Waarom de bevallingscursus vervangen moet worden door een eerste-weken-cursus

Waarom de bevallingscursus vervangen moet worden door een eerste-weken-cursus
Wekenlang zat Renée iedere woensdag in een groepje de komende bevalling te bespreken. Achteraf denkt ze: lichtelijk overdreven. Liever had ze geleerd wat ze in die eerste weken met haar baby aan moest.

Puffen. Ik had het al meerdere keren geoefend, voor ik het voor het eerst voor het echie deed in het ziekenhuisbed. Ik wist precies waar mijn lijf doorheen ging. Ik had er plaatjes van gezien. De ontsluiting, het staan van het hoofd, het wegpuffen van de persweeen. Joh, ik was tot aan het gaatje voorbereid. We hadden zelfs, als feestelijke afsluiter van de cursus, onder het genot van een hapje en een drankje, nog een echte bevalling gekeken op tv. De cursusleidster merkte daar nog wel bij op dat dit een bevalling volgens het boekje was. Weinig bloed, amper gegil. “Dat kon in het echt nog wel eens anders gaan,” drukte ze ons op het hart. Kortom; ik wist alles.

Lees ook: Wat je zes uur na de bevalling nooit kunt bedenken

Wat ik niet wist? Hoe je een bed opmaakt voor je pasgeboren baby. Hoe je het makkelijkst kan voeden midden in de nacht. Hoe je een maxi-cosi vastmaakt, verdomme. Wat hebben we staan goochelen met dat kloteding. Serieus, mensen die bij maxi-cosi werken. Dat moet makkelijker en logischer kunnen. Nadat ik mijn oudste eruit geperst had, helemaal zoals van te voren bedacht, mocht hij mee naar huis. En daar eindigde alles wat ik op die intensieve cursus had geleerd. Ik wist me geen raad met mijn frutsel.

Omdat we pas ’s avonds laat thuis kwamen, was er even sprake van dat de kraamverzorgster pas de volgende dag kon komen. Blinde paniek, mensen. Echt waar. Ik had die baby vast, wist net hoe ik hem aan mijn borst moest leggen en dat was het. Hij stonk. Dat rook iedereen. Wat deed ik eraan? Moest ik hem in bad doen? Hoe dan? Onder de douche? Ik durfde hem amper aan te raken, bang dat hij zou breken. Tering, wat was hij klein. Dat had nooit iemand me verteld. Dat ze er zo verdomde breekbaar uitkomen. En die luier, hoe vaak doe je die? Moet dat ook ’s nachts? En hoe krijg ik die dunne armpjes door een mouw heen. God zij dank bleek kraamverzorgster Lydia een avondmens en stond ze om elf uur ’s avonds nog voor de deur. Ik duwde mijn kind in haar armen en vormde met mijn gezicht één groot vraagteken.

Oke, dat bevallen is dus gelukt. Geen hechtingen, ik kon gewoon lopen, hooguit af en toe een paracetamolletje vanwege het ‘staan van het hoofdje.’ Ja, vrouwen, jullie weten nog wel hoe dat voelde. Lydia legde het me allemaal uit. Niet in acht avonden, maar in een spoedcursus van 45 minuten. Toen kon ik mijn kind, dan wel met trillende handjes, aankleden, voeden en wassen. Sindsdien is mijn pleidooi: één avondje bevallingscursus, gewoon even de highlights, en dan door naar de cursus ‘De eerste weken.’ Neem een paar stencils mee, dan kun je het, wanneer het kind er eenmaal is, nog eens nakijken. Als je dan de pech hebt dat kindlief zich midden in de nacht aandient en het ziekenhuis je – want ja, geen complicaties – binnen een paar uur op straat zet, heb je altijd je naslagwerkje nog. Die weeen die (meestal) vanzelf, maar een kind verzorgen, dat moet je echt leren. Tenminste, ik wel.

Lees ook: Deze verrassingen staan je te wachten (tijdens en na de bevalling!)

Renée is de trotse moeder van een peuter en een baby. Ze is lekker nuchter en kan niks met de ik-weet-het-beter-moeder. Soms pakt het ze het zelf allemaal niet zo pedagogisch verantwoord aan en daar komt ze gewoon rond voor uit.

Lees ook
Geschreven door
More from Renée Lamboo

Wat ik het meest mis nu ik nooit een dochter zal krijgen

Het is een jongensgezin geworden, bij Renée. En nu er binnenkort een...
Lees verder