Renée werd in de steek gelaten door het consultatiebureau

Echt fan van het consultatiebureau was Renée al nooit. Maar toen ze in tranen de deur werd gewezen, was voor haar de maat vol. Wat ze daar ook roepen. Het gaat sindsdien het ene oor in, het andere uit.

Ik probeerde ze de hele tijd in te houden. Mijn tranen. Het lukte een minuut of twee. Toen vroeg de vrouw tegenover me hoe het met mij ging. En daar waren ze. De tranen biggelden over mijn wangen. Ik was zo moe, zo gesloopt, zo op. Onze zoon van drie maanden sliep sinds zijn geboorte amper. Tenminste, zo voelde het. De vrouw tegenover me leek te schrikken van mijn tranen. Die moest ze toch wel vaker hebben gezien, dacht ik nog. Of was ik echt de enige moeder die het niet trok met een baby?

Ze vroeg wat ik wilde dat ze deed. Mijn man en ik keken elkaar aan. Ehm. Tja? Helpen? Zij waren hier toch de ervaringsdeskundigen? Weet je wat ze deed? Ze verwees me voor voedingsproblemen door naar een website over borstvoeding. En ik kreeg een stencil mee over slaapproblemen. Ze stond op, gaf me een hand, waar ik net nog mijn tranen mee had weggeveegd en opende de deur voor ons. Ik begreep dat de volgende moeder aan de beurt was. Dus snoot ik mijn neus en verliet de kamer. Te verbaasd om te protesteren. Te onzeker ook nog. Nou, dat was het dan. Ik moest het blijkbaar zelf doen, zonder hun hulp. Thuis bleek die folder te gaan over hoe je je kind kon leren zichzelf in slaap te huilen. Niet mijn stijl en, zo las ik op internet, bedoeld voor kinderen vanaf zes maanden. Ik heb de boel zo de prullenbak in geschoven. Ik zocht het zelf wel uit.

Terugkijkend waren het gewoon opstartproblemen. Maar mijn vermoeidheid was oprecht. Ik weet nog dat ik in die tijd een keer heel zachtjes tegen mijn man zei: ‘Ik ben zo bang voor wat ik doe wanneer hij weer niet slaapt vandaag.’ Die wanhoop hadden ze bij het consultatiebureau moeten zien. Daar zijn ze toch voor? Niet voor alleen maar wegen en meten. Ze vroegen niet eens door bij mijn tranen. Ze werden er ongemakkelijk van en zwaaiden me zo snel mogelijk uit. Nu had en heb ik een geweldige vent die me steunde. Wat als dat nou niet zo was? Als ik echt geen uitweg had gezien? Het was meer ondanks hun bemoeienis, dan dankzij dat ik door dat eerste helse jaar heen kwam.

Een paar maanden geleden belandde ik met nummer twee bij het consultatiebureau. Welkom terug, zei de dame achter de balie. ‘U mag hem uitkleden en de luier even aanlaten.’ Ik kende het verhaal. Wegen, meten in die achterhaalde, ongemakkelijke houten bak. Daarna door naar de arts. Ze wilde van alles weten, gaf me adviezen en drukte folders in mijn handen. Ik knikte, hmhm-de en zei ja (nog net geen Amen.) Ene oor in, andere oor uit en daarna mijn eigen plan trekken. Ik ben niet meer zo onzeker en bang als toen. Zo ga ik er tegenwoordig mee om. Werkt prima, al is het wel jammer. Als moeder kun je een luisterend oor met verstand van zaken, wel gebruiken. Die zoek ik nu maar bij de huisarts of vriendinnen. Bij het consultatiebureau heb ik ‘m niet gevonden.

Lees ook