Stop oneerlijke kinderkleding! (Waarom je niet alles bij grote ketens moet kopen)

Stop oneerlijke kinderkleding! (Waarom je niet alles bij goedkope ketens moet kopen)
Tuurlijk is het heerlijk om je schatjes in kekke outfits te hijsen, helemaal als ze ook nog eens betaalbaar zijn. Maar wie betaalt de prijs van goedkope kinderkleding die we massaal inslaan bij HEMA, Wibra, Primark en andere grote ketens? Andermans kinderen. En onze kinderen zelf, als ze straks volwassen zijn.

Lees ook: Weg met die goedkope meuk! (Waarom je niet meer naar de Action moet)

Kinderkleertjes shoppen is natuurlijk een van de leukste bezigheden die er zijn. Kinderkleren zijn al enorm schattig als ze aan een rek in een winkel hangen, maar als je eenmaal ontdekt hebt dat die ienemienie kleertjes nóg veel leuker zijn met jouw kind erin, is het moeilijk om ze níet massaal in te slaan. Liefst elk seizoen, want zo’n kind groeit nou eenmaal als kool. Soms zelfs harder dan je kunt bijbenen: ik heb al meerdere keren ongedragen kleertjes weg moeten doen, gewoon omdat ik er niet aan toegekomen was om ze aan te trekken. Maar wat maakt het uit, als je ze in de grote ketens toch voor een habbekrats op de kop kunt tikken?

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Nou, best veel. Ik had altijd al zo’n donkerbruin vermoeden – daarom koop ik het gros van de kinderkleding die ik insla tweedehands. Maar het boek ‘Dit is een goede gids’ van Marieke Eyskoot dat onlangs verscheen, drukte me pas echt met de neus op de feiten. Als we onze kinderen een toekomst willen gunnen, moet de knop om. Niet alleen bij mij, maar bij alle moeders die regelmatig inslaan bij de grote ketens (en wie doet nou dat niet?). Als wij willen dat onze kinderen later nog in het gras kunnen zitten, aan hun kinderen kunnen aanwijzen wat een vogel of een vis is (en dan bedoel ik niet in een boekje, maar in de buitenlucht), als we willen dat ze schoon water kunnen drinken en niet met mondkapjes op door het leven moeten, dan kunnen we maar beter stoppen met massaal goedkope kinderkleren inslaan. Een paar feiten. Er is 10.000 liter water nodig om een volwassenoutfit (jeans en T-shirt) te maken, voor kinderkleding is dat weliswaar minder, maar zij doen een stuk korter met hun outfits dan wij. Er verdwijnt jaarlijks 140 miljoen kilo kleding in de verbrandingsoven, waarvan 1,23 miljoen kilo gloednieuwe, onverkochte kleding. Wereldwijd worden er 80 miljard kledingstukken per jaar geproduceerd: per persoon verbruiken we 4 keer zoveel kleding als vijftien jaar geleden. Er worden per jaar 85 miljoen bomen gekapt om stoffen te maken waar onze kleren van worden gemaakt. Het percentage van de totale CO2-uitstoot dat door de kledingindustrie wordt veroorzaakt is 10% (tegenover bijvoorbeeld 2,5% door de vliegtuigindustrie). En, dit vond ik ook zo’n eyeopener: ruim 60% van onze kleding bestaat uit plastic, dat vrijkomt bij elke wasbeurt en via het afvalwater in de oceaan belandt waar het onderdeel wordt van de zogenaamde ‘plastic soep’ – en dan heb ik het nog niet eens over de verpakking, het vervoer, et cetera. Kortom: mede doordat wij onze kinderen (en onszelf) steeds in iets nieuws willen hijsen, gaat langzaam maar zeker het milieu eraan en daarmee onze planeet. De planeet waarvan we hopen dat onze kinderen er straks nog op rond kunnen lopen, in plaats van dat ze met z’n allen naar Mars moeten emigreren.

En daarmee zijn we er jammer genoeg nog niet qua nadelen. De kleding die wij kopen, wordt elders op de wereld door andere mensen gemaakt. Mensen die óók kinderen hebben. De meeste van hen wonen in de zogenaamde lage-lonen-landen. Daar wordt vrijwel al onze kleding geproduceerd. Oók die van de meeste ‘betere’ merken. Dat een kledingstuk duur is, wil helaas lang niet altijd zeggen dat er ook een eerlijke prijs is betaald aan de mensen die in de kledingindustrie werken. In Bangladesh krijgt de meneer of mevrouw die de applicaties op onze kindershirtjes zet of in de fabriek bij de verfmachine staat, een minimumloon van 60 euro per maand, terwijl je zelfs in Bangladesh minimaal 294 euro per maand nodig hebt om van rond te komen. En over applicaties gesproken: grote kans dat die er door de kinderen van die meneer of mevrouw zijn opgezet, want ook dat is helaas nog steeds aan de hand – hetzelfde geldt voor pailletten of kraaltjes. Een treurig idee, vind ik, dat mijn kinderen rondgelopen hebben in shirtjes die door andermans kinderen in elkaar zijn gezet.

Goedkoop bestaat dus niet als het om kinderkleding gaat. Als kleren goedkoop zijn, betekent het dat iemand anders daar de prijs voor betaalt. De arbeider, die zijn eigen kinderen niet genoeg eten of scholing kan geven. Onze eigen kinderen, die straks zitten opgescheept met de vervuiling die wij voor ze hebben gecreëerd. En wijzelf, omdat we te veel geld uitgeven aan kleding die ervoor gemaakt is (ja, echt!) om uit elkaar te vallen – de meeste kleding (van niet-duurzame merken) wordt expres zo ontworpen, om er daarmee voor te zorgen dat wij blijven kopen.

Dit stukje is niet bedoeld als preek, want ik ben zelf ook bepaald niet heilig als het gaat om kleren kopen en ik ben dol op de HEMA. Maar sinds ik moeder ben, ben ik me wél bewuster van mijn koopgedrag. En ik weet zeker dat ik hierin niet de enige ben. Ik heb alleen wel een duwtje in de goede richting nodig, en daarom ben ik blij met alle tips van Marieke. Want als je als ouder bewust bezig bent met de toekomst van je kind, doe je er ook goed aan je kind bewust te kleden, zoveel is me wel duidelijk. Er zijn gelukkig genoeg kinderkledingmerken die wél duurzaam en fairtrade zijn (bijvoorbeeld nOeser, Kidscase en CarlijnQ). En anders is tweedehandskleding inslaan ook een prima alternatief. Of kleding ruilen met familie en vrienden en dat wat je niet meer nodig hebt, weer doorgeven. Het begint in elk geval met bewustzijn – met het ophouden met gedachteloos kleren inslaan omdat dat nu eenmaal kan en omdat de industrie ons ertoe aanzet door elk seizoen weer iets nieuws in de winkels te hangen.

Mogen we dan helemaal geen kinderkleding meer kopen bij de grote ketens zoals HEMA en H&M? Jawel, want als je stopt met kopen, verlies je ook je invloed als klant en hebben de fabrieksarbeiders die de kleren maken, helemaal geen inkomen meer, volgens Marieke Eyskoot. Wat je wel kunt doen: je favoriete winkel vragen om meer duurzame en fairtrade kleding en bereid zijn daar een hogere prijs voor te betalen (dat moet lukken, als je minder koopt). Sommige ketens bieden kleding aan van biokatoen, maar dat zegt meestal nog niets over de arbeidsomstandigheden. Ook kun je bij bijvoorbeeld H&M oude kleding inbrengen voor hergebruik, maar als je daar weer evenveel kleren voor terugkoopt, heeft het niet zoveel zin. Toch is iets altijd beter dan niets. Op goedewaar.nl en rankabrand.nl kun je controleren hoe duurzaam of fair jouw favoriete merk of winkel is.

In Dit is een goede gids staan nog veel meer tips om een duurzamere moeder te worden, zoals: vraag géén blije doos aan tijdens je zwangerschap, koop kinderkleding altijd ruim zodat je er langer je mee kunt doen en doneer kinderspul dat je over hebt aan Stichting Babyspullen – zij maken er gratis pakketten van voor aanstaande ouders die in armoede leven. Het boek kopen is een aanrader als je meer adviezen wilt, of leen het van een vriendin en spaar meteen papier uit. Wie doet er mee en gaat samen met mij het duurzamere pad op?  Ik geloof dat we met z’n allen een signaal kunnen afgeven, waardoor winkels hopelijk beter gaan nadenken over hun inkoopbeleid. Als wij die goedkope troep niet meer kopen, zal er uiteindelijk vanzelf een duurzamer aanbod ontstaan. En is de kans weer een stuk groter dat onze (klein)kinderen straks nog weten wat een boom is. Of, om in de woorden van Michael en Lionel te spreken: ‘Oh, there’s a choice we’re making. We’re saving our own lives. It’s true we’ll make a better day, just you and me’.

(Bron: Dit is een goede gids, Marieke Eyskoot, Boekerij)

Lees ook: Wasbare luiers, iets voor jou?

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Waarom tweelingmoeders zich vaak onbegrepen voelen

Een tweeling krijgen is een beetje als een reis naar India: het...
Lees verder