Hoe ik mijn speenverslaafde peuters van de speen af kreeg

Jannekes peuters dachten de hele dag door maar aan één ding: hun speen. Het leek wel een verslaving! En dus zat er maar 1 ding op: afkicken.

Het is allemaal begonnen in de babytijd. In die tijd huilen mijn kinderen behoorlijk vaak en veel, en op een gegeven moment heb ik door dat als ik ze strak inbaker en vervolgens een speentje inplug, ze vanzelf stil worden. Meerdere minuten achter elkaar! Wat een rust. Waar ik dan weer geen rekening mee heb gehouden, is de speenverslaving. Die begint al als ze nog baby’s zijn: valt de speen ’s nachts uit hun mond, dan zijn de rapen gaar en zit er niks anders op dan de speen weer in te pluggen, gemiddeld zo’n tien keer per nacht. Maar dan is er al geen weg meer terug.

LEES OOK: 10 Dingen die ik doe om mijn peuters tevreden te houden.

En dan zijn mijn kinderen één en wordt de speen bovendien een gewild accessoire voor overdag. De speen moet aan een koord en vastgegespt aan de dreumes zelf om te pas en te onpas tevoorschijn te worden gehaald, wanneer de dreumes daar behoefte aan heeft. Een van mijn kinderen heeft al een tijdje geen interesse meer in de speen, maar ontwikkelt rond eenjarige leeftijd opnieuw een speenobsessie. Die van haar zus liggen overal, dus het is moeilijk tegen te gaan. Waar ik ook heen ga met de kinderen, de spenen gaan mee. En een stuk of vijf reserve-exemplaren natuurlijk, voor de zekerheid. Heb ik op een cruciaal moment geen speen paraat, dan breekt de hel los. En cruciale momenten zijn er regelmatig: op de fiets, in de auto, in het winkelwagentje, in bed, op de bank, op het potje, op schoot na een valpartij – het is dat je met een speen in niet kunt eten, anders zouden mijn kinderen het wel weten.

Als mijn kinderen rond de tweeënhalf zijn, wordt de nieuwe regel: de speen is alleen voor in bed en hij moet dus boven blijven. Alleen voer ik die regel niet consequent genoeg door. Ik heb ergens gelezen dat tweelingen een langere zuigbehoefte hebben omdat ze als baby’s te weinig tijd drinkend bij hun moeder hebben doorgebracht en ik gun ze stiekem nog hun veilige momentje. Dus zie ik een en ander door de vingers. Bovendien ben ik gemakzuchtig. Ik ben namelijk óók twee kinderen zindelijk aan het maken, en als ze op het potje mogen met hun speentje in, dan willen ze wel. Gevolg: de kinderen zijn in no-time zindelijk, maar de spenen liggen weer beneden en mijn peuters hebben een arsenaal aan trucs om er beslag op te leggen. Zo kan een van mijn kinderen vier treden van de boekenkast beklimmen om het felbegeerde object in haar bezit te krijgen. Bijna elke strijd die er in huis wordt gevoerd, gaat over de speen. In een vlaag van woede gooi ik er een keer een in de prullenbak, maar die wordt er natuurlijk gewoon weer uit gevist als ik even niet kijk. Als ze de drie zijn gepasseerd, ben ik er klaar mee. Ik wil van die speen af! Maar hoe?

Dan zie ik iets op tv. In een aflevering van een van mijn favoriete series Grace and Frankie, plant een dochter van Grace lolly’s in de tuin, omdat haar kind z’n spenen heeft begraven. Wat een goed idee! Ik leg het meteen in de week bij mijn kinderen. ‘Als jullie je spenen begraven, groeien er lolly’s uit.’ Daar hebben ze wel oren naar. ‘Maar dan ben je wel voor altijd je speen kwijt,’ zeg ik. Het duurt een paar weken, maar dan begint een van mijn kinderen er zelf over. Ze wil lolly’s. En haar spenen begraven. Weet je het zeker, vraag ik? Ja, ze weet het zeker. We gaan naar de tuin, ik geef haar een blauwe bloempot met aarde waar toch al een tijdje niks uit wil groeien en ze begint enthousiast te scheppen. Uit alle hoeken en gaten van het huis tovert ze spenen tevoorschijn. Dit is geen half werk, mensen. Lolly’s planten is een serieuze bezigheid. De interesse van haar zus is gewekt: zij wil óók meedoen. Ook zij krijgt een eigen pot met aarde en een schep. En een gieter, want om van spenen lolly’s te maken moet je wel eerst aan de slag. Een lolly groeit niet van de ene op de andere dag, leg ik uit. Je moet er goed voor zorgen en veel geduld hebben.

’s Avonds is het bal. Twee brullende peuters. Waar zijn de lolly’s? En waar is hun speen? Drama alom. Ze vallen pas tegen tienen in slaap, beiden op mijn borst terwijl ik liedjes moet zingen over hun speen. En ’s nachts staat er een paar keer een peuter aan ons bed. “Speen kwijt.” De volgende ochtend zet het drama zich voort. Na veel wikken en wegen sluit ik een compromis: er zijn nog geen lolly’s gegroeid, dus ze mogen één speentje opgraven. Voor ’s nachts. Maar dan mogen ze er overdag ook geen seconde meer om zeuren. Die ene (grondig uitgekookte) speen blijft boven liggen, op de allerhoogste plank. We hebben een deal, en mijn kinderen houden zich eraan. Overdag zeuren ze niet één tel meer om hun speen. Na een week, als ze het hele project al bijna zijn vergeten, staan er op een mooie zaterdagochtend gekleurde lolly’s in hun pot. Elk twee. Ze zijn door het dolle heen. Nog vóór het ontbijt zijn de lolly’s op. Drie dagen later komt een van mijn kinderen naar me toe. Ze wil haar laatste speen óók begraven. Want ze wil nog meer lolly’s. Een blauwe en een paarse.

We begraven het laatste exemplaar (de andere spenen heb ik uiteraard opgegraven en weggegooid) en die avond zeurt ze nauwelijks nog om haar speen. Ze heeft een doel voor ogen. Lolly’s oogsten. Als ze een week later wéér twee lolly’s oogst, kijkt haar zus beteuterd toe. Zij heeft de hele week nog met haar speen geslapen. Maar nu wil ze ‘m niet meer. Stom ding. Ze wil ook lolly’s! En dus wordt er nog één keer geschept en gegraven. Dat brengt nog één lange, lange en huilerige avond met zich mee, maar vooral heel veel verhalen over wat er dit keer toch uit de pot zal groeien. Waarschijnlijk een ‘papa lolly’, oftewel: de allergrootste lolly die ze ooit heeft gezien. Die ga ik natuurlijk deze week bij Jamin halen. Want hoewel ik weet dat suiker óók verslavend kan zijn en ik verder heus heel verantwoorde snacks uitzoek, vind ik dat je als ouder best mag zorgen voor een vleugje magie in het leven van je kind. Bijkomend voordeel: ik hoef nooit meer strijd te voeren om dat vermaledijde stukje plastic. Win-win.

LEES OOK: 12 Gouden wetten uit het leven van een peuter.

Janneke is schrijfster en moeder van een meisjestweeling. Het eerste jaar moederschap was ze een wandelende zombie, maar ze leerde er wel een paar waardevolle lessen uit. Loslaten bijvoorbeeld. Het moederschap maakte haar tot een idealist, die hoopt op een duurzamere wereld. Janneke werkt aan een boek over tweelingmoederschap dat voorjaar 2019 zal verschijnen bij De Boekerij.

Lees ook
Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Hoe ik de week probeerde door te komen zonder kinder-tv

Er schijnen ouders te bestaan die hun kinderen nóóit voor de tv...
Lees verder