De Opvoedpoli (deel 8): “Ik heb zin om met je te high fiven”

Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (2 jaar en 10 maanden) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Dit keer deel 8: Krijgen Femke en Reinier eindelijk een beetje inzicht in het opvoeden van een peuter?

Tot mijn grote verbazing kom ik Reinier, tien minuten voordat onze afspraak bij de Opvoedpoli begint, tegen op straat. We besluiten nog even een kop koffie te doen en bespreken wat we aan de therapeut willen vragen. Als we even later de opvoedpoli binnen komen lopen, kunnen we meteen plaatsnemen in de spreekkamer. De sfeer is luchtig, niet gespannen en er worden zelfs grapjes gemaakt over de belabberde staat van de stoelen waarop we nu al weken zitten.

De therapeut vraagt hoe mijn ervaring met Max de afgelopen week is geweest. Ik ben trots dat ik kan zeggen dat ik niet één keer uit mijn slof geschoten ben. En dat het boven verwachting goed ging. Ik vertel dat Max en ik afgelopen woensdag een heel fijne dag hebben gehad. We deden samen boodschappen (wat rustig en zonder gerel ging), we haalden op kantoor mijn oplader op (zonder dat hij aan het irritanten was in het fietszitje) en we hebben een tijdje in een kindercafé gezeten, alwaar we ook dikke pret hadden. Bij dat laatste plaats ik een belangrijke kanttekening. Tot voor kort ging ik namelijk naar zo’n kindercafé met het idee dat Max dan lekker met Thomas de Trein kon spelen en vriendjes kon maken, terwijl ik rustig de krant las en koffie dronk. Zo ook woensdag. Ik plaatste Max aan de speeltafel met drie andere kindjes en begon aan mijn koffie, croissant en krant. Binnen vijf minuten hoorde ik een kind huilen en zag dat Max alle treintjes naar zich had toegetrokken. Waar ik daar normaliter zwaar geagiteerd van raak, dacht ik nu: “Weet je wat? Ik ga erbij zitten.”

Wat er toen gebeurde was fantastisch. Ik bouwde met vier kindjes een hele treinbaan. Ze kwamen beurtelings op mijn schoot zitten, ik kon Max af en toe corrigeren als ‘ie weer even de neiging had om zich alles toe te eigenen en we hadden echt plezier. Bovendien kreeg ik enorm dankbare blikken van de twee moeders van wie de andere kindjes waren. Dat waren namelijk duidelijk vriendinnen die een heleboel bij te praten hadden, wat natuurlijk nooit zo lekker werkt als je steeds een huilend kind aan je broek hebt hangen (vanwege een omgevallen Duplo-toren). Terwijl ik zit te praten zie ik de therapeut driftig knikken en als ik klaar ben met mijn verhaal zegt ze: “Ik heb zin om met je te high fiven! Zie je dat je de lol van het moederschap weer een beetje aan het terugwinnen bent?” Ik moet haar gelijk geven en voel me net een scholier die een pluim van de juf heeft gekregen. Een beetje verbaasd zeg ik: “Ja, het gekke is dat ik zelf in de kinderopvang gewerkt heb toen ik student was. Ik vond het altijd heerlijk om met kindjes te spelen, maar met mijn eigen kind was ik alle zin daarin kwijtgeraakt.”

Het gesprek verplaatst zich naar Reiniers ervaringen en mijn man moet beamen dat het deze week inderdaad stukken beter gaat. Al spreekt hij ook de angst uit dat we dit niet te hard moeten zeggen, omdat het zomaar weer de andere kant op kan gaan. Ik zit echter totaal in de positieve vibe en zeg: “Tsja, wat ik me eigenlijk afvroeg… We zitten hier al best wel weer een tijdje, hoelang duurt zo’n proces eigenlijk?” Zowel de therapeut als mijn man kijken me een beetje verbolgen aan. “Jij wilt altijd zo snel”, zegt Reinier. De therapeut knikt. “Dat past wel bij jou, hè, Femke? Je ziet alles óf heel somber in, óf je denkt: Nou, het gaat eigenlijk wel weer, wanneer kunnen we stoppen?” Beschaamd geef ik toe dat ze een punt heeft. We bespreken wat Reinier en ik nu nog het liefst willen halen uit de sessies van de Opvoedpoli en we zijn er snel uit: we willen leren hoe we Max duidelijk en zonder extreme dwang grenzen kunnen geven. Reinier zegt dat hij ergens heeft gelezen dat je een kind moet opvoeden met gezag en niet met macht. We hebben het er thuis al over gehad dat we allebei geen idee hebben hoe je gezag moet uitstralen. Het is niet iets wat ons natuurlijk aangeboren is, zoals we dat bij anderen soms wel zien. De therapeut belooft ons dat we daar de volgende keer mee aan de slag gaan.

Opgeruimd en vrolijk lopen we naar buiten. Het is half drie ’s middags en ik heb nu al zin om mijn zoon uit de opvang te halen. Een gevoel dat ik al een hele tijd niet meer heb gehad.

Lees ook alle voorgaande delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.

Lees ook
Geschreven door
More from Femke Sterken

6 x wat je kunt doen als je er even doorheen zit (met lijnen dus!)

Femke is nu een aantal weken bezig met lijnen en er beginnen...
Lees verder