Zo voed ik op: ‘Ik stop mijn kinderen elke dag in de draagdoek, ook al zijn ze 3 en 1’

Elke week op Me-to-we: een moeder over haar opvoedmethode in de serie ‘Zo voed ik op’. Deze week Rosa (37), moeder van twee dochters van 3 en 1.

Nooit meer iets missen?
Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief en blijf op de hoogte! 

“Ik heb echt getwijfeld of ik wel aan dit interview mee moest doen. Er wordt zoveel geoordeeld over attachment parenting, vooral door mensen die er vaag een beeld van hebben, maar geen idee wat het precies inhoudt. Vaak wordt het beeld geschetst dat wij allemaal geitenwollen gekkies zijn die blijkbaar iets tekort zijn gekomen in onze jeugd waardoor we nu onze kinderen niet kunnen loslaten. Maar zo is het niet. Ik kan niet spreken voor andere ouders, maar voor mij geldt: ik ben geen geitenwollen sok, ik ben nooit iets tekortgekomen en ik kan mijn kinderen prima loslaten, als de tijd daar rijp voor is. Ik geloof alleen niet dat de tijd op deze jonge leeftijd al rijp is.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Ik heb altijd geweten dat ik het zo wilde doen als moeder. Voor ik zwanger werd van mijn oudste werkte ik in het onderwijs, maar tijdens mijn zwangerschap heb ik opgezegd. Van het idee dat ik mijn kind naar een oppas of crèche zou brengen, werd ik ongelukkig. Ze moest bij mij zijn, dat was en is mijn stellige overtuiging. Daar gaat attachment parenting ook vanuit: de fysieke aanwezigheid en voortdurende empathie van de ouders voor het kind, om een goede hechting te bewerkstelligen. Ik geloof heel erg in fysiek contact. Bijna het hele eerste jaar heb ik mijn oudste in de draagdoek gehad, dat was ook wel handig met de borstvoeding. Toen ik zwanger werd van mijn jongste, heb ik een cursus dubbel dragen gedaan. Toen de jongste werd geboren, kon ik allebei mijn meisjes bij me dragen. Niet de hele dag natuurlijk, de oudste heeft daar geen behoefte aan. Maar eind van de middag, als ze moe en hangerig worden, gaan ze allebei in de doek. Heerlijk, ik heb mijn handen vrij en zij voelen zich geborgen. Het spitsuur waar andere ouders het vaak over hebben – zeurende kinderen, de televisie als enige redmiddel – ken ik daardoor niet.

Lees ook: Zo voed ik op: ’Buiten in de vrieskou was te streng, maar het werkte wel’

Maar attachment parenting is meer dan de draagdoek. Het betekent ook dat onze kinderen bij ons in bed slapen, dat ze nog nooit uit logeren zijn geweest en dat ook niet gaan voor ze twaalf zijn, dat mijn man en ik nooit een nacht weg zijn zonder de kinderen. En nee, we hebben geen huwelijksproblemen, ja, we hebben een seksleven – wij hebben er alleen heel bewust voor gekozen onze kinderen altijd fysiek in onze buurt te hebben, omdat wij geloven dat ze zich daardoor gelukkig en veilig voelen.

Maar dat is hoe ík het doe, dat is geen mening van mij over andere ouders. Een verschil dat veel mensen niet inzien. Ik merk dat als ik vertel hoe ik het doe als moeder, ik negatieve en aanvallende reacties krijg. Ík maak mijn kinderen liever weerbaar voor de echte wereld, zei een moeder laatst. Ik begrijp zo’n opmerking niet, waarom suggereren dat ik mijn kinderen opvoed tot afhankelijke zieltjes die het niet zullen redden? Je moet het financieel maar kunnen doen, is er ook eentje die ik vaak hoor. Ja, dat klopt, ik heb het geluk dat ik thuis kan zijn bij de kinderen, maar mijn man verdient gewoon modaal. Wij gaan één keer per jaar op vakantie in Nederland, rijden een oude auto en gaan hooguit drie keer per jaar uit eten. Kleren koop ik op Marktplaats, zelden in de winkel. Het is ook een kwestie van keuzes maken.”

Lees ook: Zo voed ik op: “Ik snap niet dat ouders hun kinderen nog suiker geven, het is vergif”

Geschreven door
More from Femke Sterken

Brief aan het zusje van mijn doodgeboren kind: “Je hoeft ons verdriet niet weg te nemen”

Annegriet Wijchers (31) emigreert begin 2013 naar Suriname om als eindredacteur te...
Lees verder