Toen het opvoeden begon en Vala haar man aan zijn lot overliet

Toen het opvoeden begon en Vala haar man aan zijn lot overliet
Vala en Mario hebben samen een babydochter. Tot nu toe ging alles van een leien dakje, want aan baby’s valt nou eenmaal niet zoveel op te voeden. Maar ja, kleine baby’s worden groot…

Men zegt altijd dat de babytijd het zwaarst is. Dat je, als je door die eerste maanden van gebroken nachten, krampjes en huiluurtjes heen bent, het ergste wel gehad hebt. Wie al kinderen heeft, weet dat dat een grote leugen is. De ervaren ouder weet dat de babytijd peanuts is. Dat die doorwaakte nachten en de spuitluiers in het niet vallen bij wat er daarna komt. Daarna krijgt de baby namelijk een eigen wil. Moet er opgevoed worden. En dat is geen kattenpis. Dat weet de ervaren ouder. De onervaren ouder echter, denkt dat ‘ie met twee keer boos kijken en een keer een minimale stemverheffing een braaf kind aflevert. Want: het is toch gewoon een kwestie van consequent zijn?

Lees ook: Hoe ik op mijn 35ste al meerdere schoonzonen versleten heb.

Dat is de arrogantie van de onervaren ouder. We hebben het allemaal als we nog nooit in de loopgraven van het opvoeden hebben gelegen. En mijn man in het bijzonder. Mario is namelijk sowieso al behoorlijk van zichzelf overtuigd en het feit dat hij de makkelijkste baby op aarde heeft gekregen (van mij dus, laten we vooral niet vergeten dat hij dat aan mij te danken heeft) heeft hem op dat punt niet veel goed gedaan. Meerdere keren heb ik hem proberen te vertellen dat hij zich vooral niet rijk moet rekenen. Dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst en dat het feit dat Arwen een relaxte baby is, niet wil zeggen dat ze dús ook een braaf kind wordt. En, vooral, dat dat niet zijn verdienste is, maar gewoon puur geluk. Echter had ik net zo goed tegen een blinde muur kunnen gaan staan lullen, want mijn man, oftewel superpapa, was al vóór de conceptie rotsvast overtuigd van zijn talent voor opvoeden.

Gelukkig straffen de kindergoden ouders doorgaans meteen en de arrogante ouder in het bijzonder. Onze Arwen is inmiddels negen maanden oud en dus zijn de eerste apathische maanden voorbij. Het kind heeft haar eerste stapjes inmiddels gezet en daarmee is er een wereld voor haar open gegaan. Een wereld van stopcontacten om je vingers in te steken, kattenbrokjes om op te eten en MacBooks om van tafel te trekken. En dus moet er gewaarschuwd en verboden worden. Wat natuurlijk tegen dovemansoortjes gezegd is, want na maandenlang lief op een knisperboekje kauwen, moet het uiteraard maar eens uit zijn met dat brave gedoe. Ik sta erbij, kijk ernaar en denk, zoals het de ervaren moeder betaamt, en om maar eens met Gandalf te spreken: and so it begins. Waarna ik nog een slok neem van mijn cappuccino, behaaglijk naar achteren leun en geniet van het tafereel dat zich voor mijn ogen voltrekt. Van hoe een volwassen man op zijn plaats gezet wordt door een kleine baby.

“Ze luistert niet!” riep Mario dit weekend onlangs wanhopig tijdens het ontbijt, nadat hij Arwen voor de tiende keer weg had gehaald bij de bak met kattenbrokken. Ik haalde mijn schouders op en nam nog maar een boterham. Na ruim zes jaar moederen weet ik dat de keren dat een kind in één keer luistert naar iets wat het wordt opgedragen minstens een fles bubbels (ja, ook bij het ontbijt) en eigenlijk een belletje naar de krant waard zijn. En dat dat niet ligt aan niet consequent zijn, of aan slecht opvoeden, maar gewoon, aan het feit dat kinderen kinderen zijn. Een kind wordt geboren met een eigen karakter en een eigen wil. Je kunt je een slag in de rondte opvoeden, maar dat sla je er gewoon niet uit. Gelukkig niet. En de meeste kinderen blijven niet de hele dag lief op een kleedje een beetje om zich heen zitten kijken. Dus ben je, vanaf het moment dat ze van voren een klein beetje door hebben dat ze van achteren leven, de hele dag bezig met dingen roepen, die je kinderen dan veinzen niet te horen. Want dat is het ouderschap: structureel genegeerd worden en het gevoel hebben dat je je stinkende best doet voor de kat z’n k*t.

Mario’s ego slinkt inmiddels met de dag. Er is tenslotte niemand die je beter met jezelf en het feit dat je eigenlijk maar over heel weinig dingen controle hebt kan confronteren dan je eigen kind. Een les die alle jonge ouders moeten leren. Arwen heeft ondertussen al een hele zak kattenbrokken weggewerkt en zich door drie MacBook kabels heen geknaagd en haar vader zingt dientengevolge heel wat toontjes lager. Af en toe roep ik eens heel hard “Nee!” vanaf de bank, niet omdat ik denk dat ze daar daadwerkelijk lering uit trekt, maar gewoon omdat ik hoop dat ze er zo van schrikt dat ze vergeet waar ze mee bezig was. Ik ga ervan uit dat onze dochter later heel prima terecht komt. Niet omdat wij haar zo ontzettend goed opgevoed hebben, maar vooral omdat dat doorgaans wel het geval het is met de meeste kinderen. Eigenlijk gaat het gewoon vanzelf, dat opvoeden. Gelukkig maar, want ik heb al mijn tijd nodig om mijn man te begeleiden in zijn identiteitscrisis. Want als de jonge ouder van zijn eigen opgerichte voetstuk valt, dan doet dat best wel even pijn.

Lees ook: 40 Redenen waarom kinderen huisgenoten from hell zijn.

Lees ook