Liefdesbrief aan koffie: “Ook al wordt je soms koud, je laat me nooit in de steek”

 Vroeger had ze een knipperlichtrelatie met koffie, maar sinds Max geboren is, is koffie een van de grote liefdes van haar leven. En daarom schrijft ze koffie een liefdesbrief.

Allerliefste Koffie,

Ik schrijf je deze brief omdat ik je nooit hardop gezegd heb hoe belangrijk je eigenlijk voor me bent. Een constante factor in een chaotisch leven. Dat ben je voor me. Ik kan je vertrouwen en je hebt me nog nooit in de steek gelaten. Of het nu zes uur, acht uur of elf uur ’s ochtends is…. je geeft me zonder morren precies wat ik nodig heb: een boost na een korte nacht (omdat de baby aan één stuk door lag te krijsen) of een boost na een vaak onderbroken nacht (omdat de baby elke uur lag te krijsen).

Lees ook: Scènes uit een zaterdagochtend (9 ongelukken in één kwartier)

Je maakt mij een beter persoon, koffie. Het ene moment weet ik niet hoe ik de dag door moet komen, het andere moment heb jij me de kracht gegeven om door te gaan. Om mezelf in te prenten dat ik het kan: werken op drie uur slaap. Jij bent er altijd. Soms koud, als ik je een tijdje heb moeten laten wachten vanwege een luier vol spuitpoep, maar je verlaat me niet. Nooit.

En wat ook zo fijn is…je vraagt niets terug. Niet of ik je spijkerbroek wil wassen, niet of ik onze zoon in bed wil stoppen en wil voorlezen, niet of ik nu eindelijk tijd heb om belasting te doen. Nothing. Ok, misschien is het ongelijk verdeeld in onze relatie, maar jij geeft alleen maar en ik neem. En toch heb ik niet het idee dat jij dat erg vindt. Jij bent een gever. Je vindt het fijn om te geven. En ik neem in dankbaarheid. Ik neem wat ik van je nodig heb.

Soms vergeet ik je wel eens. Best wel vaak eigenlijk. En ook dat verwijt je me niet. Soms ben ik afgeleid door een ander: wijn meestal en heel soms wodka. Maar zelfs dan, nadat ik een hele avond met een ander heb geflirt, ben jij er ’s ochtends om me op te vangen. Om mijn kater te verzachten. Je vangt me op in je zachte bruine handen en geeft me vleugels. Als mijn zoon om het hardst gilt en ik met een hoofd vol zaagsel op de bank zit, ben jij er om ervoor te zorgen dat ik het aankan om te zeggen: “Zullen we naar de speeltuin?” Niemand anders dan jij is hier toe in staat, koffie.

Wat ik ook verbazingwekkend vind: we hebben nooit ruzie. Alsof jij weet dat ik altijd de goede weg voor ons uit zal stippelen. En daarbij voel je me gewoon perfect aan. Als we thuis zijn, kom je in een grote mok, op straat in zo’n lekkere kartonnen beker en zijn we sjiek uiteten dan zit je ineens in een verfijnd espresso-kopje. Ik hoef jou niks te vertellen. Jij weet precies wat ik fijn vind.

Ik moet er niet aan denken dat je er ooit niet meer bent, koffie! Ik zou werkelijk radeloos worden. Sterven van verdriet en gemis. En afkickverschijnselen. Want heel eerlijk gezegd, ben ik gewoon verslaafd aan je. Ik wil je elke dag zien. Totdat ik 96 ben en je trillend in mijn hand houd. Ik houd van jou, koffie, en ik wil je mijn hele leven bij me houden.

Wil jij dat ook?

Liefs,

Femke

Lees ook: Zo kom je het weekeinde door zonder de hele dag aan de prosecco te lurken

Lees ook