Waarom ik er tegenop zag om mensen te vertellen dat ik zwanger was

Een zwangerschap is doorgaans een heuglijk feit dat je het liefst met iedereen zou willen delen. Maar Vala zag er de laatste keer tegenop om het haar omgeving te vertellen.

Het was voor ons ook even schrikken, dat moet ik eerlijk toegeven. Mijn derde kind was niet bepaald gepland. Mijn surprise-ei, zo heb ik Arwen de hele zwangerschap genoemd. Maar weet je, het leven kan raar lopen. En na een paar kleine (oké, grote) paniekaanvallen en het opstellen van een contract voor mijn man dat hem verplichtte voor de gebroken nachten op te draaien was ik er blij mee. Ze was onverwacht, maar zeker niet ongewenst, onze Arwen. En toen de ergste schrik gezakt was wilde ik onze blijdschap dan ook graag delen. Maar ik deed het niet. In ieder geval niet zoals ik het bij mijn oudste twee had gedaan. Waar ik het destijds direct na de 12 weken-echo keihard van de daken schreeuwde, hield ik nu mijn mond. Omdat ik er tegenop zag om mensen te gaan vertellen dat we nóg een kind kregen. Omdat ik wist dat mensen het nodig zouden vinden om ons te laten weten dat ze het er eigenlijk niet mee eens waren, met ONZE beslissing om ONS gezin uit te breiden. Want het is allemaal leuk en aardig met die kinderen, maar je moet het klaarblijkelijk ook niet te gek maken.

LEES OOK: Dit is de zwangerschapskwaal waar je nooit wat over hoort (maar die je helemaal gek kan maken).

Ik weet niet wat het precies is in Nederland, maar op de een of andere manier voelen mensen zich hier altijd geroepen om hun ongezouten mening te geven als het gaat om het gezin van iemand anders. Toen ik na mijn eerste kind, een zoon, daarna mijn tweede kind, een dochter, kreeg, begon het al: “Zo, nu zijn jullie wel klaar, he?”, “Van allebei eentje, dus sluiten die fabriek!”. Destijds vond ik het al wonderlijk dat mensen vonden dat zij kennelijk iets in de melk te brokkelen hadden mbt mijn family planning, maar aangezien ik zelf op dat moment ook maar twee kinderen in de planning had staan, liet ik het, weliswaar zeer bevreemd, van me afglijden. Maar toen Arwen zich aandiende en we dat uiteindelijk toch maar wereldkundig maakten barstte het pas goed los. Of ik misschien een lesje seksuele voorlichting nodig had, werd me gevraagd, want ik wist zeker niet dat van neuken kinderen kwamen? Of mijn man wel wist hoe condooms werkten, of dat ik misschien ‘stiekem’ de pil was vergeten? Dat het nog niet te laat was voor een abortus, want, dat was misschien beter ‘gezien mijn situatie’ (lees: gescheiden, hertrouwde moeder, met twee kinderen uit een eerder huwelijk). En oh ja, dat deze dan, en dit is een letterlijke quote: ‘vooruit, hierna moet het echt afgelopen zijn hè, anders wordt het gewoon belachelijk’. Ipv mijn zwangerschap te vieren met de mensen in mijn omgeving, moest ik deze vooral verdedigen. Uitleggen, verantwoorden. Want kennelijk waren niet Mario en ik het die bepaalden hoe we ons gezin wilden vormgeven, maar vooral de mensen die daar helemaal geen deel van uitmaakten.

Misschien dat het in mijn geval inderdaad ook ligt aan de niet geheel standaard situatie waarin ik mij bevindt. Want ja, ik ben inderdaad gescheiden en weer hertrouwd. Ik heb een zoon met autisme en er speelt een zeldzame, erfelijke ziekte in mijn gezin. Dus ik begrijp best dat mensen dan in eerste instantie denken van: oei, gaat dat allemaal wel goed komen? En ik vind het zelfs niet erg als ze dat dan gewoon vragen. Zo van: “Joh, hoe ga je dat allemaal doen?” Maar het zou ook fijn geweest zijn als mensen zich hadden gerealiseerd dat mijn man en ik er naar alle waarschijnlijkheid echt wel goed over nagedacht hadden. Dat onze fundamenten blijkbaar stevig en stabiel genoeg waren om op bij te bouwen. Omdat wij verstandige, intelligente mensen zijn die niet zomaar impulsieve beslissingen nemen onder het mom van ‘we zien wel waar het schip strandt’. Want ondanks alle moeilijkheden in ons gezin, onze vaak hectische levens en mijn inmiddels in ouderland wijdverspreide imago van ontaarde, kinderhatende feeks, kunnen de mensen die ons een beetje kennen ook beamen dat wij volwassen mensen zijn. En goede ouders bovendien. Met vrolijke, gelukkige kinderen die door iedereen die met ze in aanraking komt altijd worden aangemerkt als zo aardig, sociaal en netjes opgevoed. Waarmee ik dus maar zeggen wil: wij zijn daar goed in, in vadertje en moedertje spelen. Wij vinden dit leuk. Ja, echt. Wij genieten hiervan. Dit maakt ons gelukkig in het leven. En we kunnen al onze kinderen geven wat ze nodig hebben. Dus wat is nou eigenlijk het probleem?

Maar het is niet alleen onze specifieke situatie, het is het feit dat in immer Calvinistisch Nederland alles wat buiten de norm valt kan rekenen op kritiek. Wie maar één kind wil is net zo goed een paria. En wie veertien jaar wacht tussen het ene kind en het andere ook. Als het niet ‘normaal’ is, mag de Nederlander daar heel graag over zeiken. Tenslotte staan we niet voor niets bekend als de grootste azijnpissers van Europa, het is volkssport nummer één. Gluren bij de buren doen we maar wat graag en dan zullen ze ook te horen krijgen wat voor verschrikkelijks we bij ze hebben waargenomen en hoe verkeerd dat allemaal wel niet is. Want alles wat afwijkt is in Nederlandse ogen per definitie fout. Het grote, kleine, samengestelde, eenouder, homoseksuele, transgender, adoptieve en noem het maar op wat voor gezin dan ook incluis. Want doe maar gewoon, dan doe je tenslotte al gek genoeg.

Mario en ik kregen een nieuwe baby, maar ik had geen zin om dat aan iemand te vertellen. Dat vond ik heel verdrietig, want ieder nieuw kind zou gevierd en door iedereen in blijdschap verwelkomd moeten worden, dus eigenlijk had ik het ook die derde keer weer van de daken moeten schreeuwen. Maar ik had gewoon geen zin in weer een bak kritiek over ons heen van mensen die dachten dat ze onze gezinssituatie beter kennen dan wijzelf. Nog steeds vind ik soms jammer dat ik door al die meningen en vooroordelen mijn laatste zwangerschap niet zo heb kunnen vieren als ik eigenlijk had gewild. Dus als je het er niet mee eens bent, alsjeblieft, hou het dan gewoon maar voor je. Jij hoeft namelijk niet blij te zijn met de baby van iemand anders, zolang de ouders dat zelf maar wel zijn. En dat zijn de meeste ouders. Want dat de situatie waarin zo’n kind geboren werd jouw goedkeuring niet kan wegdragen doet er eigenlijk niet zoveel toe. Tenslotte is het jouw leven niet. Dus laat iedereen lekker z’n ‘rare’ gezinsleven leiden. En doe jij dan vooral maar lekker ‘normaal’.

LEES OOK: Waarom doen mensen zo cynisch over het krijgen van een kind?

Vala (36) is journalist en tekstschrijver en heeft drie kinderen: een zoon van 7, die autisme heeft en twee dochters van 6 en 2 jaar. Vala heeft een chronische ziekte, maar probeert zich daar niks van aan te trekken (wat soms jammerlijk mislukt). Ze is getrouwd met Mario en samen runnen ze een nogal gemankeerd, maar heel erg leuk gezin. Want saai is het in ieder geval nooit.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Kleine kinderen, kleine zorgen? Fuck dat

‘Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen’. Het is een gevleugelde...
Lees verder