Waarom ik af en toe zo graag een normaal gezin wil

Ieder huisje heeft z’n kruisje. Want iedereen heeft problemen. In geen enkel gezin gaat áltijd álles goed. Maar doorgaans, meestal, over het algemeen, gaat het gewoon wel z’n gangetje. Bij Vala gaat het eigenlijk vrijwel nooit z’n gangetje. En daar wordt ze best weleens heel erg moe van.

Het was een frisse maandagmiddag toen Mario en ik met onze babydochter over de drempel van het ziekenhuis stapten Ik hoefde niet op de borden in de centrale hal te kijken om te weten waar we heen moesten. Omdat ik er de weg weet. Zo langzamerhand ken ik elke afdeling, elke trap, elke hoek van dat ziekenhuis als mijn broekzak. Ik kom er namelijk al ruim vier jaar. Weer voerden we een gesprek met een arts. Weer werd één van mijn kinderen beklopt en geknepen. En toen we een paar uur later thuis kwamen, met wederom een vervolgafspraak in onze zak, gaf ik mijn oudste dochter snel haar medicijnen en probeerden we een woede-aanval van mijn autistische zoon in de kiem te smoren. ‘s Avonds, toen alle kinderen in bed laen en het stof van weer een dag zorgintensief ouderen was opgetrokken, zakte ik op de bank en verzuchtte tegen Mario: “Soms wil ik zo graag een normáál gezin.”

Een dergelijke uitspraak deed ik laatst ook in een ander artikel, waarna menig ouder begon te fulmineren. Want: zeik niet zo, een normaal gezin bestaat niet. In ieder gezin spelen dingen, nergens is het allemaal rozengeur en maneschijn. En dat is natuurlijk waar. Echter, meestal zijn die problemen relatief makkelijk op te lossen (read my lips: mééstal, dus voor degenen met moeilijke problemen: adem in, adem uit), van tijdelijke aard, of gewoon, niet zo’n heel erg groot probleem. Gelukkig maar. En die gezinnen zijn wat mij betreft de normale gezinnen. Want het normale gezin, dat bestaat dus wel degelijk. Het normale gezin is het gezin waarin alle kinderen, op alle reguliere verkoudheden en ettelijke vlekjesziektes na, gewoon gezond zijn. Het gezin dat geen pictogrammenborden en schoolbusjes voor (spreekwoordelijke) leipe loetjes nodig heeft. Het gezin dat niet elke maand bij de kinderarts, de kinderpsychiater, de neuroloog, de fysiotherapeut en de orthopedagoog zit. De Familie Doorsnee dus. Die familie, daar ben ik stinkend jaloers op.

De meeste van de gezinnen die ik ken, zijn de Familie Doorsnee. Ze hebben weleens issues, zoals een kind dat een tijdje niet zo lekker gaat op school. Een familievete die heel vermoeiend is. Of een relatiecrisis. En aan die problematiek doe ik niks af, want dat soort dingen zijn gewoon echt heel vervelend. Ze kosten energie (die je niet hebt als je een gezin hebt), tijd (die je óók niet heb als je een gezin hebt) en je wordt er soms verdrietig van. Maar meestal gaat het over. Soms duurt het eventjes, maar dan is het toch uiteindelijk weer voorbij. En die horde is dan weer genomen. Dat is hoe het hoort te gaan, dat is, kortom, normaal. Dat is wat ik ook wil. Want altijd als mijn gezin een horde neemt, dan is er gelijk daarna een nieuwe waar we tegenaan botsen. In mijn gezin houdt het, om maar even met Carice van Houten te spreken, gewoon echt helemaal nooit op. En dat is dus gewoon niet normaal.

‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’, het is een mooie uitspraak, maar desondanks voornamelijk een holle frase voor hen die een zwaarder dan gemiddeld kruis te dragen hebben. Waarmee ik geenszins wil zeggen dat ik zielig ben. Want dat ben ik niet. Ik ben gek op mijn gezin en ik voel mij er gezegend mee, hoe gemankeerd we met z’n allen ook mogen zijn. Maar een autistische zoon en twee zieke dochters hebben, dat is keihard werken. En constant midden in de zorgen, twijfels en onzekerheden zitten ook. Dat is heel vermoeiend, verdrietig en soms pijnlijk. En dus zou ik regelmatig willen dat het anders was. Dat ik een ander gezin had. Niet met andere mensen, maar met dezelfde mensen in een andere situatie. Een situatie zoals die van de meeste mensen. Met af en toe een tegenslag, een probleem, een off-day (of voor mijn part een off-maand, een off-half jaar zelfs), waarna alles weer z’n gangetje gaat. Nee, natuurlijk weet ik niet wat er achter al die deuren van die al die andere gezinnen schuil gaat. Maar zoveel als achter onze deur, dat zal toch echt maar bij weinig gezinnen het geval zijn.

Ja, ik weet het: het kan altijd erger. Ik weet dat er gezinnen zijn die het nog veel en veel moeilijker hebben dan wij. Dat ik dus in mijn handjes mag knijpen met mijn weliswaar enigszins rammelende, maar toch nog steeds redelijk functionerende familie. En dat doe ik ook. Maar desondanks verlang ik soms naar het leven van de Familie Doorsnee. En is het soms echt even moeilijk om de zegeningen die ik heb (ja, ik weet echt, beloofd, promise, dat ik ze heb) te tellen. Ieder gezin is anders, ieder gezin heeft z’n eigen sores. En wat is normaal? Dat weet ik ook echt niet precies. Maar wat ik wel weet is dat ik het soms gewoon heel erg graag zou willen zijn. Al was het maar een dagje.

Lees ook: Waarom het autisme van mijn zoon geen excuus is voor alles.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Doet u mij maar 10 dreumesen

Iedere kinderleeftijd heeft zo z’n charme. Maar de ene fase ligt je...
Lees verder