22 Dingen die je denkt met een peuter in het zwembad

Wie de verwarming op 51 graden heeft gezet en als-ie maar niet gaat poepen: dit denk je allemaal met een peuter in het zwembad.

Lees ook: 22 Dingen die moeders denken aan de rand van het zwembad.

  1. Waarom zijn die $*$%#@*-hokjes zo verrekte klein?!
  1. En nat. En smerig. En ligt er altijd wel ergens een vieze pleister, die mijn kind uiteraard moet en zal pakken.
  1. En waarom is het een wet dat er altijd minstens twee kledingstukken op de grond vallen?
  1. Wie verzint trouwens dat die verwarming hier op 51 graden moet?
  1. Vast dezelfde mensen die welgeteld twee hokjes met een aankleedtafel wel voldoende vonden. In een kinderparadijs. De sadisten.
  1. Nou hè hè, we zijn omgekleed. Nu even kijken of de badmeester niet ziet dat ik snel de douches voorbijloop omdat ik niet zo’n zin heb in een drama.
  1. Waarom is het water in het pierenbadje altijd zo goor? En de vloer ook?
  1. Ik kan maar niet vergeten dat zwemluiers geen plas tegenhouden. En dat water is altijd zo vies warm.
  1. Ik hoop trouwens echt heel erg intens dat mijn kind nu niet besluit gezellig de poepluier van de eeuw te gaan fabriceren.
  1. O leuk, hij is het pierenbadje nu al zat. Nu wil ie naar het grote bad. Wat slecht samengaat met de chronische zelluf doen-fase waar we in zitten.
  1. Niet rennen, schatje, niet re…. Shit, gevallen.
  1. Pfff, nou, gelukkig, niks gebroken. Nu nog even doen alsof ik de ontaarde moeder-blikken van andere ouders niet zie.
  1. En gewoon weer rennen, natuurlijk. Ik weet soms niet of ik nou een dapper of een dom kind hebt.
  1. Nou ja, wat doet het ertoe, we zijn bij het grote bad. Met allemaal grote kinderen. Op grote luchtbedden. En een peuter die niet in mijn buurt wenst te blijven. Topcombi.
  1. Goed, loslaten. Zelf ontdekken. Is goed voor kinderen. Nu nog even Olympisch er achteraan zwemmen.
  1. Wat is dat kind snel. Joehoe, schatje, wacht op mama!
  1. O shit, o shit, o shit, WAAR IS-IE?!
  1. O, gelukkig, ik zie ‘m. Ik ben er wel klaar mee in dat grote bad. Dan maar het vieze pierenbadje.
  1. Leuk, een peuter met een mening. Nu kijkt weer iedereen naar me.
  1. Dat is dus echt irritant aan een zwembad: een nat kind glibbert zo onder je arm vandaan als-ie een driftbui heeft.
  1. Patat! Nood breekt wet!
  1. Mag ik al naar huis?

Lees ook: Dit kind kan er maar niet over uit: waar is zijn duikbril gebleven?

Lees ook