De Opvoedpoli (deel 12): “Hij zal toch geen autisme hebben?”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 11 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 12: ja ja, daar is ie dan, het pictogrammenbord.

Met een lichte knoop in mijn maag fiets ik naar de Opvoedpoli. Gisteren heb ik op internet een berichtje gelezen dat kinderen van wie de moeder antidepressiva tijdens de zwangerschap heeft geslikt, meer kans hebben op autisme. Lekker dan, ik ben namelijk die vrouw die volop cipramil  gebruikte toen ik in verwachting was. Het bericht viel ook nog eens samen met een moment waarop Max wederom zulk heftig gedrag liet zien dat ik tegen Reinier zei: “Hij zal toch geen autisme hebben?” Onze zoon deed namelijk heel erg moeilijk tijdens het avondeten en toen wij dat gedrag later analyseerden kwamen we erachter dat hij het waarschijnlijk slecht trok dat we in plaats van in de keuken in de eetkamer aten. Veranderingen, hij kan er slecht tegen, en aangezien ik weleens gehoord heb dat dat een kenmerk van autisme is, zat mijn hart meteen in mijn keel toen ik dat bericht over de antidepressiva las.

Als Reinier en ik plaatsnemen op de stoelen van de spreekkamer van de Opvoedpoli steek ik meteen maar van wal. Of de therapeut ook vermoedt dat Max autisme heeft. Nee, zegt ze, op basis van wat ze gezien heeft, denkt ze dat niet. Bovendien is het normaal voor peuters dat ze slecht tegen veranderingen kunnen. Ik haal opgelucht adem. Vandaag gaan we het over grenzen aangeven hebben. Ik heb een briefje bij me waarop staat wat ik echt graag anders zie. Bovenaan staat: niet uren doen over het naar bed brengen van Max. Het is een hot topic bij ons momenteel. De afgelopen avonden kostte het standaard twee of tweeënhalf uur om Max naar bed te brengen. Werkelijk alles weet hij tot in den treuren te rekken, hij manipuleert je waar je bij staat. Nog even door het huis rennen, nee straks pas een luier om, nee nog één boekje, nee geen pyjamabroek aan, nee niet tanden poetsen, ok tandenpoetsen, maar dan wel als een dinosaurus, nee geen blauwe dinosaurus, maar een rode dinosaurus, nee mama, je doet het niet goed. Als wij er echt helemaal klaar mee zijn en op een gegeven moment zeggen: “Max, het is nu negen uur, het is echt heel laat, we leggen je nu in bed” gaat hij zo hard krijsen en schoppen en slaan en schuimbekken dat we denken: “Krijgt dit kind nou werkelijk een epileptische aanval of wat?” Ten einde raad hebben we hem laatst maar bruut in bed gezet, gezegd dat hij nu echt moest gaan slapen en de deur dichtgedaan. Het huilen hield aan, hij kwam nog een keertje uit bed, ik heb hem weer teruggelegd en toen viel hij in slaap. Het was inmiddels kwart voor tien en Reinier en ik waren kapot.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

“Hebben we het goed gedaan?”, vragen we de therapeut. Ze knikt. Ja, we hadden het niet anders kunnen doen dan dit. Max reageerde niet meer op woorden en dus was dit een daad die gesteld moest worden. Onze vraag is echter wel: “Hoe komt het nu dat het zo moeilijk is om Max de laatste tijd in bed te krijgen?” Het lijkt wel alsof er steeds weer iets nieuws is waardoor hij van de leg raakt. De therapeut vraagt naar het ritme van onze avonden. We vertellen: Max wordt opgehaald van de crèche, Max krijgt wat drinken, dan mag hij even iPad kijken, dan komt pappa thuis en gaan ze even stoeien, dan gaan we eten, dan gaat hij in bad, dan mag hij even rennen in zijn blootje, dan pyjama aan, dan boekjes lezen, dan tandenpoetsen, dan ritueel met Mickey Mouse (lang verhaal!) en dan in bed. De therapeut gaat heel minutieus in op elke stap. Het is bijvoorbeeld goed om dat Reinier, als hij thuiskomt, eerst even naast Max gaat zitten om met hem te praten over wat hij op de iPad heeft gezien, om in zijn belevingswereld te klimmen. We kijken elkaar aan: dat doen we inderdaad nooit. Verder zegt ze dat stoeien voor het eten niet echt heel handig is, aangezien dit een te grote activiteit is om daarna weer rustig aan tafel te gaan zitten. Beter kan Reinier Max meenemen naar de keuken en enthousiast maken om samen de tafel te dekken. Zo wordt hij al voorbereid op het feit dat we daarna gaan eten. Reinier en ik vinden het een briljante oplossing. Wederom: zo simpel, maar bedenk het maar.

De therapeut geeft ons nog een paar tips over de opbouw naar het slapen gaan (kan het rennen niet voor het badje in plaats van erna, want het badje moet juist ook zorgen voor loomheid en van het rennen gaat zijn adrenaline weer omhoog). “Ook heel handig zou een pictogrammenbord kunnen zijn”, zegt ze. Ik moet een beetje lachen en leg uit dat dat zo ongeveer het eerste is wat ik van mensen hoorde toen ik vertelde dat ik naar de Opvoedpoli zou gaan. “Oh, dan krijg je vast een pictogrammenbord” Ik weet niet precies waarom, maar klaarblijkelijk vinden mensen dat passen bij kinderen die af en toe lastig gedrag vertonen. De therapeut legt uit hoe we Max met een pictogrammenbord kunnen voorbereiden op wat er gaat gebeuren. Zo kunnen we voor elke activiteit een plaatje kiezen die we op het bord plakken, zodat hij weet wat er staat te gebeuren. Mijn man en ik kijken elkaar weer aan en ik weet dat we hetzelfde denken: “Dit kan wel eens een heleboel gaan schelen!”

De sessie is alweer afgelopen en Reinier zegt: “Maar we zouden het toch nog over grenzen stellen hebben?” De therapeut antwoordt: “Ja, weet je, Reinier, je moet echt beseffen dat een heleboel dingen hebben te maken met voorbereiding. Tachtig procent van het gedrag is aan te sturen in de voorbereiding en misschien twintig procent kun je forceren door grenzen te stellen. Voorbereiding is het belangrijkst en daarom hebben we deze sessie uiteindelijk daaraan besteed.” We stappen de spreekkamer uit, wensen de therapeut hele fijne feestdagen en als we thuis zijn gaan we meteen het internet op om een pictogrammenbord te bestellen. Heel benieuwd of dat gaat helpen!

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”

 

Geschreven door
More from Femke Sterken

Femke had 5 voornemens toen ze moeder werd. Ze mislukten allemaal

Toen Femke net bevallen was van Max had ze een heleboel voornemens....
Lees verder