De Opvoedpoli (deel 14): “We zijn bang voor onze driejarige zoon”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (3 jaar) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 14: De Grote Evaluatie.

Daar zitten we dan weer. In hetzelfde kantoortje waar we zaten toen we voor het eerst op de Opvoedpoli kwamen. Tegenover ons zitten onze wekelijke coach/therapeut en de kinderpsycholoog. Vandaag gaan we bespreken hoever we zijn in de struggles met onze zoon. Reinier en ik zijn goed geluimd, zoals altijd als we twee prima dagen met Max achter de rug hebben. Er is momenteel betrekkelijke rust tussen ons en ons kind en ook tussen ons als ouders. Het voelt als een wankel evenwicht, omdat er zomaar weer iemand zijn kont tegen de krib kan gooien, maar je moet pakken wat je pakken kan, niet waar? Ieder moment van gezinsgeluk koesteren.

De psycholoog vraagt hoe we vinden dat het gaat. We beginnen te ratelen over alle ‘tools’ die we mee hebben gekregen en in hoeverre dat werkt. Af en toe doe ik voor hoe de dagelijkse praktijk is door er een toneelstukje van te maken en de sfeer is ontspannen. Er wordt gelachen, Reinier en ik geven elkaar complimenten over ons aanpassingsvermogen en we krijgen juichend applaus van de therapeut en de psycholoog. Ze vinden dat we het toch maar snel hebben opgepakt. Ik vind dat wel meevallen, zeg ik, we lopen hier al een halfjaar. Maar de hulpverleners vinden dat ik er te makkelijk over hebt gedacht en zeggen dat veranderingen niet in weekje plaatsvinden. Dan komt de psycholoog met De Evaluatielijst. Die heb ik al eerder in mijn leven voorbij zien komen. Toen ik zelf in therapie was. Psychologen houden van meten en zaken cijfers geven. In hoeverre vertoont Max agressief gedrag?, vraagt de psycholoog. Ze wil dat we een cijfer geven van vóórdat we bij de Opvoedpoli kwamen en erna. Reinier en ik zijn vrij eensgezind als we zeggen: “3 à 4 toen we begonnen en momenteel 6” We krijgen nog meer vragen. “In hoeverre heeft Max extreme woedeaanvallen?” Weer zijn we het eens: “Het was een 2 en is nu wel een 6,5”

Zo gaan we nog even door totdat we uitkomen bij de vraag: “In hoeverre lukt het ouders om Max duidelijke grenzen te stellen”. Beschroomd moeten we toegeven dat het een 2 was en nu misschien een 3, maar zeker niet meer. Onze begeleidende therapeut begint meteen driftig te knikken. Ik zeg: “Ja, dat is nu nog ons laatste echt grote probleem. Reinier en ik kunnen het gewoon niet goed eens worden over wat we Echt Niet vinden kunnen en dan laten we het maar weer een beetje gaan.” Onze therapeut vult aan: “Tsja, ik merk tijdens de sessies ook dat jullie niet zo goed durven; grenzen stellen.” De psycholoog vraagt: “Hoe komt dat?” In koor antwoorden Reinier en ik: “Omdat we bang voor Max zijn.” We lachen erbij, maar het is duidelijk dat er een kern van waarheid in zit. We zijn gewoon bang dat ie keihard gaat krijsen als we hem verbieden om ooit nog uit de fles te drinken, we zijn bang dat hij gaat bijten en slaan als we zeggen dat hij niet meer iedere dag op de iPad mag, we zijn bang dat hij zijn bord omkeert als we zeggen dat hij aan tafel moet blijven zitten totdat zijn bord leeg is. Reinier zegt: “Weet je wat het is? We weten het zelf ook niet zo goed.” Ik knik: “Ja, we weten niet precies waarom we per se willen dat hij van die fles af moet. Als hij het nou lekker vindt om ermee in slaap te vallen…tsja…moeten we daar dan moeilijk over doen? En als hij geen honger meer heeft…moeten we hem dan dwingen om zijn bord leeg te eten en aan tafel te blijven zitten? Vroeger leken dit allemaal zulke simpele dingen, maar nu zijn we erover in dubio.”

Ik vervolg mijn verhaal: “Waarschijnlijk heeft het er ook mee te maken dat Reinier en ik zelf uit twee zulke verschillende gezinnen komen. Hij uit een vrij gezin, ik uit een vrij strikt gezin…ik merk dat we beiden nog hangen aan wat we van huis uit hebben meegekregen, zonder dat we weten of we het daar ook mee eens zijn.” Onze begeleidende therapeut en de psycholoog bekijken ons nadenkend en dan zegt de therapeut: “Ik vind dat jullie goed op weg zijn. Alleen heeft het grenzen stellen nu echt prioriteit. Volgens mij is het belangrijk om op zoek te gaan naar jullie gezinscultuur. Wat vinden jullie nu echt belangrijk? Zonder dat je denkt aan wat anderen vinden.” Mijn man en ik kijken elkaar aan. “Jeetje”, zeg ik, “Dat is een goeie. Wat is onze gezinscultuur? Ik meet het altijd af aan wat ik denk dat moet of hoort, nooit aan wat ik zelf wil.” Reinier schudt zijn hoofd en zegt: “Wederom zo iets simpels wat jullie zeggen, maar wij hadden het nog niet bedacht. Onze gezinscultuur….ja, die hebben we gewoon nog niet.”

De sessie is afgelopen en stilzwijgend lopen we naar buiten. Met een licht hoofd vol goede ideeën.

Lees ook alle vorige delen van de Opvoedpoli:

Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”
Deel 10: “Ik kneep hem in zijn klein armpje…”
Deel 11: “Ik denk dat ik hem niet genoeg vertrouw.”
Deel 12: “Hij zal toch geen autisme hebben?”
Deel 13: “Misschien moeten we er maar mee stoppen.”

Geschreven door
More from Femke Sterken

Opvoed shortcuts die moeders nemen (maar waar ze niet over praten…)

Voordat ze Max kreeg, had Femke een vastomlijnd idee van hoe ze...
Lees verder