De Opvoedpoli (slot): “Ik geef mijn kind niet de ruimte om te zijn wie hij is.”

opvoedpoli, femke
Femke en haar man Reinier lopen sinds een paar maanden bij de Opvoedpoli. Hun zoon Max (3 jaar) is naar hun mening wel heel erg opvliegend en baldadig. Als hij zijn zin niet krijgt begint hij furieus te bijten, slaan en schoppen. En dat al sinds hij 18 maanden is. Het stel heeft hulp nodig om hiermee om te gaan. Vandaag het laatste deel: Femke en Reinier bekijken videobeelden en vragen hoe ze Max het best kunnen straffen.

Begin bij het begin. Lees ook: Als je met je peuter naar de opvoedpoli moet

Het is de laatste keer dat we richting de Opvoedpoli rijden. Waarom? Reinier en ik vinden dat we enorme stappen gezet hebben en dat er ook zeker nog wel wat werk aan de winkel is, maar de sessies hebben ook z’n tol gekost. De afspraken werden vaak ingepland op gewone werkdagen en dat kan niet langer voortduren. Bovendien begon ik steeds meer het therapie-patroon uit mijn eigen verleden te herkennen. Je kunt namelijk oneindig doorgaan. De mens is een prachtig studieobject en bij elke nieuwe sessie komen nieuwe, interessante aspecten aan het licht.

Om heel eerlijk te zijn gaat het me wat traag. Volgens onze therapeut komt dat doordat ik een snelle denker ben, en misschien is dat zo, maar ik merk dat mijn man (een veel minder snelle denker) er ook een beetje genoeg van krijgt. We analyseren wat af met z’n allen. Natuurlijk is het dom om te denken dat er een pasklare oplossing komt, maar zo houd je jezelf wel rustig in roerige tijden. Zo van: “We gaan nu naar de Opvoedpoli en als we daar klaar zijn dan is het voorbij met dat excessieve gedrag van onze peuter.” In therapie krijg je echter handvatten om iets waarmee je moeite hebt, handelbaar te maken, zover zou ik inmiddels wel moeten zijn, maar stilletjes hoop je op een wonder.

Ookal is het de laatste keer, we besluiten er vandaag nog alles uit te halen. Eén laatste prangende vraag hebben we. Als Max echt te ver gaat (bijvoorbeeld als hij tijdens het eten met een mes naar Reiniers hoofd gooit) hoe straffen we hem dan? We zetten hem geregeld op zijn kamer, maar daar komt hij linea recta weer uitlopen. Moet je hem serieus twaalf keer terugzetten op de naughty chair, zoals nanny Jo Frost doet? Daar willen we echt graag eens antwoord op, want we merken dat ze niet zo’n fan zijn van straffen bij de Opvoedpoli. En zeg nou zelf, af en toe kun je niet anders.

Onze therapeut knikt als ze ons hoort praten en zegt dat ze toch graag eerst naar de beelden wil kijken die ze de vorige keer van Max en mij heeft gemaakt. Het was duidelijk dat de slotscène niet al te mooi was; Max sloeg mij keihard in mijn gezicht, omdat hij na slechts zeven minuten met het Allermooiste Speelgoed (een houten trein) moest stoppen, dus het heeft weinig zin om die actie terug kijken. Het interessants is het om te zien wat ervoor gebeurde. De therapeut legt uit: er is het gedrag wat zichtbaar is aan de oppervlakte, maar dat wordt gevoed door alles wat er onder de oppervlakte mank loopt. Ter illustratie laat ze mij en Max op camerabeelden zien in een setting waarbij ik er vanuit ging dat alles helemaal lekker liep. Max en ik rijgen samen een kralenketting. Ik zeg: “ROOOOD” en Max zegt: “ROOOOD.” Ik vraag: “Welke kleur is deze kraal?” Max zegt: “BLAUUUW.” De therapeut vraagt: “Wat zie je hier gebeuren?” Ik antwoord: “Nou, wij zitten in harmonie een ketting te rijgen.” De therapeut zegt: “Ik merk vooral dat Max jou enorm nadoet. En moet je eens kijken: bij alles wat jij vraagt zegt hij ‘ja’, terwijl hij de helft van de tijd helemaal niet snapt wat je vraagt.”

Ik let erop in de rest van het filmpje…en ze heeft gelijk. Je ziet Max denken: “Geen idee waarover mijn moeder het heeft, maar ik zeg maar ‘ja’ dan ben ik er vanaf.” We komen aan bij een scene dat Max en ik een tekening maken. Max pakt een zwarte stift en ik zeg: “Zullen we eens een andere kleur gebruiken? Welke kleur heeft de boom?” “Groen”, zegt mijn zoon en ik geef hem een groene stift. Hij begint de bladeren van de boom groen te krassen en ik kleur een vogel geel. “Zullen we nu de kabouter inkleuren?”, vraag ik en Max zegt: “Neej, jij doen. Jij kan beter.” Op het moment zelf vind ik dit gewoon een compliment (wat lief dat mijn kind ziet dat ik netjes binnen de lijntjes kan kleuren) maar nu ik het terugzie, begrijp ik wat de therapeut wil zeggen. Twee dingen: enerzijds praat ik veel, maar maak ik te weinig echt contact met mijn zoon. Het is duidelijk dat hij niet echt begrijpt wat ik bedoel en dus lullen we langs elkaar heen. Anderzijds ben ik teveel sturend bezig. Omdat ik de controle wil houden (zelfs wat betreft het feit dat bomen groen ingekleurd moeten worden) geef ik mijn kind niet de ruimte om te zijn wie hij is. Het is de zoveelste openbaring die ik hier gehad heb en ik val even stil. Maar dan word ik ineens een beetje kwaad: “Maar wil je me nu zeggen dat de rest van de ouders in Nederland wel heel goed communiceren met hun kinderen en ze volledig vrij op tekeningen en muren laten krassen? Ik bedoel, ik ken er zat die zijn zoals ik, maar die hebben geen hooligans als kind.” De therapeut lacht en zegt: “Maar zij hebben misschien geen kinderen die er gevoelig voor zijn.”

De sessie is al bijna weer voorbij als Reinier zich herinnert dat we het nog over het straffen moeten hebben. De therapeut heeft een formulier uitgeprint met daarop de regels van de time out en we nemen ze kort door. Uiteindelijk blijkt het toch echt zo te zijn dat je een kind blijft terugplaatsen op z’n naughty chair als ie blijft weglopen. Ik zeg: “Maar dat kan met Max tot in den treuren doorgaan, besef je dat?” De therapeut zegt dat we daarom moeten oppassen dat we de time out niet te vaak inzetten. Het is  echt een uiterste maatregel en het is belangrijker om het gedrag voor te zijn door werk te verrichten onder de oppervlakte.

Terugkijkend op de reeks bezoeken aan de Opvoedpoli kan ik zeggen dat ik ontzettend veel geleerd heb. Over mijzelf en mijn man en ook over ons kind. We kwamen vreselijk onzeker binnen, maar weten nu in bijna alle gevallen wat een accurate reactie is. En daarbij kennen we ons kind inmiddels zo goed dat we precies aanvoelen in welke situatie we onszelf niet moeten plaatsen of hoe we hem met zo weinig mogelijk kleerscheuren uit een crisis halen. Makkelijk is het nog steeds niet, behapbaarder wel en daar ben ik de Opvoedpoli, de psychologen en therapeuten erg dankbaar voor. Met vertrouwen gaan we de toekomst tegemoet.

Lees ook alle vorige delen van De Opvoedpoli:
Deel 1: Als je met peuter naar de Opvoedpoli moet.
Deel 2: Femke en haar zoon worden thuis gefilmd.
Deel 3: “En hoe was jouw jeugd, Femke?”
Deel 4: “Jullie zoon heeft een regulatiestoornis”
Deel 5: “Zien jullie dat jullie je zoon negeren?”
Deel 6: “Zit ik dus toch te janken.”
Deel 7: Een onverwachte sessie relatietherapie.
Deel 8:  “Ik heb zin om met je high fiven.”
Deel 9: “Hij krabde oma recht in haar gezicht!”
Deel 10: “Ik kneep hem in zijn klein armpje…”
Deel 11: “Ik denk dat ik hem niet genoeg vertrouw.”
Deel 12: “Hij zal toch geen autisme hebben?”
Deel 13: “Misschien moeten we er maar mee stoppen.”
Deel 14: “We zijn bang voor onze driejarige zoon.”
Deel 15:
 “Wat ons gezin typeert? Haast!” (Ai!)
Deel 16:
“Ik hoop dat Max ooit begrijpt dat ik hem niet weg wilde zetten als ‘vervelend kind.'”
Deel 17: “Als hij moet opruimen, slaat hij hij me in mijn gezicht en bijt in mijn hand.”

Geschreven door
More from Femke Sterken

Wes en Yo veranderen naam van Xess Xava

Nee, hoor, dat is natuurlijk ONZIN! Maar het lijkt erop dat heel...
Lees verder