10 bizarre eigenschappen van een oververmoeide moeder (die je eerst niet had)

10 bizarre eigenschappen van een oververmoeide moeder (die je eerst niet had)
Nu Janneke eindelijk weer wat slaap krijgt, kijkt ze wel eens terug op de afgelopen 1,5 jaar en vraagt zich af: wie was toch die vreemde persoon die voor mijn kinderen zorgde? O ja, dat was ze zelf, maar met een aantal totaal nieuwe eigenschappen die voortkwamen uit slaapgebrek. Als jij ook al maandenlang geen oog dicht doet, heb jij ze vast ook, deze 10 bizarre eigenschappen van een oververmoeide moeder.

  1. De lol er niet van inzien. Mijn gevoel voor humor, waar was het gebleven? Waarschijnlijk ergens op mijn hoofdkussen, waar het een winterslaap was gaan houden. Een een voorjaars/herfst/zomerslaap. Dat gevoel voor humor, dat doet allemaal maar waar het zin in heeft, terwijl jij intussen de dag door moet zien te komen op anderhalf uur slaap, zeventien koppen koffie en puur chagrijn.
  2. Niet op woorden kunnen komen. Wist ik vroeger nog indruk te maken met woorden als ‘elementair’ en ‘lumineus’, op een goed moment was ik al blij als ik het woord ‘moe’ kon uitspreken zonder erover te struikelen. Mijn hersenen trokken geregeld laatjes met woorden open die op dat moment totaal niet van toepassing waren. Zo stond ik op een borrel luidkeels te verkondigen dat ik wel even een paar mensen zou gaan ophangen. Dat had dus opbellen moeten zijn.
  3. Zo dement als een deur. Het begon tijdens de zwangerschap, en toen ehm… toen gebeurde er, wacht even, ehm… er was iets… Hoe laat is het?
  4. Niks kunnen vinden. Dat weet ik aan de verhuizing die twee weken vóór het breken van de vliezen nog had plaatsgevonden. Maar de sleutels die in de koelkast lagen of de tas die gewoon om mijn schouder hing terwijl ik hem zocht, vielen niet onder dit argument. Overigens maakt zo’n lastminute verhuizing de boel niet makkelijker. Ik zoek nog steeds elf (!) zonnebrillen die tijdens de verhuizing geruisloos de aftocht hebben geblazen, waarschijnlijk op zoek naar een hipper oord dan dat waar ik woon sinds ik moeder ben
  5. Wazig zien. Ik wás niet alleen wazig, ik zág ook alles waziger, vooral na een dagje computerwerk. Mijn ogen wilden dan gewoon nog maar één ding: slapen. Net als mijn gevoel voor humor.
  6. Algehele desinteresse. Mijn verjaardag, de vrijdagmiddagborrel, de gesprekken in de pauze, de opkomst van Trump, de uitvinding van de zelfstrikkende schoen, de opkomst van zeewier als hippe snack: het kon me allemaal gestolen worden. Wat me wel interesseerde: slaap. En mijn kinderen. Maar vooral: de slaap van mijn kinderen. Een probleem van wereldformaat.
  7. Planeet Insomnia. Mensen die wel gewoon sliepen, leken wel van een andere planeet te komen. De planeet waar de zelfstrikkende schoen werd uitgevonden en Trump met een opmars bezig was. Maar ook: de planeet waar mensen tijd vonden om hun nagels te lakken en nieuwe kleren te kopen. Tijd die ik natuurlijk naarstig stak in het doen van dutjes. Het ergste vond ik de adviezen van de ouders die wél sliepen en de luchtig gedane uitspraken over hoe goed hun kinderen sliepen en dat dat gewoon een kwestie was van zus en zo. Ik wist best dat het geen kwestie was van zus en zo, want ik had namelijk één goeie slaper en één slechte slaper en ik had bij allebei zus en zo gedaan. Maar omdat ik dus niet op woorden kon komen, kon ik alleen maar heel glazig terugkijken en er het mijne van denken. Waarna ik het gelukkig een half uur later allemaal weer vergeten was. Zie punt 2.
  8. Zeurpiet. Dat was ik ook. Ik zeurde vooral over het aantal misgelopen uren slaap. Maar ook over alles wat in de weg lag terwijl ik me al wazig ziende en humorloos een weg door het huis probeerde te banen. En over de dingen die voortdurend uit mijn handen vielen en alles wat er in huis maar kapot ging en kwijtraakte en over wat ik nu weer vergeten was bij de supermarkt te halen. Jullie weten daar alles van, want ik heb in talloze stukjes tegen jullie aan lopen klagen – waarvoor mijn eeuwige dank, want zonder jullie luisterend oor had ik het niet gered.
  9. De marathongriep. Ik ben serieus een jaar lang non-stop verkouden geweest en als ik niet verkouden was, dan had ik wel buikgriep of de vinketering. Meestal tegelijkertijd met de kinderen uiteraard, want het moet wel gezellig blijven, zo’n ziekenboeg. Sowieso belde de opvang al op als er ook maar één van mijn kinderen 37,6 had of meer dan twee keer had gepoept en kon ik ze dan, al snotterend, slechtziend en humorloos, gaan ophalen. ‘Ja, sorry, we weten het echt even niet meer,’ zeiden ze dan. En dan zei ik natuurlijk niks. Zie punt 3.
  10. Zwart-witdenken. ‘Ik slaap vast nóóit meer.’ ‘Dit gáát gewoon niet.’ ‘Iedereen die wel slaapt, kan mijn vinketering krijgen.’ ‘Ik had nooit aan kinderen moeten beginnen.’ Nee, er zijn soms weinig nuances te vinden in het uitgeputte brein van de oververmoeide moeder. Het goeie nieuws: ondanks fanatiek doemdenken, komt er toch een dag dat je weer slaapt. En je alles weer stukken zonniger inziet. Bij mij was dat na een jaar en drie maanden ongeveer. Dat betekent dat ik nu alweer drie maanden redelijk kan doorslapen, maar nog steeds voelt het alsof ik een slaaptekort moet inhalen dat teruggaat naar het Pleistoceen. Dus sommige van bovenstaande eigenschappen heb ik nog steeds. Maar ik heb ze allemaal omarmd. Uit puur geluk, omdat ik weer wat slaap krijg.

LEES OOK: Hoe wij eindelijk weer in de wereld der slapenden belandden

Lees ook
Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Moeders, stop met ongevraagd advies geven!

Niks zo irritant als een andere moeder die ongevraagd haar moederwijsheden met...
Lees verder