Zo voed ik op: ’Buiten in de vrieskou was te streng, maar het werkte wel’

Nieuw op Me-to-we: elke week vertelt een moeder over haar opvoedmethode in de serie ‘Zo voed ik op’. We beginnen met Sasha (33), moeder van twee zoons van 6 en 1 en een dochter van 4.

Lees ook: Femke experimenteert met 5 nogal extreme opvoedmethodes

“Mijn schoonmoeder vindt me ouderwets, vriendinnen zeggen soms dat ik wel erg hard ben voor mijn kinderen. Misschien is dat ook wel zo, maar voor mij werkt dit. En voor mijn kinderen ook. Ik heb geen braveriken naar wie je maar hoeft te wijzen of ze doen wat je zegt. Mijn kinderen zijn pittig en eigengereid en hebben behoefte aan een strakke hand. Bij mij staan duidelijkheid en gehoorzaamheid bovenaan. Als ik dat zou loslaten, zouden mijn kinderen de tent overnemen.
Misschien ben ik streng, dat zou kunnen. Ik ben vooral consequent. Ik zeg wat ik doe en doe ik wat ik zeg. Als ik ergens mee dreig, maak ik het waar en mijn kinderen weten dat. Dat betekent het grootste deel van de tijd dat ik maar hoef te dreigen en ze luisteren. En zo niet, dan gaan ze op de gang. Desnoods tien keer achter elkaar, al gaan ze huilen, schoppen, bijten, dat interesseert me niet. Met mijn dochter ben ik soms wel een uur in de weer, maar uiteindelijk is mijn wil wet. Mijn man zegt op een gegeven moment: ach, laat gaan. Maar als je zo gaat beginnen, heb je straks niks meer te vertellen.”

Lees ook: Over Attachment Parenting en meer van dat soort onzin

“Ik heb nooit echt bewust nagedacht over hoe ik zou opvoeden, ik ben gewoon gaan doen wat mijn voorbeeld was. Mijn moeder was streng, maar rechtvaardig. Regels waren regels en die golden altijd. Natuurlijk schopte ik daar als kind graag tegenaan, maar het was fijn om te weten waar ik aan toe was. Die duidelijkheid wil ik mijn kinderen ook geven. En los daarvan: ik ben hun moeder, ik bepaal, zo simpel is het. Nee wordt nooit ja en andersom. De regels zijn duidelijk: je zegt gedag, je ruimt je spullen op, er wordt niet gegooid, geschreeuwd en geslagen, je eet netjes en je bord gaat leeg voor je van tafel gaat. Zo niet, dan blijf je zitten en anders kan je meteen naar bed. Dat is dus precies wat mijn schoonmoeder ouderwets vindt, maar ik zie niet in wat er mis mee is. Als ik mijn kinderen hun zin zou geven, zou ik elke avond aardappel van de muur kunnen boenen en zouden ze alleen maar toetjes eten. Ik zie vriendinnen soms ellenlang onderhandelen met hun kind. “Nog één hapje en dan ga ik straks een verhaaltje voorlezen.” Iedereen moet doen wat voor hem of haar werkt, maar ik zou er niet aan beginnen. Ik onderhandel sowieso niet. “Omdat ik het zeg”, is mijn vaste antwoord.
Dat betekent niet dat ik vind dat ik het allemaal goed doe, helemaal niet. Soms heb ik spijt als ik achteraf vind dat ik te hard ben geweest. Laatst waren we ergens op visite en mijn dochter was echt onuitstaanbaar. Niet luisteren, gooien met spullen, andere kinderen slaan. ‘Als je dat nog één keer doet, zet ik je zonder jas buiten om af te koelen’, zei ik. Dus ja, toen moest ik dat waarmaken. Het was onder nul. Oké, ik liet haar maar drie minuten staan, maar toch. Dat vond ik achteraf te streng van mezelf, maar aan de andere kant: de rest van de tijd was ze een engeltje. Het werkte wel.”

Lees ook: “Zeg, wat voor soort moeder ben jij eigenlijk?” Franke weet het antwoord niet.

Lees ook