Loslaten… Zo voelt dat dus als je je kwetsbare kleuter naar school brengt

Het autistische zoontje (4) van Vala moet naar het Speciaal Onderwijs. “School voor kinderen met gedragsproblemen, Wat klinkt het toch allemaal zwaar.”

Het is een zonnige lente-ochtend als we buiten staan. Het is nog vroeg en hoewel de zon aan een strakblauwe hemel staat, is het fris. Met één hand trek ik mijn vest dichter om mijn schouders. Voor de kou, maar ook een beetje om mezelf een veilig gevoel te geven. Voor ons een rood bakstenen gebouw. Dubbele glazen deuren, waarbij je moet aanbellen. Zomaar naar binnen lopen kan niet. Hij legt zijn hand tegen het glas, tuurt naar binnen. Een lege hal, geen mens te zien, volmaakte rust. Hij kijkt op zijn horloge. We zijn te vroeg, maar drukken toch maar alvast op die bel. Er zoemt iets, een klik en we kunnen de eerste deur open duwen.

LEES OOK: Hoe een zwaar autistisch jochie (4) nu een superkleutertje wordt

Eenmaal binnen, komt ons een typische geur tegemoet. Ik heb flashbacks: waskrijtjes, stoelpoten die over blauw zeil krassen, kinderstemmetjes die liedjes zingen. School. Aarzelend stappen we over de drempel. Achter ons vallen de twee deuren in het slot. Hermetisch afgesloten. Het ruikt als school, voelt als school, ziet er eruit als school. En toch is het anders. Ik haal even diep adem, moet mezelf herpakken. Nu staan we hier dan echt. Op het Speciaal Onderwijs. En ergens doet het toch een beetje pijn.

Onze zoon zit nu bijna een jaar op een orthopedagogisch centrum. Het is een gouden greep geweest, de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt is ongekend. We hebben een ander kind dan een jaar geleden. En nu is het dan tijd voor hem om verder te gaan. Na de zomer wordt hij 5 jaar. Tijd om de eerste stap te zetten in de echte wereld. Leerplicht, woordjes, sommen, kringgesprekken. Hij heeft laten zien dat hij veel meer in zijn mars heeft dan iemand ooit gedacht had. Dat hij dus niet dom is, zwakbegaafd, of anderszins. En toch moet hij naar een school met dubbele deuren die op slot zitten. Omdat hij weliswaar slim is, maar ook autistisch. En dus zal verdrinken als die echte wereld niet heel langzaam op hem af komt.

Je stelt het je zo anders voor, als ouder, als je voor het eerst die baby in je armen hebt. In gedachten hang je hem voor de eerste keer dat rugzakje om, zwaai je hem uit op het plein, voor de eerste dag kleuterschool. Zie je hoe hij met de meute meeloopt, gewoon omdat dat is wat je wil. Dat je kind erbij hoort. Gewoon, bij iedereen. Maar blijkbaar gaat het simpelweg niet altijd zo. Sta je opeens een boekwerk aan formulieren in te vullen, omdat je kleutertje een toelaatbaarheidsverklaring nodig heeft om überhaupt ergens terecht te kunnen. En hoewel we inmiddels wel gewend zijn aan dergelijke dingen, is het elke keer weer confronterend.

Rust, regelmaat. Veiligheid. De directeur noemt ze op: die drie dingen die onze zoon zo nodig heeft

Speciaal Onderwijs, Cluster 4, school voor kinderen met gedragsproblemen. Wat klinkt het allemaal toch zwaar. Ik stap met vooroordelen die drempel over, ben bang voor wat we zullen zien. Maar eenmaal binnen overvalt ons een soort rust. Verwonderd schudden we de hand van een jonge man, die zich voorstelt als de directeur. Die koffie schenkt en in drie zinnen de essentie weet te pakken van waar we voor onze zoon zo naar op zoek zijn. Die ons aankijkt en onze zinnen afmaakt, als we hem over ons kind vertellen. Tegen wie we eigenlijk niet eens wat hoeven zeggen, omdat hij alles toch al weet. Zelfs al heeft hij ons nog nooit gezien. Hij leidt ons rond, laat ons kinderen in de klas zien. Rustige kinderen, die netjes aan het werk zijn. Die niet schreeuwen en niet rondrennen. Maar ons alleen maar nieuwsgierig aankijken, even aarzelend naar ons glimlachen. Klassen met vriendelijke juffen voor het bord, die zachtjes praten en op hun hurken naast de kinderen gaan zitten om te helpen. Gangen waar het volmaakt stil en schoon is, waar jasjes en tasjes netjes op de kapstokken hangen. Rust, regelmaat. Veiligheid. De directeur noemt ze op: die drie dingen die onze zoon zo nodig heeft. Ik moet heel hard op mijn wang bijten, want die tranen van opluchting zitten hoog.

Op de terugweg kijken we elkaar aan en weten het allebei. Dat onze zoon op zijn plek is op een speciale school en dat het goed komt. Omdat ze hem daar echt zullen zien. Weten wat hij nodig heeft en hem dat ook kunnen geven. Omdat hij daar veilig is. Papa zit fluitend achter het stuur, ik zie de zorgen van hem af glijden. Ik ben ook opgelucht, maar die brok in mijn keel wordt steeds groter, knijpt langzaam alle lucht mijn longen uit. Ik wend me af, een traan loopt over mijn wang en even weet ik niet waarom. Dit is toch fijn, weer een zorg minder? Ja, natuurlijk. Maar opeens realiseer ik me ook dat het natuurlijk helemaal niet alleen gaat om dat Speciaal Onderwijs. Maar om dat moment waar alle ouders stiekem even bij moeten slikken.

Omdat het nu dus echt begint. Mijn kind, mijn jongetje, mijn Terrorist, moet ik nu de wereld in gaan sturen. Omdat hij bijna vijf is en dus groot wordt. Meer dan vier jaar heb ik hem bij me gehad, over hem heen gestaan, zodat niemand hem iets kon doen. Natuurlijk, hij zat op het orthopedagogisch centrum, maar ergens voelde dat nog als een soort binnenwereld, een soort cocon. Maar nu moet hij zich dan echt ontpoppen en gaan uitvliegen, want de wereld staat te wachten.

Stiekem dacht ik dat ik die moeder was, die niet zou huilen op die eerste schooldag

Is dit het dan, dat wat ze zo mooi ‘loslaten’ noemen? Stiekem had ik gedacht dat het me niet zoveel zou doen. Stiekem dacht ik dat ik die moeder was, die niet zou huilen op die eerste schooldag, omdat ik niet aan dat soort sentimentele nonsens doe. Maar blijkbaar valt dat toch wel tegen. Want wat ben ik trots op hem, maar allemachtig, wat doet het tegelijkertijd ook pijn. Alsof iemand een mes recht en heel erg diep mijn moederhart in duwt. Wat heb ik de behoefte om mijn vingers steviger in de zijne te vlechten en te zorgen dat hij toch niet bij me wegloopt. Wat zie ik op tegen dat moment dat hij door die dubbele deuren zal verdwijnen, om heel langzaam een eigen leven te beginnen, waar ik niet meer altijd deel van ben. Waarin ik hem niet altijd meer kan beschermen. Mijn zoon staat in de startblokken, is gegroeid en boven zichzelf uit gestegen. Ja, hij is er klaar voor. Maar eigenlijk weet ik niet zo goed of ik dat ook al ben.

LEES OOK: De ‘ouderbijdrage’ voor psychisch zieke kinderen: Vala is het er niet mee eens

Meer weten over Vala’s leven met haar gezin op hun boerderij in de Achterhoek? Volg Stadsmeisje op het platteland!

Lees ook