Als je zwanger wilt raken, maar je slikt antidepressiva…

Een paar jaar voordat Femke moeder van Max werd, ging ze een grote uitdaging aan. Ze slikte al een decennium antidepressiva en wilde daarmee stoppen voordat ze zwanger zou raken. Maar dat liep anders dan gepland.

Waarom ik zo vaak depressief was, blijft een raadsel. Is het genetisch bepaald? Heb ik een trauma dat ik diep heb weggestopt? Geen idee. Rond mijn eenentwintigste werd duidelijk dat ik het alleen met een psycholoog niet zou redden. Ik kwam mijn bed niet meer uit, nam mijn telefoon niet meer op, sprak amper (wat opvallend is voor iemand als ik) en dacht alleen nog: ‘Ik wil dit leven niet, wanneer houdt het op?’ Ik kreeg medicijnen voorgeschreven en na een maand of twee ging het beter met me. De antidepressiva zorgden ervoor dat de zwaarte draaglijker werd, maar het betekende niet dat ik van mijn depressies af was. Elk jaar staken ze zeker twee keer de kop op. Twee keer drie weken waarin ik me voelde alsof er een grote, dikke, zwarte deken over me heen hing. Twee keer drie weken waarin ik niet zag welk nut het leven had. Ik hield mezelf tijdens de dalen voor dat er altijd een einde aan zat, maar wanneer je verzwolgen wordt door duisternis, geloof je dat niet.

LEES OOK: Hoe mijn huilbaby mijn kinderwens verpestte.

Toen ik negenentwintig was en Reinier en ik al een hele tijd samen waren, begonnen we over kinderen. Ik was redelijk stabiel en mijn tweejaarlijkse depressies waren al enige tijd uitgebleven. We durfden het wel aan. Of ik antidepressiva kon blijven slikken tijdens de zwangerschap, vroeg Reinier. Hij had een punt. Ik googelde het en zag dat het allesbehalve wenselijk was. Hartaandoeningen en motorische stoornissen werden rechtstreeks gekoppeld aan het gebruik van antidepressiva. Ik moest ermee stoppen. Van mijn psychiater kreeg ik een afbouwschema en ik ging aan de slag. Heel langzaam ging ik minder gebruiken, maar toen ik onder een bepaald aantal milligram kwam, sloegen de stoppen door. Ik kreeg flitsen in mijn hoofd, schoot alle kanten op met mijn emoties en werd extreem somber. De symptomen zag ik als afkickverschijnselen die ik me niet kon permitteren, omdat ik moest werken. Ik besloot de pillen weer te gaan slikken en een ander, geschikter moment uit te kiezen.

Een half jaar later nam ik een maand vrij en probeerde cold turkey af te kicken. In één keer de pillen aan de kant en de bijverschijnselen over me heen laten komen. Natuurlijk was dit het allerslechtste idee ooit. Ik draaide helemaal door, werd ontzettend paranoia en zat tegen een psychose aan. Uiteindelijk hield ik het een half jaar vol om zonder medicijnen te functioneren, maar toen zat ik ook op de bodem van de put. Ik was Reinier kwijt omdat ik me in mijn hysterie op een andere man geworpen had, mijn beste vrienden lieten me links liggen (omdat ik het helemaal verbruid had), ik had geen huis meer en op mijn werk vonden ze dat ik me moest laten opnemen. De antidepressiva werden weer uit de kast getrokken en stap voor stap keerde de rust weer terug.

Het duurde totdat ik tweeëndertig was, voordat Reinier en ik weer over kinderen spraken. Toen het onderwerp werd aangeroerd begon ik meteen te huilen, want ik wist dat het geen optie was om van de antidepressiva af te gaan. Dat had ik mezelf en de wereld wel bewezen. “Misschien is een kind krijgen niet voor ons weggelegd”, zei ik in tranen tegen mijn man. Met een vriendin, die arts is, besprak ik mijn probleem en zij raadde me aan om mijn licht op te steken bij de zogenaamde POP-poli in het ziekenhuis. POP staat voor Psychiatrie Obstetrie en Pediatrie en is in het leven geroepen voor vrouwen met psychische problemen die zwanger zijn of een kinderwens hebben. Mijn huisarts gaf me een verwijzing en ik ging er naartoe om mijn licht op te steken. Het was heel spannend om in één ruimte te zijn met een gynaecoloog, een psychiater en een kinderarts die mij zouden vertellen of het wel of niet gewenst was dat ik kinderen zou krijgen. Ik weet nog dat ik ontzettend opgelucht was toen ze mij het advies gaven om gewoon te proberen zwanger te raken en vooral niet te stoppen met de medicijnen die ik slikte. De psychiater zei: “In dit soort gevallen is het altijd de vraag: heeft het kindje meer baat bij een stabiele moeder of bij het staken van het medicijngebruik wat de moeder in een depressie kan doen raken. Wij denken het eerste.” Ook werd me uitgelegd wat de precieze kansen op afwijkingen zijn en die blijken veel kleiner dan bijvoorbeeld de kans op een kindje met Down. Ik besloot in het diepe te springen.

Een half jaar later zat ik weer op de POP-poli. Dit keer zwanger. Er werden afspraken ingeroosterd om mij te monitoren en ik ben in totaal drie keer bij het psychater/kinderarts/gynaecoloog-team geweest. Halverwege de zwangerschap werd ik lichtelijk depressief en kreeg ik een extra middel voorgeschreven, maar het verliep allemaal voorspoediger dan ik had gedacht. Het enige afwijkende aan het hele verhaal was dat mijn kind en ik na de bevalling drie dagen in het ziekenhuis moesten verblijven. Zo kon bekeken worden of de baby last zou krijgen van afkickverschijnselen van mijn medicijnen. Toen ik dat hoorde, kroop ik bijna uit mijn vel van ellende. Niet zozeer vanwege het feit dat ik in het ziekenhuis moest blijven, maar dat mijn baby als een soort afkickend drugskind in een couveuse zou liggen schokken, maakte me helemaal gek. Natuurlijk was dit angstbeeld nogal overdreven. Max werd geboren en bleek een blakend gezond jongetje te zijn dat nergens last van had.

Al na een dag en een nacht in het ziekenhuis werden we ontslagen, omdat er niets opmerkelijks aan Max te zien was. In de kraamtijd die volgde was ik heel bang dat ik, gezien mijn psychische achtergrond, in een postnatale depressie zou schieten of dat ik het verzorgen van zo’n klein baby’tje niet aan zou kunnen.
Niets bleek minder waar. Sinds Max is geboren ben ik geen dag meer depressief geweest. Hij is precies wat ik nodig heb: de ultieme zingeving. Van de antidepressiva durf ik nog steeds niet af te stappen. Ik kan het me niet veroorloven om instabiel te raken nu ik de verantwoordelijkheid voor een kind heb. Heel soms vrees ik nog het effect dat antidepressiva op den duur kan hebben op mijn zoon, maar dan zie ik hem rennen en klimmen en denk ik: het komt wel goed met jou.

LEES OOK: Hoopgevend nieuws: medicijn tegen postnatale depressie lijkt dichtbij!

Femke (38) is getrouwd met Reinier en heeft een temperamentvolle zoon van 6: Max. Ze is gek op roze koeken en altijd op dieet, wat dan weer een lastige combinatie is. Als mede-oprichter van Snippet Media en jonge moeder is haar leven soms een sneltrein.

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

21 dingen die je denkt bij je eerste echo

Of je niet toch allemaal hebt verzonnen, en of je nou naar...
Lees verder