Als je een tweeling hebt die niet op elkaar lijkt

Als je een tweeling hebt die niet op elkaar lijkt
Janneke heeft weliswaar een tweeling, ze lijken voor geen meter op elkaar. En dat zorgt regelmatig voor nogal wat verwarring.

Lees ook: Waarom een tweelingmoeder grote behoefte heeft aan andere tweelingmoeders.

Zoals de meesten van jullie weten, heb ik een tweeling. Maar als je goed kijkt, dan zie je dat het eigenlijk helemaal geen tweeling is. Ik heb, zoals een andere tweelingmoeder dat laatst zo mooi omschreef, een neptweeling. Twee kinderen die toevallig tegelijkertijd in mijn buik zaten, maar daar hadden ze volgens mij zelf niet om gevraagd. Het liep gewoon zo, iets met fanatieke eitjes en zaadjes. Regelmatig zie ik mijn kinderen naar elkaar kijken, zo van: ben jij nou alweer hier? Of de een duwt de ander omver om toch maar als enige bij mij op schoot te kunnen zitten. Ook al gebeurd: de een slaat de ander met een speeltje op het hoofd in de hoop dat dat de zaak nu eindelijk eens oplost. Want net als iedere andere dreumes willen allebei mijn tweelingkinderen gewoon het centrum van het universum zijn. En dat centrum kun je natuurlijk niet delen met een wederhelft die toevallig min of meer tegelijkertijd geboren is. En die ook nog eens totaal anders is dan jij. Al toen ze een baby waren, stootten ze elkaar woest van de tiet. Dus dat synchroon voeden heb ik maar kort volgehouden, het werd gewoon een slagveld. Gelukkig hebben ze zich inmiddels redelijk verzoend met de situatie en lijken ze het over het algemeen wel gezellig te vinden dat ze een huis, een vader en moeder, vrijwel al hun speelgoed en hun verjaardag delen. En zijn er ook heel veel momenten van harmonie en tweelingsolidariteit.

Toch blijft het een dingetje, zo’n tweeling die niet op elkaar lijkt. Vooral bij mensen in de omgeving roept het vragen op. Als ik met mijn kinderen in het openbaar ben, zie je mensen kijken en proberen uit te vogelen hoe de vork in de steel zit. Mijn ene kind is een stuk groter en minstens een kilo zwaarder dan mijn andere kind, maar het scheelt ook weer niet zo veel dat er een jaar tussen kan zitten. Ha, daar loopt een neptweeling, zie je ze denken. Of: wat leuk, die moeder zorgt voor haar eigen kind en voor dat van iemand anders. Soms komen ze naar me toe. ‘Is dat een tweeling…?’ vragen ze dan aarzelend. ‘Ja hoor, een echte,’ zeg ik dan. ‘Maar de ene heeft veel meer haar dan de ander,’ zeggen zij dan weer. Of: ‘Wat gek, die ene is veel groter.’ Meestal leg ik dan uit dat ze twee-eiig zijn, en dan valt er vaak wel een kwartje. O ja, twee-eiig, dat kon natuurlijk ook nog bij tweelingen. Maar waar kwam dat lengteverschil dan vandaan? Nou, dat kwam dus door een groeiachterstand en ook dat komt heel vaak voor bij tweelingen. Ik denk zelfs dat er meer twee-eiige tweelingen rondlopen met een lengteverschil dan er eeneiige tweelingen bestaan.

Wat ik ook al heb gehoord: ‘Hé, wat leuk, ik heb ook een Ierse tweeling.’ Een Ierse tweeling is, zo leerde ik, helemaal geen tweeling, maar twee kinderen die kort na elkaar geboren zijn, met minder dan een jaar ertussen. Meestal omdat de ouders dachten dat borstvoeding geven ook een vorm van anticonceptie was, of misschien wilden ze eigenlijk het liefst een tweeling – daar wil ik vanaf zijn. De naam ‘Ierse tweeling’ is gebaseerd op – ik heb het even opgezocht – ‘de relatief hoge vruchtbaarheid van de Ierse bevolking, met name immigranten, in de negentiende eeuw’. Er bestaat ook nog een échte Ierse tweeling met een groot leeftijdsverschil, Amy en Kate Elliott uit Ierland: de een werd geboren met 24 weken, de ander drie maanden later. Een soort wonder dus. Hoe dan ook, ik heb géén Ierse tweeling, niet zo een als die Ierse immigranten en ook niet een met drie maanden ertussen die in Ierland is geboren. Ik heb een echte Hollandse, met maar twee minuten verschil ertussen en de kleinste is ook nog eens de oudste – ook al gelooft natuurlijk niemand dat.
Wat ik het aller-aller-vaakst heb gehoord als ik met mijn tweeling buiten de deur kom, is: ‘Ha, een jongetje en een meisje.’ Of ik ze nou twee roze jasjes aantrek en twee roze mutjes opzet en ze onder twee roze dekentjes in een roze wagen rond duw – maakt allemaal niet uit. Naar schatting hebben al zeker tweehonderd mensen tegen mij gezegd dat ik vast en zeker een jongetje en een meisje heb. Ik geloof dat twee mensen geraden hebben dat het twee meisjes zijn.

Er is maar één klein nadeel aan het hebben van een tweeling die niet op elkaar lijkt: je moet na de geboorte twee totaal verschillende babymensjes leren kennen, met verschillende behoeften en een ander ritme. Maar er kleven vooral heel veel voordelen aan. Zo weet ik altijd precies wie er aan de beurt is voor een fles, luier of een knuffel – gewoon, omdat ze zo ontzettend verschillend zijn. Ik vind het stiekem enorm boffen dat ik twee totaal verschillende karakters in huis heb, ook al zijn ze dan tegelijk geboren. Die net zo vaak botsen als ze een eenheid vormen – maar voorspelbaar wordt het in elk geval nooit. Ook handig: ik kan ze precies dezelfde kleren aantrekken zonder dat iemand ze door elkaar gaat halen, en ik ga dan ook regelmatig los met dezelfde setjes. Dan weet de oplettende kijker tenminste meteen dat het hier toch echt om een tweeling gaat.

Het enige waar ik me nog in moet bekwamen, is in Ierse tweelingen herkennen. Want als ik op straat iemand met twee kinderen tegenkom van wie de één een kop groter is dan de ander en ook veel meer haar heeft en bovendien al kan lopen, terwijl de ander alleen nog maar in de kinderwagen kan zitten, dan roep ik altijd uitgelaten: ‘O, wat leuk, een tweeling!’ En dan kijken mensen me altijd heel vreemd aan.

N.B. HIER wat voorbeelden van tweelingen die óók niet op elkaar lijken. Nog meer moeders met een neptweeling? Laat je horen op Facebook (liefst met foto natuurlijk).

Lees ook: 22 Dingen die een tweelingmoeder tegen een eenlingmoeder wil zeggen.

Lees ook
Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Had jij ook zo’n last van deze 10 zwangerschapshormonen?

HCG, progesteron en oestrogeen, dat zijn een paar van de officiële hormonen...
Lees verder