Femke heeft een droom

Femke heeft een droom. Dat op een dag mensen met een depressie daar stuk voor stuk openlijk voor durven uitkomen. Dat niemand zich meer schaamt omdat hij of zij het (even) niet zit zitten en donkere gedachten heeft. En dat niemand erom veroordeeld wordt.

Ik zal niet zeggen dat er een taboe op depressie rust. Niet meer. De laatste jaren wordt er redelijk veel over gesproken in de media. In bladen lezen we artikelen, er zijn boeken over geschreven en op tv verschijnt geregeld iemand om erover te vertellen. Depressie bestaat en het mag benoemd worden. Maar of mensen die met een depressie te kampen hebben dat zelf ook zo voelen, dat durf ik te betwijfelen.

Laatst sprak ik een collega op een evenement. Ze had net haar derde kind gekregen en ik vroeg haar hoe het allemaal ging thuis. Tot mijn verbazing begon ze niet meteen over haar pasgeborene, maar over haar man… in heel bedekte termen. Dat het ‘even’ niet zo lekker liep en dat hij misschien met iemand moest gaan praten, dat hij misschien wel een burn-out had. Ik vroeg door en verderop in het gesprek bleek dat haar man kampte met angstige en depressieve gevoelens. Ze zei: “Hij noemt het een burn-out, omdat hij dat minder erg vindt dan een depressie. Een burn-out komt tenminste nog door te hard werken, maar waar komt een depressie nou eigenlijk vandaan? Hij is bang dat mensen zullen denken dat hij zich aanstelt.”

Het is een vraag die ik mezelf ook jaren geleden stelde. “Hoe komt het dat ik depressief ben? Ik heb geen reden. Ik stel me vast aan.” Vandaar ook de schaamte en het schuldgevoel. Je trekt een wissel op de maatschappij door niet te werken en op je naasten door je zware gemoed. En waarom? Waarom? Je wil niets liever dan een waarom, maar die lijkt er niet te zijn. En weet je, zelfs mensen die wel een waarom hebben, kunnen vertellen dat het de boel niet lichter maakt. Een depressie is een depressie en bot gezegd: dat is mooi klote.

Maar goed, ik wijk af van wat ik wilde vertellen. De collega drukte me na ons gesprek op het hart om niemand over haar depressieve man te vertellen. “Dat zou hij echt heel erg vinden. Dat mensen ervan weten. Dit is de eerste keer dat ik het er met iemand over heb.” Ik knikte en wenste haar sterkte, maar op de terugweg naar huis werd ik plotseling boos. Niet op mijn collega of op haar man, maar op het feit dat we in deze maatschappij nog steeds niet zover zijn dat we zonder moeite kunnen zeggen: “Ik ben depressief. Punt.”

Een longontsteking houden we niet geheim voor de buitenwereld, dus waarom een depressie wel? Waarom mag dat niet? Ik droom van een wereld waarin het delen van die gitzwarte gevoelens wel kan. Ik denk serieus dat wanneer mensen met een depressie er altijd over kunnen praten en er open over kunnen zijn, dit het genezingsproces ten goede komt. Vanaf het moment dat ik begon te delen wat er voor vreselijks gebeurde in mijn hoofd, maakte ik namelijk een begin met het omhoog klimmen uit de put.

 

Dit artikel is geschreven in opdracht van de Rijksoverheid, maar de inhoud is 100% van Femke.

Met de campagne ‘Hey! Het is oké. Maak depressie bespreekbaar’ wil het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) het gesprek over depressie op gang brengen. Depressie komt vaker voor dan je denkt: je bent niet alleen. Praten helpt. Op het platform www.heyhelpt.nl kan je terecht voor meer informatie over depressie en tips om het gesprek hierover aan te gaan: als je zelf depressief bent óf iemand kent die (mogelijk) een depressie heeft.

Lees hier meer over ons advertentiebeleid.

 

Femke (38) is getrouwd met Reinier en heeft een temperamentvolle zoon van 4: Max. Ze is gek op roze koeken en altijd op dieet, wat dan weer een lastige combinatie is. Als mede-oprichter van Snippet Media en jonge moeder is haar leven soms een sneltrein.

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

Brief aan alle ouders met kinderen die niet willen eten

Femke heeft er een hele tijd buikpijn van gehad: dat zoon Max...
Lees verder