Toen Vala naar de speeltuin ging met 10 kinderen en bijna een zenuwinzinking kreeg

In de categorie: mooie theorie, minder geslaagd in de praktijk, vandaag het verhaal van Vala die met een roedel kinderen naar de speeltuin ging voor haar dochters verjaardagsfeestje en zich daar afvroeg wat haar in vredesnaam bezield had.

Een briljante ingeving vond ik het. Een paar weken geleden bedacht ik dat het handig zou zijn als we de verjaardag van mijn oudste dochter, die midden in de zomervakantie jarig is, dit jaar al voor de vakantie zouden vieren. In het kader van: dan hebben we het maar gehad, zeg maar. Kinderfeestjes zijn namelijk niet bepaald mijn ding en ook mijn ex-man loopt niet heel warm voor een middag spijkerpoepen met kleuters, dus leek het ons fijn om de route de soleil op te kunnen draaien zonder dat dat Zwaard van Damocles de hele vakantie boven ons hoofd bungelde en een smet legde op de vakantievreugd. En aangezien vorig jaar mijn hele huis onder de lijm, glitter en HEMA slagroomfototaart was komen te zitten tijdens de kroontjes-knutselen-workshop die we georganiseerd hadden, leek het me een puik plan om de festiviteiten dit jaar naar buiten te verplaatsen. Minimale rommel en inspanning, maximaal succes, leek mij. Dus togen we met tien kinderen naar een openluchtspeeltuin met attracties in de bossen. Maar onderweg kwam ik tot een schokkende en bovenal beangstigende realisatie: ik had geen kinderfeestje georganiseerd, maar een schoolreisje.

Tien kinderen zijn namelijk echt heel veel kinderen. En thuis breken ze weliswaar de tent af, maar ze kunnen doorgaans niet heel veel kanten op. In een speeltuin echter ben je ze kwijt zodra je het kinderslot van de autodeuren hebt gehaald. Als uitgelaten jonge honden stoven ze alle kanten op en zaten binnen de kortste keren bovenop hoge klimrekken en in wild ronddraaiende speeltoestellen. Terwijl wij nog bezig waren alle in het wildeweg uitgetrapte slippers te verzamelen, zagen we vanuit onze ooghoek hoe het eerste vriendinnetje uit een draaimolen viel en vervolgens vol op haar achterhoofd geraakt werd door een zitje. Dat was het moment dat ik wist dat dit een Heel Slecht Plan was geweest en het klamme zweet spontaan uit al mijn poriën kwam spatten. Want hoezó gingen wíj, Vala de Grote Kinderhater en haar ex-man, Onhandige Harry, met een bataljon kleuters op excursie? Hoe had ik nou toch kunnen denken dat dat goed af zou lopen? En daarnaast: hoezó hadden de ouders van die kleuters hun kinderen zomaar aan ons meegegeven? Waren die mensen gek ofzo? Want gegarandeerd dat ik binnenkort minstens één rechtszaak voor nalatigheid en doodslag aan mijn broek zou hebben hangen. Ik had ze op z’n minst een clausule moeten laten tekenen waarin we afstand deden van alle aansprakelijkheid in het geval van letselschade. Want er was natuurlijk no way dat ik al die kinderen zonder kleerscheuren weer thuis af zou kunnen leveren.

Als kippen zonder kop renden mijn ex-man en ik achter de feestgangers aan, wild zwaaiend met onze armen, onderwijl dingen roepend als “Pas op! Kijk uit!”, en links en rechts pogend klimmende en klauterende kleuters aan hun broek uit zweefmolens en botsauto’s te trekken. Zonder succes overigens, want iedereen die weleens meer dan twee kleuters in het wild tegelijk in het gareel heeft geprobeerd te houden weet dat zelfs een team van doorgewinterde Navy Seals daar niet tegen opgewassen is. En dus moesten we met lede ogen en een hartslag van 250 slagen per minuut aanzien hoe onze dochter en haar vriendjes zich met open ogen in het gevaar stortten, terwijl wij weinig anders konden dan schietgebedjes doen en af en toe met onze armen open onder een klimrek rondspringen in de hoop dat we met een beetje geluk een vallend kind zouden kunnen opvangen. Constante risico-analyse was een vereiste en bovendien zagen we ons gesteld voor een moreel dilemma: want welk kind kies je om te redden? Wie loopt er in jouw optiek het meeste risico? Een afweging die in principe alleen gediplomeerde reddingswerkers zouden moeten maken. In retrospect vind ik dan ook eigenlijk dat een financiële donatie van de ouders van de genodigden op zijn plaats was geweest. Bij wijze van gevarengeld.

Tegen lunchtijd waren we volledig uitgeput. Terwijl de kinderen zich door een lading patat en kroketten heen werkten waar je een heel weeshuis mee had kunnen voeden, knepen we zes flessen factor 50 over ze uit, in de hoop dat de al opgelopen derdegraads verbrandingen van het spelen in de brandende zon (hoezó is het dit jaar opeens echt zomer in Nederland?!) bij thuiskomst niet te erg op zouden vallen. De rest van de middag is in een waas aan ons voorbij gegaan. Ik weet de helft niet meer, hele stukken ben ik kwijt, dus ik ga er maar vanuit dat ik het verdrongen heb. Vagelijk herinner ik me een huilend kind, een kotsend kind en een potentiële schedelbasisfractuur die ik onder de pet gehouden heb, maar ik vrees dat ik EMDR nodig heb om de rest terug te halen en, belangrijker nog, om het een plekje te kunnen geven. Of misschien is het eigenlijk maar beter dat ik me het meeste niet meer kan herinneren. Sommige dingen kun je beter gewoon maar laten rusten. Iets met Pandora’s doos enzo. Laat die maar lekker dicht.

Je zult begrijpen dat er menige eenheden alcohol doorheen zijn gegaan toen alle kinderen weer opgehaald waren door hun ouders. Ik heb gewoon maar een rietje in de fles rosé gezet. Maar vooralsnog is er niemand aan de deur geweest met een dagvaarding en hebben we ook nog geen bericht gekregen dat er een kind in het ziekenhuis is opgenomen met een hersenbloeding. Het schijnt zelfs dat het partijtje de boeken in is gegaan als een topfeestje. Waarschijnlijk kunnen we dus met een gerust hart op vakantie en je snapt dat we daar nu natuurlijk helemáál aan toe zijn (ik heb Frankrijk gebeld en ze hebben de Sauvignon al koud gezet). Ik denk eraan om minstens een week bij te boeken, want ik vrees dat anders mijn cortisollevel gewoon niet voldoende is gedaald. Gelukkig hebben we het gehad en kunnen we ons nu rustig beraden op wat we volgend jaar gaan doen. Gewoon iets makkelijks. Naar de Efteling met de hele klas ofzo. Ja, dat lijkt me een goed plan.

LEES OOK: Waarom ik het liefst kinderfeestjes ontloop.

Vala (36) is journalist en tekstschrijver en heeft drie kinderen: een zoon van 7, die autisme heeft en twee dochters van 6 en 2 jaar. Vala heeft een chronische ziekte, maar probeert zich daar niks van aan te trekken (wat soms jammerlijk mislukt). Ze is getrouwd met Mario en samen runnen ze een nogal gemankeerd, maar heel erg leuk gezin. Want saai is het in ieder geval nooit.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Waarom ik het soms mis om zwanger te zijn

Een zwangerschap kan best wel zwaar zijn. Vermoeiend. En ook gewoon niet...
Lees verder