Waarom je een tweeling niet kunt vergelijken met twee eenlingen

Voor de zoveelste keer kreeg Janneke te horen dat een tweeling toch gewoon net zoiets is als twee eenlingen? Daarom legt ze het nog één keer uit.

Lees ook: Brief aan een kersverse tweelingmoeder.

Eens in de zoveel tijd krijg ik ‘m voor mijn voeten geworpen: de opmerking dat een tweeling krijgen toch gewoon hetzelfde is als twee kinderen krijgen. Of: dat één kind krijgen ook heel druk is – of dat ik dat vast óók heel zwaar had gevonden en dat het waarschijnlijk gewoon aan mij ligt dat ik dat eerste jaar als heel pittig heb ervaren. Of: dat het moederschap nou eenmaal aanpoten is, maar dat je daar niet over klaagt – tweeling of niet. Ik weet niet waarom er nog steeds mensen zijn die een mening hebben over tweelingmoederschap terwijl ze zelf geen tweeling hebben, maar ze zijn er en om onduidelijke redenen willen zij me regelmatig overtuigen van hun gelijk (een tweeling = twee eenlingen). Afgelopen week was het weer zover en ik kon nauwelijks verbergen dat ik lichtelijk mijn geduld begon te verliezen. Hoewel ik heus wel snap dat het lastig is om je te verplaatsen in iets wat je zelf niet hebt meegemaakt. Daarom, speciaal voor iedereen die zich graag wil verplaatsen in de gemiddelde tweelingmoeder, nog één keer de feiten op een rij.

  • Zoals Bracha van Doesburgh laatst al zei in een interview: ‘Met een tweeling heb je alles dubbel, óók de slapeloze nachten.’ En ook de darmkrampjes, de doorbrekende tandjes, de eerste stapjes, de twee-is-nee-fase, enzovoort.
  • Tweelingmoeders hebben – meestal – een zwaardere zwangerschap en een zwaardere bevalling. Bovendien herstellen ze langzamer omdat er zoveel meer op ze afkomt.
  • Tweelingmoeders krijgen vaker dysmature of premature kinderen die langer in het ziekenhuis liggen en ook thuis extra zorg nodig hebben. Ik vond het pas makkelijker worden toen ze rond de drie kilo waren – het gemiddelde geboortegewicht van een eenling is 3,5 kilo – en toen waren ze al acht weken oud.
  • Tweelingmoeders geven twee keer zoveel borstvoeding en zijn daar twee keer zoveel tijd mee kwijt.
  • Tweelingmoeders die borstvoeding geven, geven vaak óók nog bijvoeding in verband met de lage geboortegewichten en zijn daar nóg eens extra tijd mee kwijt.
  • Tweelingmoeders zijn – zo blijkt uit onderzoek – die eerste maanden sowieso twee keer zoveel tijd kwijt als eenlingmoeders met alle praktische klussen die komen kijken bij het prille moederschap (twee keer zoveel was, twee keer zoveel badjes, twee keer zoveel flessen uitkoken, etcetera).
  • En dat alles dus op twee keer zo weinig slaap als de gemiddelde eenlingmoeder. Terwijl je twee keer zoveel baby’s wilt knuffelen en leren kennen.
  • Als tweelingmoeder kom je écht handen te kort in het begin, vooral als je geen extra hulp krijgt van je partner, vrienden of familie. Je kunt in je eentje nou eenmaal geen twee baby’s troosten. En baby’s die niet getroost worden, kunnen héél ongeduldig worden. Twee keer zoveel schuldgevoel dus.
  • Heb je twee huilbaby’s, dan is het helemaal bingo. Het enige wat bij ons echt hielp, was de draagdoek. Maar dan had ik nog altijd één huilende baby over.
  • Dat is dus – vind ik – iets anders dan wanneer je een pasgeboren huilbaby hebt en nog ergens een peuter hebt rondlopen. Met een peuter is het hechtingsproces al achter de rug. Een peuter kan zichzelf ook iets langer vermaken dan een baby. En in noodgevallen is er altijd nog de iPad. Werkt niet bij een huilbaby.
  • Tweelingouders zijn meer geld kwijt dan andere ouders, omdat je bijna alles dubbel nodig hebt in plaats van dat je spullen kunt overdoen van het ene op het andere kind. Veel tweelingouders hebben last van financiële stress, blijkt uit onderzoek.
  • Ook als een tweeling ouder wordt, kun je ze niet vergelijken met twee eenlingen. Boodschappen doen met een peutertweeling bijvoorbeeld kan echt het uiterste van je vergen. Die van mij doen zulke levensgevaarlijke stunts in de winkelkar dat ik ze meestal maar los laat rondlopen – met alle gevolgen van dien.
  • Dat is dus ook zoiets met tweelingen: ze steken elkaar aan. Klimt de ene op tafel, dan de ander ook. Holt de een het fietspad op, dan de ander ook. Ik sprak laatst een man die vier kinderen had, waarvan één tweeling van inmiddels zes. Hij zei: ‘Mijn andere kinderen zijn heel makkelijk, maar die twééling! @!#%^&*!!’
  • Nog even ter vergelijk: mijn vriend en ik gaan in het weekend soms afzonderlijk van elkaar met één kind op stap. Dan hebben we dus echt geen kind aan ze.
  • Tegelijkertijd is dat bondgenootschap een van de allerleukste dingen aan een tweeling. En er zijn nog heel veel andere voordelen aan een tweeling die je dan weer niet hebt als je twee eenlingen krijgt. Los van het feit dat het ook gewoon dubbel genieten is. Maar nog steeds maakt dat het niet hetzelfde.
  • Dus voor de allerlaatste keer: een tweeling is niet hetzelfde als twee eenlingen.
  • De meeste tweelingmoeders voelen zich een beetje onbegrepen als je zoiets roept.
  • Oók als je kinderen kort na elkaar geboren zijn.
  • Ik snap de hele vergelijking ook niet zo goed. Ik heb nog nooit geroepen dat ik precies weet wat het is om een drieling te hebben.
  • Bij deze een heel diepe buiging voor alle drie-, vier-, vijf- en zeslingmoeders. Jullie zijn mijn helden. Maar dat terzijde.

Meer lezen van Janneke? Volg haar op Instagram: @mylittledutchdiary

Lees ook: Als je een tweeling hebt die niet op elkaar lijkt.

 

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

10 tips om de tropenjaren te overleven

Voor wie midden in de tropenjaren zit en het allemaal een beetje...
Lees verder