De Opvoedpoli (deel 10): “Ik kneep hem in zijn kleine armpje…”

Opvoedpoli
Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 11 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 10: Samen met opa en oma bij de Opvoedpoli (en over hoe killing een bezoek aan de Hema is met een peuter).

Reiniers ouders zitten al te wachten als wij aan komen lopen bij de Opvoedpoli: Max’ opa en oma.  Zijn veilige haven voor als wij aan het werk zijn en hij niet naar de kinderopvang gaat. Het huis van opi en omi is zijn tweede thuis. Zodra hij er over de drempel stapt, loopt hij meteen naar zijn garage, hij heeft er zijn eigen bedje en weet precies hoe de afwasmachine werkt. Maar ook opi en omi lopen geregeld tegen zijn ‘buien’ aan en daarom dachten we dat het goed zou zijn om met zijn vieren om de tafel te zitten. Om het erover te hebben wat moeilijke situaties zijn en wat we dan doen.

We beginnen deze sessie door te vertellen over de stappen we al gemaakt hebben. Over het besef dat inmiddels is ingedaald: dat als wij geïrriteerd en boos worden (en in thermometertaal in ‘rood’ gaan zitten) Max ook extra opgewonden en boos wordt. Dat het dus belangrijk is om altijd rustig te blijven en niet te gaan schreeuwen, hoe moeilijk dat ook is. Reiniers moeder zit driftig mee te pennen in haar schrijfblokje en Reiniers vader zit te knikken.

Ik haal een praktijkvoorbeeld van de afgelopen week aan. Samen met Max ging ik naar de Hema om een dekbedje voor hem te kopen.  Fietsend richting de wijk De Pijp, begon mijn zoon heerlijk van links naar rechts te bewegen, keihard, en toen ik hem verzocht te stoppen, vond hij het een goed idee om met zijn voetjes tegen mijn rug aan te gaan trappen. “Hou op, Max”, zei ik een paar keer. Ik duwde zijn beentjes met mijn ene hand weg, terwijl ik mijn andere hand aan het stuur hield en over de drukke Amsterdamse straten slingerde. Max hield echter niet op, ging alleen maar harder bewegen, harder trappen en ik werd, ja het spijt me, toch kwaad. Ik zette de fiets langs de weg, keek mijn kind aan en zei: “Max, dit is heel gevaarlijk wat jij doet. Je moet echt stil blijven zitten, anders vallen we om en komen we onder een auto of onder een tram.” Mijn zoon keek me schuldbewust aan en antwoordde: “Ok, mamma”. Ik stapte weer op…en hij begon meteen weer met duwen en bewegen.

Hortend en stotend kwam ik aan bij de Hema. Mijn zoon was natuurlijk ook in de winkel niet te hanteren, trok twee houten treinen uit de schappen, duwde een jongetje van zijn eigen leeftijd tegen de grond en rende de hele tijd van me weg. Ik wist heel snel een dekbedje ergens vandaan te rukken en trok Max aan zijn handje mee naar de kassa. Daar ging ik door mijn knieën en legde hem uit dat we even moesten wachten tot we gingen betalen. Max rende meteen weer weg en dit herhaalde zich vijf keer. Vijf keer stapte ik uit de rij van de kassa om achter mijn zoon aan te rennen. Uiteindelijk begon ik te schreeuwen: “Nou ga jij even meewerken, want ik ben dit helemaal ZAT!” Ik meende een paar andere moeders meewarig in mijn richting kijken. Schaamte overviel mij. “Waarom doe ik dit zo baggerrrrr?” vroeg ik me af.

Terug op de fiets hield Max zich wederom niet rustig. En het begon ook nog te regenen. Daar reed ik dan: met een kinderdekbed voor in mijn bak, een bloedirritant kind achterop in een lichte bui die langzamerhand veranderde in een stortbui. Niet echt een moment waarop je het moederschap omarmt. Toen Max me wachtend voor het stoplicht ineens een keiharde schop in mijn rug gaf, was mijn geduld echt op. Ik kneep hem in zijn kleine armpje en zei: “Het is klaar nu!” Keihard begon hij te huilen. Heel even voelde ik medelijden, maar ergens was ik ook opgelucht, want de rest van de weg zat mijn zoon stil.

We nemen de situatie door, tijdens deze donderdagochtendsessie. De therapeut vraagt aan Reiniers vader hoe hij het aangepakt zou hebben. Hij denkt na en zegt: “Laatst gebeurde er iets soortgelijks en toen heb ik de fiets langs de kant van de weg gezet en gezegd dat we niet verder zouden rijden als Max zo bleef doen.” Reiniers moeder zegt: “Ja, maar dat kun jij ook doen omdat je tijd hebt. Die hebben Femke en Reinier veel minder” Ik snap wat ze zegt, maar ik denk nu wel: beter even langs de kant van de weg staan dan gehaast in zo’n knijpsituatie terecht komen. De therapeut kinkt goedkeurend als ik dit zeg.

Ik vraag haar hoe ik het in de Hema anders had kunnen doen. Hoe ik ervoor had kunnen zorgen dat Max daar niet zo uit zijn plaat ging. Ze legt me uit hoeveel indrukken zo’n winkel heeft voor een kind van bijna drie. En dat echt alles ‘m zit in voorbereiding. Dat ik de rit naar de Hema leuker had kunnen maken voor mijn zoon door te zingen of door rode auto’s te tellen. En dat ik hem in de Hema bij de hand had kunnen nemen en hem had kunnen betrekken bij het boodschappen doen. “Zie jij een trui, Max?” “Zie jij kaarsjes?” “Kijk, Max, daar liggen de dekbedjes…kies jij een overtrek uit?” “Draag jij het overtrek?” Ik ben verantwoordelijk voor het in banen leiden van zijn energie. Ik vraag: “Maar dan staan we bij de kassa en dan begint ie ineens te schreeuwen tegen een ander kindje, wat doe ik dan?” De therapeut zegt: “Dat is zijn manier om contact te maken. Wat je dan doet is door je knieën gaan en zeggen: wat een leuke jongetje, he? Zullen we hallo tegen dat jongetje zeggen? En als dat goed gaat hem vooral veel prijzen en het nog een keer proberen, bij een ander kindje”

Er vallen ongelooflijk veel kwartjes bij me deze sessie en ook bij Reinier en zijn ouders zie ik luikjes open gaan. Als we naar buiten stappen beloven we elkaar om vaker soortgelijke gesprekken aan te gaan en ook afspraken te maken die voor ons allemaal gelden. Een paar uur later haal ik Max van de kinderopvang. Als ik naast hem sta op de groep Olifant, komt er een meisje van anderhalf aangehobbeld. Ik zie Max al een beweging maken om haar een duw te geven. Razendsnel ga ik door de knieën en zeg: “Wat een lief meisje he Max? Zullen we samen hallo tegen haar zeggen?” Max zegt: “Halllooooo”. Ik vraag: “En zullen we haar knuffelen?” Max slaat zijn armpjes om haar heen. Ik zucht van opluchting. Hij leert het wel. Godzijdank.

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

Zo voed ik op: ‘Ik vind: met zelfredzaamheid kun je niet vroeg genoeg beginnen’

Elke week op Me-to-We: een moeder over haar opvoedmethode in de serie...
Lees verder