De opvoedpoli (deel 7): Een onverwachte sessie relatietherapie

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 10 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 7: Reinier en Femke krijgen een onverwachte sessie relatietherapie.

Vorige week kwam Reinier niet opdagen en nu is hij te laat. Het is vijf over half één en ik zit te nagelbijten. “Zullen we maar beginnen?”, vraagt onze therapeut en ze wijst naar de kamer waar we altijd onze gesprekken voeren. We hebben het nog even over hoe het de afgelopen week ging. Ik ben moe, vertel ik. Maar het gaat ietsje beter met Max. De strijd is gehalveerd. Ik probeer, om in thermometertaal te spreken, in groen te blijven en niet te snel naar oranje en rood door te slaan.

Godzijdank komt Reinier binnenlopen. Opgelucht haal ik adem. “Waar was je nou?”, vraag ik. “Probleempje op mijn werk. Moest ik even fixen.” Ik zucht. De therapeut vraagt: “Als Reinier nu niet gekomen was, waar had jij dan gezeten in je emotie-thermometer?” Ik wijs direct op rood en leg uit dat ik het onbegrijpelijk vind dat je de ene week een afspraak vergeet en de week erop te laat komt. “Er was een probleempje op mijn werk”, zegt mijn man weer. Ik geef aan dat ik vind dat dat niet altijd een geldige reden is: “Soms moet je je prioriteiten anders stellen. Ik zou het in ieder geval anders aanpakken.” Reinier kijkt inmiddels van me weg, hij staart naar buiten. De therapeut spreekt hem erop aan. “Hoor je wel wat Femke zegt?”, vraagt ze. “Ja hoor”, zegt hij, “ik weet ook wel dat ze dat vindt.” Ik vul hem aan: “Hij vindt me nu hysterisch.” Reinier knikt. De therapeut zegt: “Maar snap jij dat het op Femke over kan komen alsof je het niet belangrijk vindt dat je hier bent? Laat ik het anders vragen: is het echt belangrijk voor jou om hier te zijn?” “Natuurlijk”, zegt Reinier.

Ik vertel over gisteravond: het bad- en bedritueel met Max. Het ging aardig goed. Terwijl ik de keuken opruimde en de was ophing, was het de bedoeling dat Max schoongewassen in zijn pyjama, via een boekje in bed terecht zou komen. Maar dat duurde weer een stukje langer dan je hoopt. Het jongetje heeft de neiging om alles tot in den treuren te rekken. In bed (nee), uit bad (nee), stop je nu even met in je blootje rondrennen (nee), we gaan even aankleden (nee), je moet echt een luier om (nee), welk boekje wil je lezen (nee), we hebben nu vijf boekjes gelezen, het is genoeg (nee), we gaan je tandjes poetsen (nee), we gaan nu ‘slaap kindje slaap zingen’ (nee), we houden de deur open, schatje (nee), we doen de deur dicht (nee). Het kostte zeker anderhalf uur voordat hij erin lag. Ik prees Reinier naderhand dat hij zo ongelofelijk rustig (GROEN!) was gebleven, maar toen we later op de bank zaten wilde ik het er toch even over hebben hoe we dit konden reduceren. Reinier schoot meteen in de verdediging: “Jij vindt dat ik het weer niet goed doe. Jij wil altijd maar meer. En sneller. Misschien is dit wel het hoogst haalbare met een tweejarige.” Zodat ik zei: “Schat, we hebben het er morgen op de Opvoedpoli wel over.”

Dat is dus nu. De therapeut hoort mijn verhaal aan en laat zien dat, hoewel ik het niet zo bedoel, Reinier inderdaad het idee kan krijgen dat ik hem dingen verwijt, maar dat Reinier ook moet willen luisteren naar mij. Dat hij dus niet halverwege zijn oren dicht moet doen, omdat hij me hysterisch vindt. En dat het niet gek is om naar het afbouwen van de bad-bed-tijd toe te werken, maar dat ik niet te snel moet willen. We zijn nu inderdaad uit de grootste crisis, die vorige week gaande was, en van daaruit kunnen we stapje voor stapje verder bouwen.

Communicatie, zo ongeveer alles kun je daar op terugvoeren. Dat blijkt ook deze dag maar weer. We stappen naar buiten en slaan de armen om elkaar heen. “Ik vind je hysterisch, maar ook heel lief hoor!”, zegt Reinier. Ik lach: “Ik vind jou niet altijd een ongeïnteresseerde lul hoor. Soms luister je ook wel.” We geven elkaar een kus en gaan ieder onze weg. Het werk wacht weer. Op de fiets hijg ik uit. Het gaat met horten en stoten, maar ik voel dat we ergens gaan komen.

Lees ook alle andere delen van De Opvoedpoli:

Deel 1: Als je met je peuter naar de opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4:
“Jullie zoon heeft een regulatiestoornis.”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik toch nog te janken.”

Geschreven door
More from Femke Sterken

22 Dingen die ouders van jonge kinderen denken op 4 mei

Dodenherdenking. Vroeger, pré-moederschap, deed Femke er elk jaar trouw aan mee, maar...
Lees verder