Waarom ik jaloers ben op moeders met een meisje

Haar zoon is alles wat ze ooit had kunnen wensen. En méér. Maar vooral van dat laatste wordt Suzanne heel erg moe.

Vanaf het moment dat we wisten dat ik zwanger was, zei mijn man: het wordt een meisje, ik voel het! Als het aan zijn intuïtie zou liggen, winnen we nooit de oorlog, want tijdens de 20-weken echo bleek het een jongen. En dat had ik kunnen weten, want onze creatie speelde al voetbalwedstrijden met mijn placenta sinds het moment dat hij tenen had. En zo bewegelijk en druk is hij klokje later – nu 3,5 jaar – nog altijd. Sterker nog: het wordt alleen maar erger. Zodra hij ’s ochtends zijn ogen open doet, is hij AAN. Dat betekent: honderdduizend keer mama roepen, geen genoegen nemen met een ander antwoord dan hij wenst – wat vooral neerkomt op JA – en vooral heel veel: rennen, springen, vallen, sliden, roepen, stoeien, voetballen, tennissen, fietsen en repeat. Mijn man en ik zijn allebei léég aan het eind van de dag, waardoor ik nu vind dat we op conditietraining moeten, omdat we al 3,5 jaar elke avond tegelijk met onze zoon naar bed gaan en nog altijd niet zijn uitgerust. En als ik andere moeders moet geloven, wordt dit alleen nog maar heftiger zodra ze ouder worden. Lord, have mercy.

LEES OOK: Meisjes versus jongens: zoek de verschillen

Als ik dit vergelijk met vriendinnen die een meisje hebben, zie ik zo immens veel verschil. Neem mijn vriendin die al jaren simpelweg twee uur de krant kan lezen en een café latte kan drinken in een café met haar driejarige dochter op schóót. Of mijn andere vriendin wiens peuterdochter twee uur middagslaapt en ’s avonds rustig door treint van zeven tot de volgende ochtend half tien(!). De meiden in mijn omgeving zijn allemaal zoveel rustiger. En heel soms zou ik wensen dat ik daarom ook een meisje had. Omdat er dan – heel misschien – iets meer ruimte is voor mij om op adem te komen. Om niet continu zelf ook ‘aan’ te hoeven staan om mijn kind ervan te weerhouden met viltstift op de witte muren van de buren te tekenen, om te zorgen dat mijn servieskast niet aan diggelen geschopt wordt door een bal, om mijn salontafel te redden die bewerkt wordt met een hockeystick. Om hem niet continu van de bank af te halen, omdat hij die gebruikt als trampoline, om niet als klimtoestel gebruikt te worden als ik net even op de bank mijn favoriete serie kijk en al helemaal om geen voeten, vingers, of andere lichaamsdelen in mijn gezicht geduwd te krijgen om te kijken wat voor effect dat op mama heeft. Antwoord: woeste razernij.

Maar zodra ik de kop van dit artikel intyp, voel ik tegelijkertijd het schuldgevoel in me kruipen. Het voelt alsof ik een deel van mijn zoon afwijs. Dat die drukte er niet mag zijn. Of in elk geval: dat ík me een stuk vrijer zou voelen if he could just tone it down a bit. Maar dan herinner ik me er aan dat ouderschap eigenlijk puur een reflectie is van je eigen tekortkoming. En terwijl hij zich met zijn voeten voor de zoveelste keer afzet op mijn borsten om op de bank een bommetje te maken, pak ik na wat zuchten en steunen de afstandsbediening erbij en gaap nog maar een keer. Morgen onze personal trainer maar eens bellen voor een conditietest.

LEES OOK: Dit zijn de uitdagingen waar moeders van meisjes mee te maken krijgen

Lees ook
Geschreven door
More from Suzanne Arbeid

Suzanne kreeg een standje van de crècheleidster. Ja, waargebeurd verhaal.

Eén van de eerste woorden die de zoon van Suzanne leerde, was...
Lees verder