Als je lieve baby opeens een driftige peuter wordt

Op een dag word je wakker en is je lieve, schattige, brave baby verdwenen. Daarvoor in de plaats heb je opeens een paars aangelopen, woedend, Gollum-achtig wezen in huis: een peuter. En dan breken twee helse jaren aan. Want leven met een peuter, dat is geen kattenpis.

Toen ik zwanger bleek van mijn derde kind heb ik mijn man, voor wie het de eerste was, toegeschreeuwd dat het de hel zou worden. Dat baby’s nooit slapen, alleen maar huilen en twaalf keer per dag spuitpoepen en dat ons leven dus voorbij was de komende tijd. Dat was namelijk mijn ervaring met de eerdere twee baby’s die ik had gebaard, dus ik ging er vanuit dat het dit keer niet anders zou zijn. Mijn man wuifde mijn paniekberichten weg. Dit kind had tenslotte voor de helft zijn genen en hij was de relaxedheid zelve, dus het zou vast een soort Zen-Boeddhistische baby worden. Tot mijn starre verbijstering kreeg hij gelijk. Arwen was zo’n baby als uit de boekjes. Zo’n dikke, lachende, blije baby die binnen drie maanden klokje rond sliep. Je had er geen kind aan, ze lag rustig twee uur in de box op een knisperboekje te kauwen en ook toen ze een dreumes werd bleef ze de vrolijkheid en braafheid zelve. Mijn man klopte zich regelmatig op de borst en liet geen mogelijkheid onbenut om mij erop te wijzen dat ik onnodig hysterisch was geweest en dat hij gelijk had gehad: hij had mij het ideale kind gegeven. Maar hoewel ik genoot van onze modelbaby was ik, als doorgewinterde moeder, natuurlijk niet op mijn achterhoofd gevallen. Ik wist: als het te mooi lijkt om waar te zijn dan is het dat waarschijnlijk ook. Het zou slechts een kwestie van tijd zijn voor de bom zou barsten. En barsten deed-ie. Want Arwen heeft zich getransformeerd tot de Godzilla onder de peuters.

LEES OOK: 45 Gedachten in het hoofd van een peuter (voor 08.00 uur ’s ochtends).

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Een beetje opstandig

Je hoort erover als je een baby hebt: de peuterpuberteit. In de opvoedboekjes lees je dat een kind zo rond het tweede jaar een ‘beetje opstandig’ kan worden. Dat het dan een ‘eigen willetje’ krijgt en grenzen op gaat zoeken. Oke, denk je dan, dat tackelen we wel even, gewoon een kwestie van streng en consequent zijn. Dat denk je als je nog nooit onderworpen bent aan de bikkelharde realiteit van de peuterpuberteit. Aan de woeste driftbuien en de discussies (ja, discussies) met iemand die drie keer zo klein is als jij, maar op de een of andere manier drie keer zo groots weet te beargumenteren waarom het dus absoluut géén bedtijd is, of dat het een smerige rotstreek is dat jij hem een boterham met pindakaas hebt voorgeschoteld hebt terwijl dat toch duidelijk het smerigste van de wereld is. Ja, ook als-ie al anderhalf jaar niks anders op z’n brood wilde dan pindakaas. Alsof dat er wat toe doet, ja?! Van de ene op de andere dag kan je schattige kind veranderen in een rellende Tasmanian devil, die schuimbekkend en smijtend met alles wat-ie maar voorhanden heeft (bij voorkeur eten of servies) door het huis raast. En dat is, op z’n zachtst gezegd, nogal een schok voor de onwetende ouder. Want de toorn van de horrorpeuter is van herculische proporties.

Het antwoord is standaard ‘nee’

Onze twee-jarige dochter stampt de laatste tijd permanent briesend door het huis. Er kringelt nog net geen rook uit haar neusgaten, maar ze heeft regelmatig veel weg van een draak wiens ei je onder haar kont vandaan probeert te stelen. Om het minste of geringste onrecht wat zij zich aangedaan waant stort ze dramatisch huilend ter aarde, compleet met spartelende armen en benen, onderwijl smartekreten uitend als “OW NEEEEEE!!!”, “NIETTE EEEEEEEERLIJK!!!” en verscheidene varianten van “IKKE GA/WIL/DOE NIET!!!” Eten dat ze niet blieft wordt rigoureus en met bord en al door de kamer gesmeten, op alles wat we haar vragen is het antwoord standaard “NEE!” en slapen doet ze niet meer, want dat is voor mietjes. Bij iedere stap die ze zet trilt de grond vervaarlijk en eigenlijk durven we haar alleen nog maar te benaderen als we een koekje in onze handen hebben, in de hoop dat ze dan geneigd is ons in ieder geval enigszins welwillend tegemoet te treden. Soms scrollen we ’s avonds gedesillusioneerd door de foto’s op onze telefoon om ons eraan te herinneren hoe lief en braaf onze dochter ooit was. Inmiddels draag ik standaard oordoppen omdat ik bang ben dat ik anders een permanente gehoorbeschadiging oploop van het nimmer aflatende gegil en ik vermoed dat mijn man, als Arwens peuterpuberteit uiteindelijk ten einde komt, in therapie moet voor PTSS. En dan nog denk ik dat hij de rest van zijn leven gillend wakker wordt van de nachtmerries.

Is dit wel normaal?

Ik had hem nog zo gewaarschuwd, maar mijn man wilde maar niet luisteren. Ik vrees dus dat dit niet alleen de peuterpuberteit is, maar ook een geval van keiharde karma. Omdat mijn man zo arrogant was om te roepen dat hij het ideale kind verwerkt had met zijn superieure zaad, wordt hij nu gestraft. En, erger nog, ik dus ook, want ik moet nu waarschijnlijk nog anderhalf jaar samenleven met Arwen de Terrorpeuter. Enige voordeel is dat ik al gepokt en gemazeld ben door acht jaar moederschap en ervaring met horrorbaby’s,- en peuters en dat ik dus wel wat kan hebben. In tegenstelling tot mijn man, die iedere avond huilend met zijn hoofd in zijn handen op de bank zit en mij dan vraagt ‘of dit wel normaal is’ en of ik denk dat onze dochter misschien een of andere stoornis heeft. En het is waar, een peuter is inderdaad een soort gedragsgestoorde maniak die eigenlijk in een isoleercel gestopt en driemaal daags door een luikje van eten en drinken voorzien zou moeten worden. Tot-ie weer toerekeningsvatbaar verklaard kan worden en geen gevaar meer voor zichzelf en de samenleving vormt. Doorgaans is dat ongeveer tegen de tijd dat een kind naar school gaat en dan duurt het zeker nog zo’n twee jaar voor je als ouders zonder hartkloppingen ’s ochtends de deur van de kinderkamer open kan doen en zonder dat je bang hoeft te zijn dat je kind zich met zijn tanden opgetrokken heeft aan de lamellen, of dat je het met ronddraaiend hoofd en groen slijm brakend in bed aantreft. Ja, die peuterpuberteit, die doet wat met je. Helemaal de oude word je nooit meer.

De peuterpuberteit

Voor alle ouders die, net als wij, op dit moment middenin de storm van de peuterpuberteit zitten zeg ik: hou vol jongens, laat je niet omver blazen. Je kind heeft z’n innerlijke Dr. Jekyll nu even aan Mr. Hyde verloren, maar uiteindelijk trekt het monster zich weer terug in de duisternis. Het schijnt dat-ie dan in de puberteit weer terugkomt, maar daar kan ik nog niet over meepraten en eerlijk gezegd wil ik daar ook gewoon nog niet aan denken. Ik vrees namelijk dat Arwens puberteit ons de kop gaat kosten, al was het alleen maar omdat mijn man waarschijnlijk ten onder gaat aan het minderwaardigheidscomplex dat hij oploopt van nog een deceptie over zijn vermogen tot het creëeren van het perfecte kind. Maar ja, hoogmoed komt nou eenmaal voor de val. En de ouderschapsgoden, dat weten alle ervaren ouders, die straffen meteen.

LEES OOK: Als je peuter opeens niet meer wil slapen.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Toen er nog mannen bleken te bestaan die NIET bij de bevalling willen zijn

Vroeger was bevallen een vrouwenzaak. Terwijl mama achter gesloten deuren lag te...
Lees verder