De Opvoedpoli (deel 16): “Ik hoop dat Max ooit begrijpt dat ik hem niet weg wilde zetten als ‘vervelend kind'”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (3 jaar) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 16: Een week rust en even tijd voor reflectie over de Opvoedpoli-serie.

Het gaat beter met ons en Max. Niet gigantisch goed, maar beter. We hebben een heel fijn weekend zonder noemenswaardig incidenten achter de rug, maar gisterochtend was het weer even drama om Max naar de kinderopvang te brengen. Gillen, krijsen, schoppen. Om vervolgens weer heel erg zoet te zijn bij het ophalen. Zoals gezegd: Ups en downs.

We gaan de komende tijd minder frequent naar de Opvoedpoli, om precies te zijn: om de week. Er moeten nog een paar dingen behandeld worden: het daadwerkelijk grenzen stellen en bepalen waarvoor wij als ouders nu écht staan. De afspraken zijn nu om de week op de woensdagavond gepland, wat mooi uitkomt, want dat geeft ons de kans om daarna uiteten te gaan en het er nog eens over te hebben. We verbazen ons er trouwens over hoeveel werk er in ons gestopt wordt (dit alles wordt vergoed), maar we zijn er ook heel dankbaar voor. Zonder de Opvoedpoli was er nu in elk geval al één iemand (Reinier óf ik) aan onderdoor gegaan, vrees ik.

Tijdens deze ‘rustweek’ wil ik graag ook even terugblikken op wat de Opvoedpoli-serie teweeggebracht heeft. Het is ongelofelijk hoeveel mails ik van lezers heb ontvangen die met exact dezelfde problematiek kampen. Vaak moeders en vaders die het lastig vinden om daarover met anderen te praten uit angst dat ze worden weggezet als ‘slechte en incapabele ouders’. Ik vind het heerlijk om te lezen watvoor reacties jullie allemaal posten onder de facebookblogposts, want het geeft mij heel veel steun om te weten dat ik niet alleen sta in mijn strijd. Toch blijken er ook nog aardig wat lezers te zijn die niet helemaal begrijpen waarmee ik bezig ben. Ze zetten me weg als slechte moeder omdat ik mijn kind te kijk zet. “Wat moet Max ervan denken als hij later leest hoe zijn moeder over hem heeft geschreven?” of “Je schaadt de privacy van je kind” of “Je kind is peuter, hij kan er niks aan doen dat hij nu zo is. Jij bent zijn moeder en jij moet hem opvoeden en hem niet beschrijven als onhandelbaar. Dat is zielig” zeggen ze. Ik snap dat mensen kritiek op mij kunnen hebben en daarom wil ik het toch nog eens uitleggen.

Mijn missie als journalist/schrijver/blogger is (onder andere) om te schrijven over de dingen die enigszins moeilijk liggen. Ik was ooit depressief, zit al vijftien jaar aan de antidepressiva en waar anderen dat een beetje binnenskamers houden, koos ik ervoor om er breeduit over te schrijven. Omdat ik weet dat ik niet de enige ben en mensen wil laten zien dat ze niet alleen zijn. Omdat ik weet dat er mensen zijn die zich ervoor schamen en omdat ik die schaamte wil wegnemen. Depressie is een ziekte, net zoals diabetes dat is.
Dat ik moeite zou krijgen met het opvoeden van een peuter, had ik niet aan zien komen. Ik was echt een superrelaxte moeder toen Max een baby was, ik heb zelf in de kinderopvang gewerkt, dus piece of cake, zou je denken. NOT. Het voelt heel stom om niet in staat te zijn je peuter goed af te richten, maar het is eigenlijk nog stommer als je dat niet durft toe te geven en geen hulp in durft te roepen. En dat laat ik met deze Opvoedpoli-serie op me-to-we zien. Opvoeden is niet iets wat vanzelfsprekend goed gaat. Ik ben op sommige gebieden een geslaagd persoon, sommige dingen kan ik van nature, maar sommige dingen ook niet. Dit is er een van. En ik weet nu, door alle reacties die ik kreeg, dat ik ook hierin niet de enige ben.

Ja, ik schrijf over mijn zoon. En die zoon is nog heel klein en heeft daar geen zeggenschap in. Ik kan dit voor mezelf rechtvaardigen, omdat ik vind dat er niets is waarvoor hij zich hoeft te schamen. Hij is ‘gewoon’ een pittige peuter en wij, jonge/drukke ouders, moeten leren daarmee op een goede manier om te gaan. Mocht hij dit later lezen dan hoop ik dat hij begrijpt dat ik hem niet weg wilde zetten als een ‘vervelend kind’, maar dat ik de openheid wilde hebben om aan de wereld te laten zien dat je gewoon mag zeggen: ‘Ik kan dit even niet. Ik heb hulp nodig bij het opvoeden.’ Falen is altijd een optie, als je er daarna maar mee aan de slag gaat. En dat peuters lastig kunnen zijn, weet iedereen, daarin is die van mij geen uitzondering.

Dit gezegd hebbende kan ik me wel voorstellen dat ik deze serie over een aantal jaar van Me-to-We afhaal. Dan dwaalt er vast nog wel ergens een kopie rond, maar dan zal het niet in zijn volledigheid meer te lezen zijn en kan het mijn zoon (die dan kan lezen) niet te pas en te pas onder zijn ogen geschoven worden. Bovendien heb ik de gedachte dat er ook wel een leuk boekje in deze serie zit ook van me afgeschoven. Dát gaat me dan weer wel te ver: dat er straks in onze boekenkast het verzameld werk staat van alle heftigheden die mijn man en ik in de peuterpuberteit met onze zoon meemaakten. Voor mij is deze serie een momentopname en op een gegeven moment verdwijnt deze van de radar. Van jullie radar, van de mijne en ook van die van Max. En mocht hij onverhoopt ooit geconfronteerd worden met een pittig stukje Opvoedpoli uit het verleden, dan hoop ik dat hij tegen die tijd zo’n makkelijke gozer is geworden dat we er samen om lachen en dat hij dan zegt: “Onvoorstelbaar he, mam, dat ik zo was.” Dan kan ik op mijn beurt weer zeggen: “Maar ik hield toen net zoveel van je als nu.”

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”
Deel 10: “Ik kneep hem in zijn klein armpje…”
Deel 11: “Ik denk dat ik hem niet genoeg vertrouw.”
Deel 12: “Hij zal toch geen autisme hebben?”
Deel 13: “Misschien moeten we er maar mee stoppen.”
Deel 14: “We zijn bang voor onze driejarige zoon.”
Deel 15:
 “Wat ons gezin typeert? Haast!” (Ai!)

Geschreven door
More from Femke Sterken

15 Ontzettend fijne opmerkingen die mensen maken als je bijna moet bevallen

Dat een groot hoofd erfelijk is en of het er echt maar...
Lees verder