Opvoedpoli deel 6: “Zit ik dus toch te janken”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 9 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 6: Reinier komt niet opdagen en Femke moet huilen bij de opvoedpoli.

Het is de eerste keer dat ik met een brok in mijn keel naar de opvoedpoli rijd. Het gaat helemaal niet lekker thuis en ik weet niet meer wat ik moet doen. Reinier en ik doen allebei zo hard ons best, maar het lijkt geen enkel effect te hebben. Gisteren kwam mijn schoonzusje met haar beide kinderen langs en haar jongste (een jongetje van Max’ leeftijd) deinsde de hele tijd terug als Max kwam aanstormen. Niet zonder reden, want als hij een autootje probeerde te pakken of even met een puzzel van zijn neefje speelde, pakte Max dat keihard af en begon te grommen. Dat is zijn laatste ding namelijk, grommen als een leeuw. Zelf vindt hij het heel geinig, maar ik schaam me dood als hij het doet.

Lees ook: De opvoedpoli (deel 5): “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Echt kletsen met mijn schoonzusje lukte me weer niet dit bezoekje; Max was ontzettend aan het dreinen. Ik voelde me gedwongen bij hem te gaan zitten om een treinbaan te leggen en hem rustig te houden. Toen ik wegliep om koffie te halen, begon hij meteen te sputteren en te gillen en na zijn tweede koekje wilde hij NATUURLIJK een derde. Ik weigerde en hij ging helemaal uit zijn plaat. Zodanig dat ik hem meenam naar zijn kamer, hem even streng toesprak en hem daar liet uitrazen. Een paar minuten later deed ik de deur open, tilde hem op en vroeg: “Kun je nu weer normaal gaan spelen?” en het eerste wat hij deed was mij een klap in mijn gezicht geven en “KOEKJUUUUH!” roepen. Ga dan nog maar eens gezellig terug naar je bezoek om over ditjes en datjes te praten.

Dit specifieke voorval vertel ik de therapeut meteen bij binnenkomst. Reinier is er nog niet, maar ik zit er zo vol mee dat ik meteen begin te spuien. Mijn kind drijft me tot het uiterste en ik weet gewoon niet hoe het komt. Ze laat me een thermometer op papier zien. Een thermometer die van groen (rust) naar oranje naar rood (grote spanning) loopt. Ze wijst op rood en zegt: “Hier zit Max en hier zit jij ook.” Opeens moet ik huilen. Ik begin te vertellen over het gesprek dat ik gisteren met mijn moeder had over de excessen van mijn zoon. Die zei: “Ik weet het niet hoor, Femke, misschien is er toch wel wat aan de hand met hem.” En dat ik dat de volgende dag op mijn werk herhaalde en een collega heel nuchter zei: “Tja, Femke, en dan is er wat met hem… Houd je dan minder van hem? Daar leer je dan ook wel weer mee leven.” Ze had gelijk. Maar jemig, ik vind het nogal wat.

Ik ratel en ratel en ratel. En moet weer een beetje huilen. Ondertussen word ik ongerust, want Reinier komt maar niet en als ik hem bel, neemt hij niet op. Hij appt me dat hij in vergadering zit, dus hij is het klaarblijkelijk vergeten. De therapeut zegt: “Oei, dat is nu zeker wel lastig voor je dat Reinier er juist nu niet is?”, maar eerlijk gezegd vind ik het wel fijn om even alle ruimte te hebben om mijn verhaal te doen. Er is niets waaraan ik op dit moment meer behoefte heb. Gaandeweg laat de therapeut me dingen inzien. Ik besef meer en meer dat het ook niet niks is voor een pittig jongetje als Max om terecht te komen bij een moeder die nogal bipolaire kanten heeft. En die, als ze gestresst is, niet echt de neiging heeft om dat te onderdrukken. Bovendien zal het onze zoon ook niet helpen dat Reinier en ik nogal makkelijk woorden hebben. Dat hadden we al toen we nog geen kind hadden en dat is alleen maar erger geworden. Niet gek dat een gevoelig kind als Max meedeint op die golven.

“Het is op dit moment het allerbelangrijkst dat er rust in huis komt”, zegt de therapeut. “En dat je hulp inroept als je het niet meer ziet zitten.” Ik voel dat er weer lucht komt in mijn longen. Dat ik niet ALLES hoef te kunnen. Dat ik best mag zeggen: “Ik weet niet wat ik moet doen, help me.” Dat ik mijn kind naar opa en oma mag brengen zonder echte reden. Gewoon om even lucht te hebben. Dat ik een dagje niet op mijn telefoon kan kijken, om de stress van werk weg te houden bij zowel mijzelf als mijn kind. Dat ik kan zeggen: “Nee, je kunt beter niet op bezoek komen met je kinderen, want Max heeft een slechte bui en dat wordt sowieso geen succes.”

Rustig blijven. In groen blijven. Dat is nu mijn taak. Want als mijn man en ik rustig blijven, is er een basis om te gaan bouwen aan de nukken van onze zoon. Eerst je eigen zuurstofmasker, dan pas dat van je kind. Laten we zien waar ons dit gaat brengen.

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:

Deel 1: Als je met je peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: En hoe was jouw jeugd, Femke?
Deel 4: Jullie zoon heeft een regulatiestoornis.
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”.

Geschreven door
More from Femke Sterken

6 gouden regels om het leven met de aanstaande vader draaglijker te maken

Voor alle vrouwen die op dit moment zwanger zijn: je hebt het...
Lees verder