29 (Rare) woorden die je nog niet kende voordat je moeder werd

Massa’s woorden die te maken hebben met je zwangerschap, bevallen en baby’s, maar sexy is er niet één van. Deze 29 termen leer je er wél bij.

Het is natuurlijk vreselijk leuk als de postbode voor je deur staat met een pakketje, terwijl je niks had besteld. Een cadeau, dacht ik meteen toen het op een mooie avond gebeurde. En dan ook nog een leuke doos met muzieknootjes erop. De hoofdprijs van een winactie waarvan ik niet meer wist dat ik eraan mee had gedaan? Een verrassing van mijn man? Was ik misschien onze trouwdag vergeten?

Bevend van geluk maakte ik de doos open. Het eerste wat ik vond was een muziekdoosje in de vorm van een schaap, met een hoge aaah-factor (ik was licht hormonaal). Gevolgd door een rol verband (raar cadeau, dacht ik nog), een set matjes, een stuk bouwzeil (dacht ik, het bleek een matrasbeschermer), desinfectiemiddel en latex handschoenen. Welkom, kraampakket… Ik denk dat ik op dat moment toetrad tot de wereld van hoe-bevallen-echt-is. En dat was nog maar het begin. Je houdt er wel een geheel nieuwe vocabulaire aan over. Waarin deze woorden niet ontbreken.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Lees ook: Vieze dingen die alle moeders doen (zonder blikken of blozen).

  1. Kraamverband. Je denkt dat ze je per ongeluk een tweepersoonsmodel hebben gestuurd als je een kraamverband uit je kraampakket vist. Maar nee, dat XL-geval waarmee je de halve watersnoodramp had kunnen opdweilen ga je dus echt nodig hebben. Met een beetje mazzel zelfs twee tegelijk.
  2. Netonderbroek. Ook zo’n sexy attribuut uit het kraampakket. Het ziet eruit als iets dat je vroeger bij handvaardigheid gebruikte om een gipsbeeld mee te maken, maar je moet het dus aantrekken. In combinatie met dat kraamverband. En denk niet dat je per abuis de verkeerde maat hebt gekregen, je gaat blij zijn dat het een XXXXXXL-is.
  3. XXXXXXL. Over XXXXXXL gesproken, je wist nog niet dat die maat echt bestond tot na je bevalling. Als je een paar weken gaat wonen in een onderbroek van die proportie.
  4. Stolsel. Hebben baby en placenta je lijf eenmaal verlaten, dan is je baarmoeder een soort Bagdad. Dat komt op zich allemaal wel weer goed, maar niet voordat zich zeer onsexy fenomenen hebben voorgedaan. Met stip op één: stolsels. Dat zijn klonten gestold bloed die zo vanuit je baarmoeder naar buiten komen rollen. En als ze zo groot zijn als een mandarijn, is dat geen reden om 112 te bellen, maar beschouwt men ze als normaal (tenzij je een heel net mandarijnen voorbij ziet komen, dan moet je wel even aan de verloskundige vragen of je het gaat overleven).
  5. Ontsluiting. Term die je weleens in de krant las als de gemeente had besloten een nieuwe wijk aan te leggen (‘De ontsluiting verloopt via de ringweg alsmede de Dorpsstraat’). Bij je bevalling krijgt het woord echter een geheel nieuwe betekenis, als in: proces dat je baarmoedermond steeds verder open gaat om je baby erdoor te laten. Ontsluiting en weeën horen bij elkaar en het enige dat je wilt horen is de verloskundige die enthousiast “Tien centimeter!” door de kamer tettert.
  6. Uitdrijving. Dit betekent: baby die vanuit de baarmoeder door jou met veel pijn en moeite (neem dat vooral letterlijk) naar buiten wordt geperst. Het goede nieuws is: dit is de laatste fase van de bevalling. Het slechte nieuws: iedereen die zegt dat dit geen pijn doet, liegt. Iedereen die zegt dat je lichaam in deze fase precies laat weten wat je moet doen, ook. Lang leve de verloskundige / gynaecoloog, die sleept je er wel doorheen.
  7. Tepelkloof. Mákkelijk te vermijden als je de baby vanaf het begin gewoon goed aanlegt, aldus veel te blije lactatiekundigen. Wie dat niet voor elkaar krijgt, maakt kennis met pijnlijke kraters in de tepel, waardoor je door het plafond gaat als je baby zelfs maar in de buurt komt van je borst. Gelukkig zijn ze niet gevaarlijk voor de baby, die gewoon door kan drinken (terwijl jij je dekbed stuk kauwt om het niet uit te gillen). Met de juiste smeersels (vraag de kraamverzorgster!) los je dit kwaaltje trouwens vaak wel relatief makkelijk op.
  8. Kolf. Weet je nog dat je vroeger bij de plaatselijke educatie-boerderij in de koeienstal mocht kijken? Zo’n melkmachine waar de ene Bertha na de andere op aangesloten werd, kun je nu gewoon zelf in huis halen voor als je borstvoeding niet goed op gang komt of je ook weleens een avondje weg wilt / gaat werken en je kind niet aan de flesvoeding wilt toevertrouwen. Iets minder massaal dan de Bertha-machine is de gemiddelde kolf wel, maar het principe is hetzelfde. Deur ferm in je slot (echt, je wilt niet dat iemand anders dan je eigen man – en zelfs dat is een twijfelgeval – dit ziet) en melken maar. Alles voor de baby, hè.
  9. Oxytocine. Klinkt als een ingewikkelde hartoperatie, is het hormoon dat weeën op gang brengt. Je lichaam maakt het zelf aan, maar als de bevalling wordt ingeleid of de weeën wat versterking nodig hebben, krijg je het ook via een infuus toegediend.
  10. Strippen. Hoorde dit woord tot voor kort thuis op foute mannenvrijgezellenfeestjes danwel ‘zo’n avond’ in een schimmige bar, als je eenmaal zwanger bent heeft het een wat minder filmische betekenis. Als de verloskundige gaat strippen betekent dat niet dat ze haar verstand heeft verloren, maar dat ze met haar vingers gaat proberen je vliezen een beetje los te maken van de wand van de baarmoeder, in de hoop dat de baarmoeder daardoor wordt geprikkeld en de bevalling op gang komt.
  11. Blubberbuik. Dit woord kende je vermoedelijk in combinatie met iets te heftige feestdagen en de maand januari. Berg je maar, want die smulrol was NIKS vergeleken met wat je overhoudt na de bevalling. Het goede nieuws is dat het ergste geblubber met een week of wat wel wegtrekt. Zo’n één procent ofzo.
  12. Totaalruptuur. Bangmaakwoord dat heel vaak valt in verhalen over bevallingshorror, maar in de praktijk komt het gelukkig echt niet zoveel voor dat je volledig (en dan ook echt van voor naar achter) uitscheurt. Gebeurt het wel, dan word je vakkundig gehecht door de gynaecoloog, is zitten een tijdje een uitdaging van formaat, maar komt het in de meeste gevallen echt wel weer helemaal goed. Variatie hierop is de subtotaalruptuur. Net zoiets, maar een tikkie minder erg.
  13. Toucheren. Klinkt als een chique Franse hobby, maar dat is het niet (althans, hopelijk). Toucheren betekent dat de verloskundige met haar vingers de ontsluiting meet.
  14. Navelstompje. Ding dat blijft bungelen aan de navel van je baby nadat de navelstreng is doorgeknipt. Er gaat een soort dichtbinder (navelklem) op en dan valt het stompje er na ongeveer een week vanzelf af. Ruikt meestal niet al te lekker, maar dat is normaal.
  15. Fluxus. Woord je dat beter niet kunt Googlen. Betekent zoiets als: leegbloeden na je bevalling. Komt gelukkig niet heel veel voor.
  16. Zoogkompres. Onmisbaar borstvoedingsattribuut, houdt lekkage tegen. Kom je een goeie aanbieding bij de Etos tegen, sla dan groots in. Zonder zoogkompres geen leven, namelijk. Tenzij je houdt van natte melkkringen in je shirt, dan moet je ze vooral niet gebruiken.
  17. Sterrenkijker. Dacht je tot nu toe dat dit een man met een wat suffe hobby was, eenmaal toegetreden tot de wereld van de bevallingstermen weet je beter: het is een baby die geboren wordt met het gezichtje naar boven in plaats van naar beneden. Kan op zich prima, al is het in sommige gevallen voor de baby wat moeilijker om de draai te maken, waardoor jij harder je best moet doen met persen.
  18. Onderkantje. Woord dat kraamverzorgsters (meestal van de wat oudere stempel) gebruiken. Probeer niet te lachen of te staren, ze vinden het zelf echt normaal.
  19. Kraammatje. Een op zichzelf vrij onschuldig uitziend matje, dat vooral tijdens gebruik niet echt libido-opwekkend werkt. Het is namelijk heel goed voor je eh…onderkantje om af en toe gezellig aan de lucht te drogen. Terwijl je op een kraammatje ligt, tenzij je graag je beddengoed opoffert. Zeer belangrijk om dit nooit te doen als er bezoek in huis is danwel de kans op bezoek aanwezig is. Tenzij je drie sloten op je slaapkamerdeur hebt.
  20. Primen. Noodzakelijk proces als je bevalling wordt ingeleid, maar er nog geen ontsluiting is. Door middel van een ballon met water die tegen je baarmoederwand wordt geplaatst (klinkt net zo sexy als het is) of een gel die wordt ingebracht probeert de gynaecoloog een beetje ontsluiting te creëeren.
  21. Slijmprop. Dit is dus precies wat je denkt dat het is: een prop van slijm. Zit normaal gesproken stevig op z’n plek in de baarmoedermond, maar als je voorafgaand aan de bevalling al wat ontsluiting krijgt, valt ie er pardoes uit. Dat is overigens geen reden om je subiet met je koffer bij het ziekenhuis te melden, want de bevalling kan nog wel een tijdje op zich laten wachten.
  22. Tepelhoedje. Nee, dit is geen speeltje voor fetisjisten dat je tegenkomt in de PABO-catalogus, maar een soort plastic speen die kan helpen bij de borstvoeding. Scoort een -3 op de schaal van sexyheid en werkt ook nog eens niet altijd, dus weer zo’n ding uit je leven zolang als je kunt.
  23. Vacuümpomp. Hulpmiddel van de gynaecoloog als jij je de rimram perst, maar de baby niet zo heel erg veel verder komt. Zie het als een zuignap op het hoofd van je kind waarmee ie steeds een beetje verder wordt getrokken. Niet dat jij ondertussen lekker kunt gaan Netflixen, want je moet nog steeds op volle kracht persen.
  24. Meconium. Eerste poep van je baby. Denk je vooraf nog ‘het zal wel’, op het moment suprême is dit een dingetje, hoor.
  25. Hyperemesis gravidarum. Woord waar je hopelijk niet mee te maken krijgt. Een beetje misselijk oké, maar als je geen drie stappen kunt lopen zonder te kotsen, heb je dus hyperemesis gravidarum te pakken: zeer extreme zwangerschapsmisselijkheid.
  26. Donut kussen. Nee, dit is niet de nieuwste Pinterest-hype (hoewel je er vast zelf eentje kunt haken, als je dat echt zou willen), maar een rond kussen met een gat erin, dat je in staat stelt toch enigszins normaal te zitten als het hechten wat heftig heeft uitgepakt. Ook geschikt voor gebruik bij aambeien, om de lustfactor ervan nog wat verder te verhogen.
  27. Verlostang. Zoiets als een vacuümpomp, maar dan in de vorm van een tang, waarmee het hoofd van je baby wordt ‘gepakt’. De verlostang wordt door sommige gynaecologen als uit de tijd beschouwt en hij wordt dan ook niet meer in alle ziekenhuizen gebruikt.
  28. Colostrum. Klinkt als een cultuurhistorisch verantwoord gebouw in het oude Rome, maar dat is het niet. Het is de eerste borstvoeding, die je baby ergens in de uren na de geboorte tot zich neemt (of wat later als je borstvoeding niet zo lekker op gang komt). Dik en vet en vol abnormaal fantastische voedingsstoffen.
  29. Naweeën. Weeën kende je wel als gespreksonderwerp op verjaardagen (het is namelijk erg done om en plein public bevallingsverhalen op te diepen, bij voorkeur met veel pijn en bloed). Naweeën zijn echter van een heel andere orde. Denk je de buit binnen te hebben met je baby in een schattig setje in je armen, heeft je lijf nog een paar uur (of met wat pech: paar dagen) lang een leuk trucje voor je in petto. Ze zullen vast erg nuttig zijn om je baarmoeder kleiner te maken enzo, maar damn, wat doen die krengen pijn.

Lees ook: 21 Vieze dingen die niemand je vertelt als je zwanger bent.

Geschreven door
More from Mariette Middelbeek

15 momenten dat je gewoon zooooo trots bent op je kind

Gewoon omdat ‘ie ademhaalt, maar ook bij dat eerste fonetische liedje: op...
Lees verder