De Opvoedpoli (deel 9): “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 11 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 9: “Welke dingen vinden jullie écht niet kunnen?”

Het wordt al een routine om naar de Opvoedpoli te gaan. Een baken van rust waar Reinier en ik onze strubbelingen met onze zoon wekelijks neer kunnen leggen. Het gaat beter, maar er zijn nog genoeg situaties waarin we volledig onthand zijn. Dat laatste lijkt echter minder zwaar te wegen, omdat we weten dat er een moment in de week is dat we het kwijt kunnen. Dat we het bespreken en een analyse trekken: waarom ging dit zo mis?

Het eerste punt van onze sessie deze ochtend is het gedrag van onze zoon tijdens een weekendje Disneyland. Hij verloor zijn hoofd er totaal. We liepen het park door met een ander kindje en dat ging in het begin aardig, maar na verloop van tijd kreeg hij toch weer enorme rag- en aanvalneigingen. ’s Avonds in het hotel, toen we even moesten wachten voordat we het restaurant konden binnenlopen, rende hij naar een groepje kinderen en begon zo hard te brullen, dat ze allemaal bang wegrenden. Meisjes van zes, op de loop voor een jongetje van twee. Toen ik hem optilde en met hem langs een rij kinderen liep, leunde hij naar achter, draaide zich om en gaf pats, pats, pats, drie achtjarigen een klap op hun hoofd. Vervolgens kon hij in het restaurant niet stil blijven zitten in zijn stoel en begon met het bestek op tafel te trommelen en servetten op de grond te smijten. Tja, ik weet dan echt niet wat ik moet doen. Reinier en ik vertellen de opvoedpoli-therapeut dat we deze outburst van emoties maar even geparkeerd hebben onder het kopje: ‘Net Iets Te Jong Voor Dit Soort Uitstapjes Met Teveel Indrukken’. Ze knikt. Ik denk dat ze daarmee bedoelt dat we het goed gezien hebben.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Want verder gaat het redelijk, moet ik zeggen. Laatst heb ik zelfs een kwartier lang mijn nagels zitten lakken, terwijl Max zelf, alleen en heel zoet zat te spelen in zijn kamer. HOERA! Het enige waarmee ik momenteel bezig ben is: rust, rust, rust. Zodra er gehaastheid het huis binnenkomt, reageert Max daarop door dwars te doen.

Gaandeweg komen we er steeds meer achter dat onze zoon met name moeite heeft met overgangen: van de crèche naar huis kan leiden tot een drama, als er iemand weggaat: drama, als hij terugkomt van zijn opa en oma: drama, als hij naar de crèche moet: drama. De therapeut legt uit dat we onze focus moeten leggen op een goede voorbereiding: alles zoveel mogelijk doorpraten, zodat Max weet waar hij aan toe is. Zoals laatst. Oma had een uurtje opgepast en oma ging weer weg. Max was het daar niet mee eens en toen oma vooroverboog om hem een kus te geven, krabde hij haar zo in het gezicht. Ik sta dan echt met mijn bek vol tanden. Hoe háált dat kind het in z’n hoofd? Maar de therapeut liet me zien dat het voor een kind soms minder duidelijk is dan voor volwassenen wat er precies gebeurt en dat hij dan reageert uit een impuls, uit frustratie en onbegrip. In het geval van de vertrekkende oma hadden we beter al vijf minuutjes voor haar vertrek kunnen zeggen: “Oma gaat zo weg. Misschien moet je oma nog even een extra dikke knuffel geven en dan gaan straks we heel hard naar het raam rennen om te zwaaien, vind je dat leuk?” Elke keer besef ik weer: het is allemaal niet zo moeilijk, maar het vereist wel een omdenkroute voor ons. Vanuit ons  eigen hoofd in het hoofd van ons kind gaan zitten.

We verlaten dit keer het pand van de Opvoedpoli met een opdracht: welke drie dingen vinden we écht niet kunnen? De volgende stap in het proces is om heel duidelijke grenzen te gaan stellen en ook te gaan werken met de welbekende ‘time-out’. Max is over het algemeen zo vaak dwars dat we de neiging hebben de hele dag: “Nee, dat mag niet” en “wil jij in de hoek?” tegen hem zeggen. En dat werkt dus niet, is me duidelijk geworden. We moeten keuzes maken: wat kan wel door de beugel en wat niet? Ik krijg er buikpijn van, want ik heb geen idee hoe ik de selectie moet gaan maken. En ik vrees ook dat hij die time-out nooit gaat pikken. Als we Max momenteel in de hoek zetten, vindt hij het gewoon leuk. We lopen richting deur en ter afscheid geef ik de therapeut een hand: “Drie vind ik wel weinig hoor, is vijf ook goed?” Ze lacht en zegt stelling: “Eerst maar eens drie.” Ik verzucht: “Niet te doen.”

Lees ook alle vorige delen van ‘De Opvoedpoli’:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”

Geschreven door
More from Femke Sterken

15 Heel herkenbare stappen als je een peuter straf probeert te geven

De theorie klinkt echt prima: op de strafplek, even afkoelen en dan...
Lees verder