Als je kind psychische hulp nodig heeft, maar je kunt nergens terecht

Als je kind psychische hulp nodig heeft, maar je kunt nergens terecht
Ineens was het zover. De dag die je wist dat zou komen. Jarenlang dachten Femke en haar man dat Max gewoon een pittig kind was en dat ze beter hun best moesten doen op de opvoeding. Maar toen kregen ze ook van school te horen dat het allemaal niet makkelijk ging. Dat er een kinderpsycholoog ingeschakeld moest worden. Dat er waarschijnlijk een diagnose moest komen. Men dacht aan adhd en ‘iets’ in het autistisch spectrum.

Nou, dat was wel even een kleine slag in mijn gezicht. Ok, ik wist wel dat Max een heftig jongetje is. We gingen niet voor niets naar de opvoedpoli, maar het woord ‘opvoedpoli’ zegt het al: de insteek was toch dat we het met tips and tricks op opvoedkundig gebied zouden moeten kunnen gaan redden. Na de opvoedpoli ging het een tijdje beter (of Reinier en ik hadden geleerd er beter mee om te gaan), maar na de zomervakantie vorig jaar kwam er toch weer een flinke dip. Max wilde niet meer meewerken, begon weer flink te schoppen en te slaan en raakte over elk klein dingetje gefrustreerd. We vroegen aan verschillende ervaringsdeskundigen of we misschien toch weer terug naar de opvoedpoli moesten of zelfs naar een kinderpsycholoog, maar de algemeen heersende mening was: eerst maar eens naar school en dan kijken.

LEES OOK: 11 opvoedkundige regels die ik overboord gegooid heb

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

In januari werd Max vier jaar en dus ging hij naar school. Het was meteen al heel lastig voor hem. Zoveel kinderen, zoveel indrukken, stilzitten, luisteren, niet rennen door de klas, samenwerken. De eerste signalen van de juf waren niet erg hoopgevend, maar we besloten het even aan te kijken. Wieweet moest hij nog wennen. Toen hij na een week of wat echter redelijk gewend was, begon het slaan. Dat doet ie namelijk in den beginne niet, maar als ie zich op zijn gemak voelt, dan begint ie te meppen bij gevoelens van ongenoegen.

We werden op school uitgenodigd om te praten met de IB’er (de intern begeleider voor de lastige gevallen zegmaar) en de juf. Er werd al snel duidelijk dat zij het idee hadden dat er wel iets meer aan de hand was met Max dan dat hij alleen een pittig karakter heeft. Het woord ADHD viel en ‘misschien iets in het autistisch spectrum’. Ik voelde de tranen opwellen, want ik moest er nu toch echt aan: dit gedrag van Max is geen fase, zoals iedereen ons heel lang heeft proberen te verkopen. Dit gaat nog een hele tijd voortduren, zoniet zijn hele leven.

Op school gaven ze aan dat het ze goed leek dat we in het belang van Max, onszelf, maar ook de leerkracht op school hulp zouden inschakelen bij Het Kabouterhuis, een orthopedagogisch centrum waar ze kinderen tussen de 0 en 7 jaar met ernstige gedragsstoornissen diagnostiseren en behandelen. Via de huisarts kreeg ik een verwijsbrief en hij vertelde me dat hij er een urgentieverklaring bij zou doen, omdat hij aan mij merkte hoezeer we er doorheen zaten. Hij waarschuwde me echter ook meteen dat er wachtlijsten konden zijn. Natuurlijk pakte ik thuis meteen de telefoon om te achterhalen hoelang die wachtlijsten dan wel niet waren. Tot november, kreeg ik te horen. NOVEMBER. Ik had de neiging om meteen in janken uit te barsten en piepte: “Maar ik heb een urgentieverklaring.” De mevrouw aan de andere kant van de lijn antwoordde, duidelijk niet onder de indruk: “Ja, schat, dat hebben ze allemaal.”

Vastbesloten om niet maanden te gaan zitten wachten en het heft in eigen hand te nemen, begon ik jeugdpsychiaters te bellen. Waarom moest ik eigenlijk per se naar dat Kabouterhuis? Een diagnose kun je overal krijgen. De zeven kinderpsychiaters die ik in Amsterdam kon vinden zaten echter allemaal vol of gingen met pensioen of belden niet terug. Het kinderpsychologencircuit dan maar: ook lange wachtlijsten. Terug naar de Opvoedpoli? Ook een wachtlijst….
Hoe kan het dat in een land als Nederland, in een stad als Amsterdam de jeugdhulpverlening zo op slot zit dat een gezin, dat met de handen in het haar zit vanwege een onhandelbaar kind, nergens terecht kan. Ongelofelijk. Het schijnt iets te maken te hebben met dat de jeugdhulp van het rijk overgegaan is naar de gemeente en dat ze het allemaal niet kunnen bolwerken. Ik word daar eerlijk gezegd Best Wel Woest van. Hallo mensen, schiet eens op, krijg de boel daar eens op orde!! Ik zit hier met een gillend, schoppend, slaand en krabbend kind, ik zit hier met een gespannen huwelijk, ik zit hier met burnout-gevoelens omdat ik zowel op mijn werk als thuis iets te hard aan de bak moet. We Need Help! Ik weet niet hoelang dit goed gaat.

Laatst suggereerde iemand om dan maar de crisisdienst te bellen. Toen Reinier en ik echter bij de ouderkindbegeleider van de gemeente waren (ja, dat is ook weer zo’n type waarmee je te maken gaat krijgen in dit soort gevallen) hoorden we dat het allemaal nog wel meeviel met ons. “Nou”, zei ze aan het einde van onze tirade over ons leven, “fijn dat jullie het zo goed op de rit hebben. Jullie hebben een netwerk van mensen om jullie heen. Jullie hebben een plan om Max te laten diagnostiseren. Jullie zijn nog bij elkaar. Gelukkig zitten jullie niet in de crisis.” Mijn man en ik keken elkaar met grote ogen aan: NIET IN DE CRISIS??

Afijn…we staan dus op een wachtlijst. Op hoop van zegen.

LEES OOK: Na de opvoedpoli: “We volgen nu de methode met de naughty-chair”

 

 

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

Masturberen tijdens de bevalling. Serieus??

Femke hoorde over vrouwen die masturberen tijdens de bevalling en nam zich...
Lees verder