Deze 10 regels helpen je de peuterpuberteit door

Deze 10 regels helpen je de peuterpuberteit door
Janneke heeft er twee van bijna twee en die zeggen allebei de hele dag nee. Gelukkig ontdekte ze een paar gouden regels die elke peutermoeder de peuterpuberteit door helpen.

Lees ook: Als je een tweeling hebt die niet op elkaar lijkt

Eerlijk gezegd zit ik er nog steeds een beetje op te wachten, tot de hel losbreekt. Over iets meer dan een maand wordt onze tweeling twee, en ik heb er onheilspellende verhalen over gehoord, over die hele ik-ben-twee-en-ik-zeg-nee-fase. Ja, er ligt er inmiddels dagelijks wel eentje op de grond met een driftbui. Ja, ‘nee’ is hun lievelingswoord. Ja, het eten vliegt nogal eens de kamer door. En nee, ze luisteren meestal niet als ík ‘nee’ zeg.

Toch vind ik deze fase tot nu toe beter te doen dan de babyfase, toen ze nog niks konden en ik eigenlijk de hele dag door vier armen nodig had. Nu ze zelf kunnen lopen, zelf hun neus kunnen afvegen, zelf hun beker kunnen vasthouden, zelf hun speen in en uit kunnen doen en redelijk goed kunnen aangeven waar ze behoefte aan hebben, vind ik het moederschap eigenlijk voornamelijk makkelijker geworden. Of is dit stiekem gewoon nog de stilte voor de storm? Barst de echte hel pas los rond hun tweede verjaardag? En heb ik nu alleen nog met wat voorweeën te maken? Hoe dan ook, ik ben gewapend, want ik heb hier een heel oude opvoedbijbel liggen die ‘De peuterjaren’ heet. Voor het eerst verschenen in 1994, maar als je het mij vraagt nog steeds actueel – tenzij je alleen maar de nieuwste opvoedhypes aanhangt, maar dan moet je even een ander stukje gaan lezen. Echt álles staat erin, in die peuterbijbel, van wat je moet doen als je kind tandpasta weigert of op boeken kauwt tot wat je moet doen bij een luier-striptease of bij penisnijd. Ik destilleerde er de volgende 10 gouden regels uit om zonder kleerscheuren door de peuterpuberteit heen te komen, hier en daar een beetje aangepast naar mijn eigen smaak.

  1. Pick your battles. Politieagent is niet het beroep dat ik voor ogen had toen ik moeder werd. Daarom zie ik veel door de vingers. Ja zeggen werkt beter dan altijd maar nee zeggen, beweert de peuterbijbel. Dus willen ze alle luiers uit de luiertas trekken? Prima. Willen ze hun ontbijt al picknickend op het vloerkleed nuttigen? Geen probleem. Willen ze naar buiten zonder sokken in hun laarzen of juist op slippers met sokken erin? Vooral doen. Soms moeten ze wél helpen opruimen of leven met de consequenties van hun keuzes (als ze met sokken aan in het drinkbakje van de kat gaan staan, geef ik ze niet à la minute droge sokken.) Ik ga pas op mijn strepen staan als ze iets doen wat direct gevaar oplevert of wat echt te veel afwijkt van hoe ik het in gedachten had. Bijvoorbeeld als ze op mijn ietwat wankele bureautje willen zitten. Of de straat op willen lopen. Dan zeg ik zo ferm ‘nee’ dat ik er zelf ook van schrik. En dan doen ze het ook niet meer (vooralsnog).
  2. Maak er een lolletje van. Peuters hebben weinig met bazigheid, wel met humor. En met wedstrijdjes. Dus: ‘Zullen we doen wie er als eerste boven is?’ Of: ‘Laat eens zien hoe goed je zelf al je laarsjes kunt aantrekken.’ Grappen en grollen werken hier ook goed, hoewel ik daar dan weer geen voorbeelden van heb, omdat ze in de categorie peuterhumor vallen en zich niet echt laten navertellen. Maar het eindigt er meestal mee dat ik mijn zin krijg.
  3. Geef een keuze. Peuters willen lang niet altijd aantrekken wat je voor ze uitkiest, dus geïnspireerd door de peuterbijbel laat ik ze wel eens kiezen tussen twee kledingstukken. ‘Wil je deze of deze schoenen aan?’ Je kunt aan bijna alles wel een (schijn)keuze koppelen. Bijvoorbeeld, uit de peuterbijbel: ‘Wil je je handen in de badkamer wassen of in de keuken?’ Of: ‘Wil je vloeibare zeep of een stuk zeep?’
  4. Sta soms wél op je strepen. Als er geen keuze is, moet je ze ook geen keuze geven, raadt de peuterbijbel aan. De vraag: ‘Wil je nu naar huis?’ als het tijd is om naar huis te gaan, is niet handig. ‘Het is nu tijd om naar huis te gaan’ werkt dan toch het best. Wat ook kan werken: er een uitleg bij geven. ‘We gaan nu naar huis omdat mama nog eten moet koken.’
  5. Neem jezelf niet te serieus. Je hoeft volgens mij echt geen militair regime te voeren thuis. Soms mag je ook gewoon lachen, niet zozeer óm als wel mét je peuter. Ik vind hun onderzoekende nieuwsgierigheid behalve aandoenlijk vaak ook heel grappig. En zij vinden het dan weer hilarisch als ik erin meega. Maar:
  6. Neem hen wél serieus. Vooral als ze ‘nee’ zeggen, vinden ze het prettig om serieus genomen te worden en niet te worden uit- dan wel toegelachen, aldus de peuterbijbel. Hoe grappig hun ‘nee’ dan ook mag zijn (‘Nee, ik wil geen muts op, maar wel het fietszadelhoesje op mijn hoofd’).
  7. Betrek ze bij je bezigheden. Over serieus nemen gesproken, die van mij vinden het dus echt fan-tas-tisch als ze me mogen helpen met volwassen dingen. Stofzuigen. De was uit de machine halen. In een pannetje roeren. Selfies maken. De luiers weggooien. Maakt eigenlijk niet uit wat de activiteit is, als er maar geen speelgoed aan te pas komt. Werkt bij mij ook goed om bijna-driftbuitjes de kop in te drukken. ‘Kom, dan gaan we even… [vul maar in].’
  8. Geef je peuter af en toe zijn zin. Niet altijd, want dan kom je helemaal nergens meer aan toe, maar af en toe mag je je peuter dus zijn zin geven volgens de peuterbijbel. Zes keer hetzelfde boekje lezen achter elkaar. Naar buiten terwijl jij eigenlijk net koffie wilde gaan zetten. De trap oplopen terwijl jullie net beneden zijn. Dan vindt hij het daarna ook weer leuker om jouw zin te moeten doen. N.B. Geef ‘m niet z’n zin als ie midden in een driftbui zit, dan werkt het averechts.
  9. Keep it cool. Ja, de peuter kan heel wat emoties uit de kast trekken en allemaal op volle sterkte. En het is heel normaal als je daardoor af en toe je geduld verliest – wij moeders zijn ook maar mensen. Maar idealiter laat je daar zo min mogelijk van merken. Als je peuter door heeft dat je je op stang laat jagen, krijgt ie het gevoel dat hij de controle heeft, schijnt. En dat is nou net iets wat je liever wilt voorkomen.
  10. Benadruk de positieve dingen. ‘O, wat luister je goed.’ ‘Wat ben je zoet aan het spelen.’ ‘Wat help je mama goed.’ Ik heb ooit ergens gehoord dat je je kinderen niet te veel complimenten mag geven, maar ik strooi ze de hele dag rijkelijk rond. Ze reageren er zó goed op. Bovendien vind ik het veel leuker dan politieagentje spelen. Goed nieuws: van de peuterbijbel mag het.

(Bron: De peuterjaren, Arlene Eisenberg e.a., Uitgeverij M.O.M.)

Lees ook: De 10 geboden van de Peuter-Club

Janneke is schrijfster en moeder van een meisjestweeling. Het eerste jaar moederschap was ze een wandelende zombie, maar ze leerde er wel een paar waardevolle lessen uit. Loslaten bijvoorbeeld. Het moederschap maakte haar tot een idealist, die hoopt op een duurzamere wereld. Janneke werkt aan een boek over tweelingmoederschap dat voorjaar 2019 zal verschijnen bij De Boekerij.

Lees ook
Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Ode aan de vriendin die jong moeder werd

Oudere moeders bieden meer stabiliteit aan kinderen dan jonge moeders, zo bleek...
Lees verder