Waarom je de eerste 1,5 jaar niet op je vent hoeft te rekenen

taakverdeling man vrouw
Je hebt er tijdens je zwangerschap goede afspraken over gemaakt: nachtvoedingen, poepluiers, badjes. Maar als puntje bij paaltje komt, loopt de papa de kantjes er tijdens de babytijd toch vaak een beetje vanaf. En sta je dus weer helemaal alleen die luiers te verschonen.

Er komt een dag in je relatie dat je gaat dromen over kinderen. Dat je samen zwijmelend onder een dekentje op de bank zit, dromend over een kirrende baby in een kreukloos opgemaakt wiegje, geurend naar Zwitsal babyshampoo (echt, zelfs míjn eierstokken gaan weer aan de klepper als ik dat spul ruik). Dat heeft dan wel al enige voeten in de aarde gehad natuurlijk, want het kostte sowieso minstens vier jaar om het manspersoon naast je op de bank zover te krijgen dat hij niet in hyperventileren uitbarstte zodra je het woord ‘baby’ liet vallen. Maar uiteindelijk heb je hem dan zover: hij wil je wel bevruchten. De weken (of, als jij pech en je vent geluk heeft maanden) lange seksmarathons stemmen hem gunstig gezind en tegen de tijd dat die gezellige smiley op de Clear Blue stick verschijnt, popt hij net zo lyrisch als jij de Jip & Janneke bubbels open. Verliefd over je buik aaiend kijk je naar je grote liefde, de Vader Van Je Kinderen. De perfecte papa. Superdaddy. Want dat gaat hij zijn. Je weet het zeker.

Lees nu: Vijf redenen waarom de jonge vader het (heus) niet zo slecht bedoelt

En dan is het zover, je hebt gebaard, die wolk van een baby ligt in de wieg. Het is midden in de nacht en het kind heeft honger. ALWEER. Je hebt er al minstens drie flesjes (of tieten) ingepropt en net zoveel prakkerige gele luiers verschoond. De cijfers op de wekker geven aan dat je over anderhalf uur op moet en je hebt bij elkaar misschien twee uur geslapen. In blokken van een kwartier. Terwijl je je wallen over je schouders gooit en opnieuw je baby uit de wieg vist, hoor je een zagend geluid. Je kijkt achterom en ziet het manspersoon liggen. Helemaal uitgestrekt, dwars over het bed, mond wijd open en luid snurkend. Ja. Hij wel. ALWEER. Anderhalf uur later word hij kreunend wakker van de wekker en gaat mopperig overeind zitten. Dat ‘ie zooo weinig geslapen heeft, mompelt hij zielig. Als blikken konden doden, had zijn laatste uur geslagen. Strontchagrijnig en met je pruttelende baby over je schouder ga je in de keuken koffie recht uit het pak staan lepelen. Je wederhelft negeer je straal, totdat hij fris gewassen en geschoren naar kantoor is vertrokken. En jij achterblijft met een teiltje met rompers met gele vlekken en geen tijd om te douchen. Welkom in je nieuwe leven.

Mannen en kleine baby’s. In films überschattig, in real life, not so much. Veel mannen kunnen er namelijk weinig mee, zo’n rimpelig hoopje mens, dat alleen maar huilt, eet en poept. Als de bevalling de man niet al getraumatiseerd heeft, heeft hij wel een rondje therapie nodig als de eerste meconiumlozing over zijn overhemd heen spettert. En hij de eerste nacht drie keer vergeten is de bodem op de fles te draaien, waardoor alle Nutrilon over zijn blote voeten heen plenst. Meestal is de man er dan wel klaar mee, met die baby. Hartstikke leuk hoor, dat Teuntje papa’s neus heeft, maar zolang je er niet mee kunt voetballen, is er wat hem betreft eigenlijk geen klap aan. En dus sta je iedere nacht moederziel alleen half slapend naast de flessenwarmer en gaat de heer des huizes op zaterdagavond gewoon bieren met z’n matties in de kroeg, terwijl jij thuis met Fleurtje in de draagdoek rondjes door de woonkamer hopst.

De papa van mijn oudste twee vond het best wel ingewikkeld, vader worden. Niet dat hij onze zoon niet lief vond, of niet van hem hield, maar wat móest hij met die baby? Als je zo’n kind negen maanden onder je huid draagt, voelt schoppen en uiteindelijk eigenhandig uit je lichaam weet te werken, dan is dat toch anders dan wanneer je het zomaar in je armen gedrukt krijgt en een gynaecoloog hoort zeggen: “Zo, die is van jou!” Achteraf begrijp ik dat ook best wel. Maar wat vond ik het frustrerend, dat ik er steeds alleen voor stond. Want, eerlijk is eerlijk, zo voelde het wel een beetje. Hij sliep dwars door het gehuil heen, wist niet hoeveel schepjes poeder er in de flesjes moest, of wat het verschil was tussen een hydrofiel en een inbakerdoek. En dus moest ik het wiel alleen uitvinden, terwijl hij verder ging met zijn oude leven en af toe op zondag dan het vlees kwam snijden. Een beetje overtrokken natuurlijk, maar toch ook met een kern van waarheid. Zoals, naar wat ik inmiddels van de nodige vriendinnen heb vernomen, bij heel veel verse ouders het geval is. Want mannen en baby’s, het is een mooie theorie, maar de praktijk pakt niet zelden wat minder goed uit.

Gelukkig duurt die tijd niet eeuwig en draait de man meestal bij zodra de baby verandert in een dreumes. Wanneer z’n kind van apathisch kwijlend hoopje transformeert in een heuse homo erectus en als klap op de vuurpijl dan ook nog eens begint te kletsen, ga dan maar achterover zitten met een goeie Sauvignon. Dan is het papa’s tijd. Ik kan me nóg het moment herinneren dat mijn zoon met 18 maanden zijn vader in de speeltuin aan zag komen en op zijn korte mollige beentjes naar hem toe rende. Ik zag het gewoon gebeuren, hoorde de klik zo ongeveer en opeens was hij een papa. Een glijbaan glijende, Duplo bouwende, Sponge Bob macaroni kokende vader. Gelukkig maar, want ik was op dat moment al aardig zwanger van onze tweede, dus ik moest ook al bijna opnieuw weer aan de bak.

Hoe cliché ook: wij mensen blijven toch een beetje dieren, hoe ontwikkeld we ook zijn. En dus heeft mama het meest met de baby, zeker in het allereerste begin. Uitzonderingen zullen er zeker zijn, voordat ik nu alle geëmancipeerde metromannen over me heen krijg. Ik kom ze alleen niet vaak tegen en misschien maakt dat ook niet uit. Want lief zijn ze toch wel, die papa’s, ook als ze het in het begin een beetje moeilijk hebben en stiekem altijd weglopen net als die luier volgepoept wordt. Gewoon even anderhalf jaar doorbijten en af en toe midden in de nacht een ferme trap uit bed. Want mannen zijn net kleine kinderen. Die moet je gewoon een beetje opvoeden.

Lees ook: Wat mannen moeten weten over zwangerschap en vader worden.

Lees ook