15 dingen die je anders doet bij je tweede kind

Je googlet je niet meer suf bij elk vlekje en je buit je lieve kraamverzorgster schaamteloos uit. Deze en nog meer dingen doe je echt anders bij je tweede kind.

Lees ook: Hoe het moederschap in niets is wat ik ervan verwachtte

Casper (nu ruim 1,5) wilde in het begin niet zo lekker groeien. Gierend onzeker als ik was – want dat ben je nou eenmaal bij je eerste kind – liep ik de deur plat op het inloopspreekuur van het consultatiebureau om me vervolgens druk te maken over elke gram die ie wel of niet was aangekomen. Met Nora (8 weken) bezocht ik dat spreekuur welgeteld één keer en voornamelijk om te laten zien dat ik niet helemaal ontaard ben. Groeien doet ze vast wel en of dat nou met vijf of vijftig gram tegelijk is, het zal hoe dan ook wel goed komen. Deze en nog een paar andere dingen doe je dus echt gewoon anders bij de tweede.

1. Voeden als het uitkomt

Leefde je bij je eerste kind nog krampachtig volgens de klok,, bij de tweede geloof je het wel met het voedingsschema. Om de drie uur, om de zes, om de twintig minuten, je doet maar wat en zolang je baby er blij uitziet, zal het wel goed zijn.

2. Overal slapen

Er zijn mensen met veel meer ervaring met baby’s – of in het leven in het algemeen – die jou bij de komst van je eerste kind allerlei wijsheden aan de hand deden. Of het nou van je oma was of een kraamverzorgster van de oude stempel, je kreeg te horen dat baby niet in de box, maar in een bedje horen te slapen. Een eigen bedje ook nog. Dus niet naast jou ofzo, omdat je toevallig in slaap bent gevallen tijdens een nachtvoeding. Het leuke aan je tweede kind krijgen is dat je de wijsheden allemaal al eens hebt gehoord, naar de prullenbak hebt verwezen en hebt verruild voor die ene door jouzelf als absolute waarheid geadopteerde wijsheid: slaap is heilig, de locatie niet relevant.

3. De kraamverzorgster uitbuiten

Toegegeven, je was beetje opgejut door je zus / nicht / vriendin die maar al te graag trots opdist hoe zij degene was die koffie maakte voor de kraamverzorgster, waarna ze gezellig samen de badkamer gingen soppen want o, wat was ze toch geweldig leuk uit haar bevalling gekomen. En dus werd je bij baby 1 overvallen door bewijsdrang en gaf je de kraamverzorgster een sleutel zodat ze erin kon als jij ’s ochtends met baby en al naar de Albert Heijn was vertrokken voor de wekelijkse boodschappen ofzo. Bij de tweede weet je beter. Veel beter. En buit je je lieve kraamverzorgster volledig uit, want je weet inmiddels dat de ongelooflijke luxe van iemand die de was doet en ook nog fruitcocktails serveert terwijl jij ’s middags gewoon kunt slapen (SLAPEN!) onvoorstelbaar geweldig en helaas van korte duur is.

4. Je geen ongeluk googlen

Kruip je bij je eerste kind nog panikerend achter de computer als je een minuscuul rood stipje ontdekt (Hersenvliesontsteking! Op z’n minst!), de tweede moet zo’n beetje gifgroen en etterend uitslaan wil je Dr. Google raadplegen. Vlekjes, plekjes, kuchjes – je baby zal ’t wel overleven.

5. Geen 372 uur in de babykamer stoppen

Oké, je bent zelf inmiddels ook best bereid om toe te geven dat je bij de kamer van baby 1 een tikje bent doorgeslagen. Het was maar goed dat je in week zes van je zwangerschap begon, anders had je het niet op tijd gered. 372 uur en 5000 euro verder kon de kamer zo in een woonblad en je hebt je echt voorgenomen ook voor baby 2 zo’n zelfde paleis te creëren. Maar op een of andere manier knipperde je twee keer met je ogen en was je ineens dertig weken zwanger, zonder zelfs maar een behangetje te hebben uitgezocht. Snel scoor je iets keks bij de Kwantum, shopt binnen een uur online het hele meubilair bij elkaar en drie uur voordat junior zich aandient, hang je de gordijnen op.

6. Je niet druk maken om drie gram aankomen

Rende je bij de eerste nog elke week, en soms twee keer per week, naar het inloopspreekuur van het consultatiebureau, nu vind je het al heel wat als je de reguliere afspraken weet te onthouden. Zo op de hand gewogen leek je kind zwaarder te worden en hij zag er ook wel redelijk doorvoed uit, dus maak je je niet zo druk of nou drie, dertig of driehonderd gram is aangekomen.

7. Nee zeggen tegen kraambezoek

‘Eerlijk zeggen, hoor!’, riep je oud-achterbuurvrouw met wie je het contact juist wat wilde laten doodbloeden, toen ze ineens voor de deur stond met een tros ballonnen en een nieuwsgierige tronie. Of je tijd had? Nee, aangezien je nog moest douchen, je baby een regelweek had en je het liefst met een jaarvoorraad Tony Chocolonely onder een dekentje wilde wegkruipen, ware het niet dat je bank niet meer te vinden was onder de ongevouwen was die je daar maar even had uitgestald. Maar dat zei je niet. In plaats daarvan perste je er een glimlach uit en deed een stap opzij, om haar pas na vijfenhalf uur weer uitgeleide te doen. Maar das war einmal. Bij deze baby roep je doodleuk ‘sorry, geen tijd, maar ik zal je een uitnodiging voor de eerste verjaardag sturen!’ en kwakt zonder op antwoord te wachten de deur dicht. Je moest het toch eerlijk zeggen?

8. In de maxi-cosi laten liggen

Omdat je nog niet zo lang daarvoor de gebruiksaanwijzing zorgvuldig had uitgeplozen, wist je bij je eerste kind precies hoe lang een baby maximaal in een maxi-cosi mag liggen. En dat is niet lang. Je hield je er nauwgezet aan, bang voor scheefgegroeide ruggetjes, verdraaide nekjes, enorme bochels en ander leed. Inmiddels ben je de gebruiksaanwijzing wel een beetje vergeten en denk je vooral aan hoe handig het is dat je kind na een autoritje gewoon, hoppa, drie uur slaapt.

9. Heel goedkope rompers kopen

Ze waren prachtig hoor, de überschattige rompertjes van heel zacht katoen, die je aanschafte voor je eerste kind. Je zou ze dolgraag ook voor nr. 2 gebruiken, ware het niet dat ze allemaal met een of meerdere poepvlekken in de vuilnisbak zijn verdwenen en je niet durft uit te rekenen hoeveel geld je eigenlijk gewoon in de kliko hebt gemikt. Daarom schaf je voor deze baby rompers aan van maximaal 1,50 per stuk, die je zonder een centje pijn weggooit als je kind z’n dagelijkse explosie heeft gehad.

10. In bad als het jou uitkomt

Probeerde je bij je eerste kind de R van Regelmaat nog hoog in het vaandel te houden, bij de tweede is het meer de V van Variatie. Of de H van Hoe het uitkomt. Baby 1 ging stipt om de dag ’s ochtends om 10 uur in bad waarna je ‘m in bed legde om minstens twee uur te gaan slapen (wat-ie niet deed, maar hé, aan de R van Regelmaat lag het niet). Baby 2 gaat soms drie dagen achter elkaar in bad, ’s ochtends dan wel ’s avonds of allebei bij een iets te heftige poepluier, en dan ineens weer twee dagen niet en blijkt je kind het totale gebrek aan regelmaat ook prima te overleven.

11. Niet hysterisch worden bij de verkeerde luiers

Echte Pampers, uitsluitend Zwitsal-doekjes en natuurlijk nooit-maar-dan-ook-nooit een of ander eigen merk-cremmetje. Je regels waren nogal eh… strikt, bij baby 1. De dag dat je man het waagde om thuis te komen met de verkeerde luiers en merkloze doekjes, was op z’n zachtst gezegd niet je beste. Het huidje, het húídje!

Inmiddels heb je geen tijd om je druk te maken over zoiets triviaals als het merk van doekjes die er toch met pakken per dag doorheen gaan en ben je allang blij als er überhaupt iets op voorraad is.

12. Je niet gek laten maken

‘Goh, wat is-ie groot / klein / rond / geel / paars / lang / kort / dik.’ Iedereen vindt er wat van, van die baby van je. En hoewel de meningen elkaar totaal tegenspreken, kun je er bij je eerste kind behoorlijk onzeker van worden. Dik, is dat té dik? Paars, is dat dodelijk? Bij je tweede heb je elke mogelijke mening al eens gehoord, weet je dat je kind op zich kerngezond is en leg je de opmerkigen verder gewoon naast je neer. En nee, hij kan ook nog niet lachen. Hij is twee weken.

13. Voor elk vlekje een nieuwe outfit

Kleedde je je eerste kind bij elke minuscuul spuugvlekje van top tot teen om, bij nr. 2 heb je daar geen tijd meer voor. Pas als je kraambezoek de baby vrijwillig afstaat omdat de zure lucht niet te harden is, vertrek jij eens richting aankleedkussen.

14. Niet onzeker worden van gehuil

Baby’s huilen, dat wist je ook wel toen je je eerste kreeg. Maar hoe hard, veel en vaak, daarvan had je geen idee. Noch had je enig benul van wat je kind nodig had, waardoor je het gehuil niet kon laten stoppen en je concludeerde dat je de slechtste moeder ooit was. Met een allesverslindende onzekerheid tot gevolg. Inmiddels weet je dat een baby nou eenmaal huilt, vrijwel niemand herken-het-huiltje tot een goed einde weet te brengen en je het maar gewoon moet uitzitten.

15. Er bovenop zitten

Keek je baby 1 soms weleens groot, bij de tweede weet je dus echt dat sommige clichés waar zijn. ‘Het gaat zo snel’ is er zo eentje. En dus zit je bovenop je kind, laat je de stofzuiger voor wat-ie is om te genieten van een snuffend babyneusje in je nek en huil je soms vanbinnen een beetje omdat ze zo snel groot worden.

Lees ook: Zó werkt het moederschap op de survival-modus (heerlijk!)

Lees ook
Geschreven door
More from Mariette Middelbeek

‘Als er iemand in mijn omgeving zwanger is, moet ik huilen’

Saskia (32, moeder van een dochter van 2) gunt iedereen een kind,...
Lees verder