“Je hebt gewoon een temperamentvol kind! Accepteer het!”

Femke en haar man liepen ooit met hun pittige peuter Max bij de Opvoedpoli. Sindsdien is er veel gebeurd. Positieve dingen, maar ook negatieve. Femke schakelde een onafhankelijke kindertherapeut in om die haar licht te laten schijnen over de situatie. Is Max ‘gewoon’ een heftige peuter of moet er zo langzamerhand gezocht worden naar een diagnose? Dit schreef ze er toen over; 

Wij hebben onze sessies bij de Opvoedpoli afgesloten met het idee: we kunnen het nu redelijk aan met onze zoon, we hebben de tools die nodig zijn en we kijken het aan totdat hij naar school gaat. Ja, het is een heftig kind, maar hij is momenteel nog niet overduidelijk een adhd’er of een autist. Maar…dat betekent niet dat hij het niet is. De Opvoedpoli gaf aan dat ze het nog te vroeg vinden om na te denken over een stempel voor Max. In hun ogen is het een goed idee om hem zijn peuterpuberteit nog ten volle te laten uitrazen en dan te kijken wat er overblijft als het stof is nedergedaald.

LEES OOK: Temperamentvolle kinderen: dit zijn de voor- en nadelen

Sinds ik openlijk schrijf over mijn worsteling met Max, krijg ik van alle kanten harten onder de riem gestoken. En ook: veel adviezen. Vaak van mensen die zich herkennen in mijn situatie. Vaak mensen die een paar jaar verder zijn en inmiddels een diagnose van het één of het ander hebben. Vaak is die diagnose adhd of iets in het autistisch spectrum. Nee, dat vind ik niet makkelijk, want het brengt me aan het twijfelen. Moet hij dan toch een stempel krijgen? Is er iets over het hoofd gezien? Een collega raadde me aan om naar een onafhankelijke kinderpsycholoog te stappen. Ik was er nogal huiverig voor omdat ik per se niet weer in een heel traject met twaalf praatsessies en vier videointeracties wilde belanden. Volgens mijn collega zou dat met deze kinderpsycholoog totaal niet aan de hand zijn. Dus ik ging.

Het was een heerlijk, lichte, gloednieuwe praktijk waar pure rust heerste. Een heel ander verhaal dan de Opvoedpoli. De kinderpsycholoog had zich goed voorbereid door de eindevaluatie van de Opvoedpoli te lezen, liet mij mijn verhaal vertellen en stelde een paar gerichte vragen. Toen ze het verhaal helder had, zei ze: “Maar Femke, wat wil je van mij?” Ik legde haar uit dat ik zeker niet weer met mijn kind in therapie wilde, maar dat ik het fijn vond als zij, als onafhankelijk persoon, haar licht zou kunnen schijnen over onze situatie. Hebben mijn man en ik genoeg geleerd om Max goed te kunnen opvoeden? Hoe keek zij naar de situaties die ik beschreef? Dacht zij dat ze ons nog iets nieuws te bieden zou kunnen hebben? En tot slot: had zij het idee dat dit kind een traject van diagnose-stelling in moest?

De psycholoog haalde diep adem en begon te praten. Ze zei dat ze vond dat Reinier en ik al heel veel handvatten gekregen hebben van de Opvoedpoli. Dat we in haar ogen goed bezig zijn met afleiden, met consequent zijn, met elkaar aflossen als iemand het even niet meer trekt en dat zij nu al kon vertellen dat het precies zou zijn wat zij ons geleerd had als wij in eerste instantie bij haar hadden aangeklopt. Ze zag er geen nut in dat we nu weer eenzelfde traject bij haar zouden starten, want “Ik kan jullie echt geen magische truc leren waardoor dit kind minder temperamentvol zal worden.”

Volgens de psycholoog was de belangrijkste stap, die met name ik heb moeten zetten, dat ik mijn woede over het feit dat mijn snoezelbaby ineens een terrorpeuter bleek, heb laten gaan. “Je hebt een temperamentvol kind. Accepteer het. Hij zal misschien iets minder heftig worden als hij peuter-af is, maar het blijft iemand die snel gefrustreerd is. Die wil dat de dingen gaan op zijn manier. Die moeite zal hebben met veranderingen. Daar kun je echt wel vanuit gaat.” Een diagnose was nog niet nodig, zo gaf ze aan. “Eerst maar eens kijken hoe het straks op school gaat. Wie weet gaat hij moeiteloos op in zijn klas, vindt hij het hartstikke leuk en zie je dat ook thuis terug, maar het zou ook heel goed kunnen dat hij ook dan tegen moeilijkheden aan gaat lopen. En op dat moment zou je verder kunnen gaan kijken. Is er misschien meer aan de hand?” Op mijn vraag of het überhaupt nog mogelijk is dat er NIETS aan de hand is, antwoordde ze volmondig JA. En dat was eigenlijk alles wat ik nodig had om me op dit moment zeker in mijn schoenen te voelen staan.

Ik moet zeggen, sindsdien gaat alles beter. Ik heb mijn koers (eindelijk) bepaald en ik laat me niet meer van de leg brengen. Niet door een schuimbekkende zoon, die gewoon af en toe behoefte heeft op languit te gaan op de vloer van de Albert Heijn en niet door de goegemeente die mij aan willen praten dat mijn zoon een mafklapper (copyright Vala van den Boomen) is. We gaan zien waar het leven ons brengt, maar eigenlijk…heb ik er best vertrouwen in dat het goed komt.

Lees ook: Nee, je wordt niet gek.. (je kind is PEUTER)

Geschreven door
More from Femke Sterken

Dé methode om je kind niet te laten storen als jij met iemand in gesprek bent!

Soms, als Femke aan de telefoon is of zit te kletsen met...
Lees verder