De Opvoedpoli (deel 17): “Als hij moet opruimen, slaat hij me in mijn gezicht en bijt in mijn hand”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (3 jaar) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 17: Femke en Max worden gefilmd in de speelkamer van de Opvoedpoli.

Het is alweer een tijdje geleden dat we bij de Opvoedpoli waren. Een vakantie, een griepje en een verandering van de insteek (Reinier en ik gaan nu beiden apart met Max naar de Poli) hebben ervoor gezorgd dat ik niet meer wekelijks iets te vertellen had. Maar nu is het woensdag en gaan Max en ik samen bij de therapeut op bezoek. Ze wil ons filmen om te bekijken hoe onze interactie is en waar ze me kan helpen om goed om te gaan met Max’ woedeaanvallen. Ik heb Max verteld dat we lekker gaan spelen bij een hele lieve mevrouw en hij heeft er zin in. Als we op de fiets zitten vraagt hij: “Lieve mevrouw ook treine?” Ik glimlach en zeg: “Dat moet je haar zelf maar vragen.” Gisteravond heb ik tegen Reinier gezegd dat ik vrees dat de therapeut niets zal zien op de beelden die ze gaat maken, omdat Max enerzijds gewoon dol is op aandacht (dus als er iemand een foto of een video van hem maakt dan zal hij zich voorbeeldig gedragen) en anderzijds wordt hij heel blij van een nieuwe omgeving en nieuw speelgoed. Dus geheid dat het voor hem een topochtend wordt. “Zal ik het anders een beetje gaan uitlokken? Dat ‘ie gaat irritanten?”, vroeg ik aan Reinier. “Nee”, zei Reinier, “Echt niet doen hoor, straks krijg jij nog op je kop.” Ja, inderdaad, ik wil mezelf ook niet verdacht maken. Ha!

Als we binnenkomen, ziet Max een overvloed aan speelgoed en hij stapt er meteen op af. De therapeut legt uit wat het plan is. Ze wil dat Max en ik samen een aantal activiteiten doen (een spelletje, een tekening maken, in de zandbak spelen) en dat we het ook samen weer opruimen. Terwijl ze het vertelt, word ik er bijna zenuwachtig van. Ga maar eens lekker natuurlijk spelen met je kind, terwijl er iemand over je schouder meekijkt om verbeterpunten aan te wijzen. Maar goed. Max maakt het me niet al te moeilijk en wordt gelijk enthousiast van alle dingen die hij op de speeltafel ziet staat. We beginnen kralen aan een touwtje te rijgen en dat gaat buitengewoon goed en in harmonie. Vervolgens ruimen we het op en maken we samen een tekening. Max kleurt, of krast, een kleurplaat met een paar vogels helemaal zwart en zegt na een aantal minuten “KLAARRRR!” En dan is het tijd voor de zandbak. Max vindt het niet zo’n heel leuk ding, omdat hij ernaast moet zitten, in plaats van erin en dus is hij er snel op uitgekeken. Hij heeft zijn ogen op iets anders laten vallen: een bak met houten treinen en rails. “Mag dat?”, vraag ik aan de therapeut. Ze zegt: “Wat vind jij? Jij beslist!” Het voelt als een strikvraag, alsof ik nu echt een verkeerde beslissing kan nemen. Ik bevries heel even en denk dan: “Ja, zeg, als mijn kind die zandbak saai vindt, mag ‘ie toch gewoon met de treinen spelen?” en ik laat hem zijn gang gaan.

Dit vindt mijn kind duidelijk de allerleukste activiteit aller tijden. Dat is thuis ook zo. Zijn Duplotrein is zijn alles en deze trein is nog leuker, want deze kent hij niet. En daarom is het extra spannend. Ik hoef hem nu niet meer te helpen, want in sneltreinvaart legt hij alle stukken aan elkaar vast, maakt tunnels en viaducten en rijdt er met de trein overheen. Na een minuut of tien zegt de therapeut: “We moeten zo gaan afronden.” Op dat moment weet ik dat ze straks op camera beelden zal hebben van een woedende Max. Want dit is vragen om problemen. Het kind laten verzinken in een hele leuke activiteit en hem na veel te korte tijd er weer vanaf halen. Ik begin met heem voor te bereiden. Ik zeg: “Schat, we gaan straks opruimen, want we gaan hier weer weg. Er komen zo andere kindjes in deze kamer spelen en wij gaan thuis een broodje eten.” “Max zegt: “Nee, ikke niet. Ik hier blijven.” Ik laat hem even zijn gang gaan en probeer het nog een keer. “We gaan lekker thuis een broodje eten, schat. Misschien kunnen we wel een tosti maken.” Max zegt: “NEE. Straks!”

Ik begin langzamerhand wat rails in de doos te doen ten teken dat we gaan opruimen en zeg: “Help je me mee met opruimen?” Max flipt. Hij rent op me af, geeft me een slag in mijn gezicht en bijt me in mijn hand. Precies zoals dat thuis gaat. Hij bijt en slaat de laatste paar weken weer veel meer. Zelfs als er niets aan de hand is en we bijvoorbeeld samen in bad zitten. Soms is hij gefrustreerd, maar vaak ook lijkt het erop alsof hij het uit verveling doet. Hij heeft geen enkele perceptie van het feit dat hij anderen pijn doet. Ik kan het honderd keer zeggen. Ik kan hem honderd keer op zijn kamer zetten. Hij gilt heel hard “Sorryyyyy!” en denkt dat het wel weer goed is. En vervolgens doet hij het nog een keer. Hoe jammer het ook is dat deze speelochtend, die eigenlijk ontzettend goed ging, in agressie en gehuil eindigt, ergens ben ik blij dat het zo gegaan is, want de therapeut heeft nu met eigen ogen kunnen zien hoe die lieve schattige Max in een klein draakje verandert.

We lopen de deur uit. Max heeft zich redelijk snel herstelt. De therapeut zegt: “Zullen we de beelden over twee weken bespreken?” Ik kan niet wachten en ben ontzettend benieuwd wat ze gaat zeggen. Als deze periode van agressiviteit ooit op gaat houden, zal ik ONGEKEND blij zijn.

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”
Deel 10: “Ik kneep hem in zijn klein armpje…”
Deel 11: “Ik denk dat ik hem niet genoeg vertrouw.”
Deel 12: “Hij zal toch geen autisme hebben?”
Deel 13: “Misschien moeten we er maar mee stoppen.”
Deel 14: “We zijn bang voor onze driejarige zoon.”
Deel 15:
 “Wat ons gezin typeert? Haast!” (Ai!)
Deel 16:
“Ik hoop dat Max ooit begrijpt dat ik hem niet weg wilde zetten als ‘vervelend kind.'”

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

12 dingen waarvoor je tegenwoordig een strategie nodig hebt

Je koffie warm drinken, of koken, of even bellen – sinds je...
Lees verder