode vegen niet direct zichtbaar waren. Lola kreeg een aai over haar bol. En ik zei niets.

De mijn-kind-geeft-zelf-aan-wat-ie-nodig-heeft-moeder
Bij de kapper zat ik vorige week naast een dame met een kind van 14 maanden oud. Ik raakte in gesprek met de moeder. Haar kind liep, kon al aardig wat woordjes zeggen, sliep door, maar het eten was een probleempje. Het kind wilde alleen maar borstvoeding. Geen fruit, geen groente, geen brood, geen flesvoeding en ook geen gekolfde melk. Borstvoeding. Het gevolg is dat de moeder van deze vrouw, de oma die haar kind opvangt als zij werkt, het kind heen en weer brengt naar haar werk zodat zij het daar kan voeden. Mijn mond viel open. Maar ik zei niks.

Waarom zeg ik niks?
Punt 1: Ik durf niet
Punt 2: Wat heb ik ermee te maken?
Punt 3: Iedereen beslist zelf over zijn eigen kind
Punt 4: Maar vooral: ik durf niet.

Want als ik zou durven zou ik zeggen: “Mensen! Ik snap dat iedereen tegenwoordig last heeft van schuldgevoel door het vele werken en dat we in onze spaarzame vrije uurtjes graag de lieve vrede willen bewaren, maar dit gaat echt ten koste van het kind. Grenzen zijn goed. Grenzen geven duidelijkheid. Grenzen leveren fijne mensen af.”

Maar goed. Dat is mijn mening. En die durf ik dus niet hardop te ventileren.

LEES OOK: 12 Types waar je niet zo blij mee bent als kersverse moeder

 

 

Lees ook