21 Soorten speelgoed die per direct verboden zouden moeten worden

Als je kinderen krijgt, kom je plotseling terecht in de wondere wereld van speelgoed. Voor je het weet zit je tot aan je nek in de rammelballen, babygyms en Little People-poppenhuizen. Je kind vindt het allemaal fantastisch, maar jij leert al snel dat er een aantal soorten speelgoed zijn waarvan de bedenkers zonder pardon op de brandstapel gesmeten zouden moeten worden. Dit zijn de ergste soorten:

Lees ook: Waarom je niks hebt aan 8 houten xylofoons.

  1. Toet Toet auto’s. Die hebben namelijk een nimmer aflatend scala aan wild irritante liedjes (“Ik ben Hetty Helicopter, tralalalaaaaa, vlieg met meeeeee…”) en geluidjes. Bovendien hebben ze neiging midden in de nacht opeens te gaan blèren, ook als je de batterijen eruit hebt gehaald. Hoe het kan weet ik niet, maar: doodeng.
  2. Bellenblaas. Echt, dat moet dood. Kinderen worden al wild als ze die vervloekte potjes in de winkel in het vizier krijgen en omdat dat spul geen drol kost, kun je het voor jezelf eigenlijk niet verantwoorden om het níet mee te nemen. Vervolgens moet je zelf thuis drie uur bellen blazen, omdat je kind niet van die mooie grote kan maken, of het potje valt binnen twee seconden om en dan zit je met een hysterische peuter.
  3. Klei. Verpakt in verschillende vrolijke kleurtjes, maar binnen no time verworden tot grijzige, versteende bal, waar de hele tijd stukjes afbrokkelen, die je dan vastgekoekt in je hoogpolig Perzisch tapijt terugvindt. Heeft bovendien meestentijds een bijzonder onaangename geur en wordt gretig opgegeten, wat nooit goed kan zijn voor de darmen van je kind.
  4. Little People. Er zijn namelijk 3 miljoen dingen van en je kind wil het ALLEMAAL. Belachelijk duur en bovendien niet handig om mee te nemen in bad (wat je kind dus wél gaat doen), omdat je dat water nooit meer uit die stomme poppetjes krijgt en er vervolgens woekerende schimmel ontstaat, waar je dan waarschijnlijk op z’n minst Hepatitis van krijgt.
  5. Stiften. Omdat er nooit in de schetsblokken, maar voornamelijk op je nieuwe keukentafel, de muur en het babybroertje of zusje getekend wordt. Daarnaast raken de dopjes altijd kwijt en zit je dus binnen een dag met een stel uitgedroogde stokjes, waar niet meer mee te kleuren valt.
  6. Kinetisch zand. “Zó makkelijk op te ruimen” zeggen de mensen die ermee aan komen zetten. Dat valt dus wel tegen als je het iedere middag tussen de groeven van je hardhouten parket uit moet blazen.
  7. Furby. Horror, echt horror. Staat daar ‘s avonds opeens zo’n wollige gremlin op de speelgoedkast, terwijl je kind veilig in bed ligt. En dan gaan opeens die oogjes open… Je zou van minder nachtmerries krijgen.
  8. Knuffels. Ja, oke, ik had vroeger ook een bed vol met die beesten. En ja, ze zijn lief en zacht en alles. Maar inmiddels kan ik mijn dochter niet meer vinden in haar eigen bed, omdat ze bedolven ligt onder de pluche egels en pandaberen. En denk maar niet dat ze gaat slapen als er ook maar eentje mist. Dus dan kun je weer hysterisch het hele huis door om dat beest ergens onder vandaan op te diepen. En iedere keer als je in de dierentuin bent en langs dat winkeltje komt, willen ze wéér een nieuwe hebben.
  9. Stuiterballen. Daar gaat de vaas met bloemen.
  10. Een zandbak. Lijkt hartstikke leuk en verantwoord, maar is in de praktijk de hel. Het zand zit werkelijk overal. Een kwartier in de zandbak en je kunt niet alleen je kind, maar ook je terras stofzuigen.
  11. Alles wat uit 300 losse onderdelen bestaat, waarvan de helft altijd binnen een half uur kwijt is en je er dus niks meer mee kan.
  12. Knikkers. Levensgevaarlijk. Die gaan namelijk zo, recht, die neusjes in. Zit je weer bij de huisarts met zijn tangetje.
  13. Ballonnen. Omdat kinderen de neiging hebben erop te kauwen en dat dus echt gevaarlijk is. En omdat die ondingen zo’n verschrikkelijk geluid maken en altijd knappen, waar je je dan weer het apelazarus van schrikt.
  14. Lego. De pijn van op zo’n blokje gaan staan is onbeschrijfelijk.
  15. Alles waar Bumba op staat. Die clown is enger dan Freddy Krueger op vrijdag de 13e.
  16. Insteekmozaïek. Zogenaamd enorm creatief verantwoord, maar het netto resultaat is altijd dat jíj iets moet maken, terwijl je kind al die rottige pinnetjes door de kamer strooit.
  17. Memory. Want dat spel duurt echt uren, je moet altijd meedoen en jij kunt natuurlijk nooit onthouden welke kaartjes je al omgedraaid hebt. Bovendien raakt zeker een kwart van de kaartjes zoek en daar kom je natuurlijk pas halverwege het potje achter.
  18. Knutselspullen. Je kind knipt twee keer in een blaadje origami en is er daarna wel weer klaar mee. Maar lepelt vervolgens wel de helft van dat potje kinderlijm leeg, terwijl hij de rest in zijn haar smeert.
  19. Kindertablets. Omdat je kind daar onmiddellijk verslaafd aan raakt. En je dus vervolgens iedere dag ruzie hebt om hoe lang er gegamed mag worden.
  20. Rubber badeendjes. Gat-ver-dam-me. Té smerig, die dingen. De groene smurrie groeit erop waar je bij staat. Als je daar geen infecties van krijgt
  21. Glitters. Die komen dus overal te zitten. Overal. Ik heb zelfs weleens onder de douche gestaan en gedacht: wat fonkelt er toch zo? Bleek dat er zelfs glitters op mijn onderkantje zaten. Hoe dan? Al sla je me helemaal dood. Maar zoals ik al zei: overal.

Lees ook: 25 Toptips voor ouders van peuters.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Iedereen de dupe van het Passend Onderwijs

In januari van dit jaar is de wet op het Passend Onderwijs...
Lees verder