Waarom mama niet ziek kan zijn

mama ziek
Annemieke is ziek. Probleempje: dat gaat niet met een baby die aandacht vraagt en een vriend die niet weet waar de luiers liggen.

Ik ben ziek. Ziek als in: echt ziek. Ziek als in: als ik een vaste baan had gehad, had ik me al een week geleden ziek gemeld en was ik pas februari 2020 weer op werk verschenen. Helaas gaat dat niet als freelancer. Wanneer ik het kwartet van hoofdpijn, koorts, koude rillingen en blafhoesten met geel slijm compleet heb, duik ik toch maar mijn bed in. Ik denk erover naast de twee dagen echt in bed liggen, stiekem een derde dagje uit te zieken. Onder het mom van ‘nog even rustig aan doen’. Me-time, heerlijk!

‘Waar is de…?’

K. zorgt voor onze dochter. Dus kan ik, naast ziek zijn, uitrusten. Nee dus. Meneer vindt geen wasbare luiers inleggers meer en vraagt zich hardop af waar ze zijn. “Want die liggen toch altijd op dezelfde plaats?” We hebben er 12. Moet je de was doen. “Waar is haar tuitbeker?” Moet je zoeken, waarschijnlijk ergens in de keuken. “Waar heb je Knuffelkonijn verstopt?” “Liggen haar schoenen misschien in de slaapkamer?” “Moet ze trouwens schoenen aan?” “Waar is haar mutsje?” Mijn dochter loopt zonder sokjes over de ijskoude vloer en mijn vriend heeft blijkbaar een bril nodig. Ik sleep me maar weer uit bed. De plas van onze baby, “Ah, nu je toch uit bent bent, kun jij haar even op het potje zetten want ik moet een mail beantwoorden?” is donkergeel. Haar tuitbeker staat midden op het aanrecht. Ik zucht.

Zorgzame man

Hij komt haar in vier uur tijd zeven keer brengen ‘omdat ze honger heeft’ – een baby van ruim een jaar die inderdaad nog regelmatig aan de borst drinkt, maar gelukkig niet meer ieder half uur. “Ze slaapt niet, ze moet echt een keer slapen, ze heeft pas één keer geslapen, in de auto naar de winkel net. Waarschijnlijk is ze ook ziek,” zegt K. Het is 1 uur ‘s middags. Zoë is bijna 13 maanden en doet al twee maanden lang slechts twee slaapjes per dag. Soms zelfs maar één. Ik vraag me af waar mijn vriend het afgelopen jaar met zijn gedachten zat. In ieder geval niet bij zijn dochter. Of bij mij. Hij zet thee met honing terwijl ik honing in mijn thee haat. Maakt yoghurt met fruit en cruesli, terwijl ik nooit cruesli in mijn yoghurt doe, alleen maar fruit. Al zes jaar lang. Hij verschoont uit zichzelf een poepluier en wil applaus hebben voor allerbriljantste zorg die hij helemaal zonder dat ik het hoef te vragen verleent. Gewoon, omdat ‘ie zo’n zorgzame man is. Plus het liefst nog een medaille voor de beste papa van de wereld. Ik wil ‘m slaan.

Meneer de masterchef

“Heee, de poepluier ligt nog steeds in de wasbak,” roept ie uit. Verwacht ‘ie echt dat ik met 39° koorts en knallende koppijn poepluiers uit ga spoelen? Nee, dat doet K. dadelijk wel even hoor, maar hij moet heel duidelijk vertellen dat ‘ie het gaat doen. Net zoals hij meldt dat ‘ie de was heeft gedaan. UIT ZICHZELF! Ik vraag me af of mijn vriend zijn kop kan houden en gewoon aan de slag kan gaan. Het huis ziet eruit alsof onze dochter alle kastjes waar ze bijkan uitgeruimd heeft. Wat ze waarschijnlijk ook gedaan heeft. Mijn vriend besteedt anderhalf uur aan het creëren van een nieuwe maaltijd: fusilli a la ortofrutticoli e acciughe. Het lijkt verdacht veel op pasta met tomatensaus en koelkastoverblijfsels, waar ik maximaal een halfuurtje over doe. Hij complimenteert zichzelf met hoe de kappertjes de anchovis complimenteren. Ik kan niets proeven dus had net zo goed gekookt karton kunnen eten, want dan had ik op tijd in bed kunnen liggen. Dat was geen handige opmerking. Meneer de masterchef is op z’n pik getrapt.

Triest

Onze dochter is ook niet al te enthousiast over de fusilli en voert het aan de hond. “Wat moet ik haar dan geven?” vraagt K. radeloos. “Waarom hebben we geen avocado’s meer? Ik heb nog wel boodschappen gedaan! Waarom heb jij ze niet op het lijstje gezet!?” Dit zou grappig zijn als het niet zo triest was. Om half 7 is mijn dochter aan het krijsen van de honger, neem ik een dubbele dosis paracetamol en een glas wijn en en warm ik pap op. Dat extra dagje uitzieken kan ik op m’n buik schrijven. Mama kan niet ziek zijn. Niet als ze wil dat er fatsoenlijk voor haar dochter gezorgd wordt. Volgens mij doet mijn vriend het erom en is zijn gespeelde hulpeloosheid een passief-agressieve manier om ongenoegen te uiten. Waarschijnlijk over het feit dat ik niet genoeg waardeer wat hij allemaal in huis doet. Of over het feit dat we nooit meer seks hebben, dat kan natuurlijk ook. Tijdens het tandenpoetsen zie ik in een hoekje van de badkamer de volgepoepte luier liggen.

Annemieke kreeg de schrik van haar leven toen er zomaar twee streepjes op die test stonden. Met haar vriend K., baby Zoë en hond Dribbel (die naar alle kinderen onder de 10 gromt) woont ze in Spanje

Geschreven door
More from Annemieke

Waarom ik blij ben dat mijn baby met een hond opgroeit

Een speelkameraadje, een extra paar ogen en een wandelende stofzuiger. Plus natuurlijk...
Lees verder