Waarom moestuinieren met kleine kinderen een heel slecht plan is

Sinds Franke Amsterdam verliet voor de betere burgerlijke buitenwijk, droomt ze van een romantische moestuin met vrolijke wortels, blije zonnebloemen en manden vol blinkende courgettes. Maar nu ze ‘m eenmaal heeft, blijkt het een typisch gevalletje ‘Be careful what you wish for’. 

LEES OOK: Andere kinderen hebben wél leuke vaders, die wél van moestuintjes houden

Manlief en ik praten er al jaren over: een moestuin. Jaren geleden begon onze liefde voor moestuinieren heel hipsterwaardig met een vierkante meter-bak in Amsterdam-West. Puk was 1,5 jaar en stampte vrolijk tussen de bakken door terwijl wij een beetje aan klungelden met basilicumplantjes, een krop sla en een bos tomaten. Het leven was er misschien niet altijd even idyllisch (er stonden vaak junks fikkie te stoken en ruzie te maken), maar het moestuinleven was klein en overzichtelijk. Dat er geen water was, kon de pret niet drukken. De oogst aan het einde van een gezellige zomer was armoedig (alleen de basilicumplantjes hadden het gehaald). Maar we hadden een hoop lol gehad, daar in Amsterdam-West. En ooit, oh ooit, zou dat allemaal anders gaan, dagdroomden we.

Nu, jaren later, vertrokken naar de betere burgerlijke buitenwijk, leek ons het een goed moment om de lang gekoesterde moestuindroom uit te laten komen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: tot nu toe vind ik het een blok aan mijn been. Goed, ik mag niet te snel conclusies trekken en misschien denk ik er over een maandje anders over, maar ik vrees dat we ons er flink op verkeken hebben. Een vierkantemeter-bak is enig, maar 100 vierkante meter? Ga er maar aanstaan, met je schep! En dat moet allemaal worden bewerkt. Door twee stadsmensen die werkelijk geen flauw benul hebben waarmee ze bezig zijn. Ja, we lazen wat boekjes. En ja, we waren zo verstandig om niet 50 courgetteplanten in die 100 vierkante meter te rossen (voor je het weet zit je met 269 courgettes opgescheept). Maar afgezien daarvan zijn we groentjes, op moestuin-gebied. We hadden niet aan zien komen wat een %&^$##-werk dat is: graszaad bestellen, hout kopen, tuingereedschap aanschaffen, plattegronden maken, kalenders bijhouden, gif kopen (grapje). We reden wel 20 keer naar het tuincentrum op en neer. Elke zaterdag lopen we met palen, Pokon, zonnebloemen en houtsnippers te zeulen. Er ligt inmiddels een hoop meuk in de moestuin, maar een moestuin hebben we nog niet.

Want die moestuin zelf, die schiet niet op. Ik zal even schetsen hoe dat ging, de eerste dag van de vakantie. Daar stonden we dan, 12 graden, pisregen, met 2 kleine kinderen die binnen vier minuten voor een waar slagveld zorgden. Olle (3) gleed wel vier keer uit ondanks zijn laarsjes met grove zool, recht met zijn gezicht in een vieze modderplas. Puk (6) molde de rolmaat/centimeter die we echt heel erg nodig hadden. Manlief was vergeten te lunchen en werd zo bloedchagrijnig dat-ie alleen nog maar hartstochtelijk kon vloeken. De overbuurvrouw bleek boos op ons omdat we haar raam in bruikleen hadden om het dekzeil mee vast te leggen. De tuindersvereniging wilde het geleende dekzeil terug, liever gisteren dan vandaag. En dus moesten we hard aan de slag met worteldoek, houtsnippers en planken. We bedachten dat we zelf drie moestuinbakken zouden maken, zodat we niet 100 m2, maar slechts 50 m2 hoeven te beplanten met inheemse tomatensoorten en snoskommers. Maar ga maar eens zo’n bak in elkaar hannesen met twee verveelde, onderkoelde kinderen, een hongerige man en opgefokte moeder des huizes. Wat een gedoe. Je snapt: tot nu toe hebben we heel veel op elkaar gescholden, maar er is pas één bak af van de drie. Dan moeten alle planten er nog in, enzo. Oh ja, en smérig dat alles ervan wordt. Sta ik weer wasjes te draaien op mijn vrije dag. Kanonnen, dat kon er ook nog wel bij.

Mijn dringend advies aan iedereen met kleine kinderen die droomt van een moestuin:
Koop een mandje, zet er vijf soorten kruiden in, geef 2x per week water. Dat is lekker klein, overzichtelijk en nuttig. Niets meer aan doen.

Kijk, dit is onze moestuin. Bij lekker weer. Rechts op de foto is de meuk die we al naar de moestuin hebben gebracht, maar waar we nog niets zinnigs mee hebben gedaan. Links/midden op de foto de eerste bak van de drie. De rest: geleend dekzeil dat we heel snel terug moeten geven aan de moestuinvereniging. Sorry, moestuinvereniging. We doen ons best, hoor!

LEES OOK: Andere kinderen hebben wél leuke vaders, die wél van moestuintjes houden

 

 

Franke schrijft, coördineert en redigeert voor verschillende (online) magazines. Ze heeft twee kinderen, Puk (6), en Olle (3). De Tropentijd vond ze heel heftig, want slapen is een grote hobby en daar ontbrak het nogal eens aan. Zit het liefst op het strand in haar vrije tijd.

Lees ook
Geschreven door
More from Franke van Hoeven

40 dingen die ik roep als ik de poepluier van mijn peuterzoon ga verschonen

Poepluiers verwisselen? Niet Frankes grootste hobby. Maar ja. Olle weigert vooralsnog naar...
Lees verder