Als je geen derde krijgt en je afscheid neemt van al die eerste keren

Renée heeft twee zoontjes. En daar blijft het bij. Een derde komt er niet. Dus neemt ze bij nummer twee bewust afscheid van alles wat nooit meer terugkomt. Maatje 56, het kraaien, zelfs de nachtvoedingen.

Een grote zak was het. Vol kleding maatje 56. Ik gaf het mee aan een jonge moeder, hoogzwanger. Ze vroeg hoe oud mijn zoontje was. Alweer vier maanden, antwoordde ik, alsof het ook mij verbaasde. “Is hij er nu al uitgegroeid dan? Ik wist niet dat dat zo snel ging,” antwoordde ze. Ik glimlachte om haar onwetendheid. Hij was vier maten verder. Mijn baby groeit als kool. Bij mijn oudste zoontje kon ik niet wachten tot hij kon praten, kruipen en lopen. Ik zag in hem het kind dat hij ging worden en moedigde hem aan daar te komen. Nu zou ik mijn baby zo graag nog even klein houden. Omdat ik weet dat het de laatste is.

Lees ook: Renée werd in de steek gelaten door het Consultatiebureau.

Elke fase die we uitgaan, zie ik van mijn leven nooit meer terug. Of het nu een mooie fase is, lekker kraaien in de box, of nare, krampjes midden in de nacht. Alles gaat voorbij, vervliegt en verdwijnt. Straks herinner ik me sommige dingen alleen nog omdat ik er foto’s van heb. Zoals de pakjes die ik een paar dagen geleden dus meegaf aan de aanstaande moeder. Dat boxpakje met sterren, die mijn oudste droeg toen hij uit het ziekenhuis kwam. Of het Nijntje-pak voor buiten, dat mijn jongste aan had toen we voor het eerst naar buiten gingen met zijn viertjes. Ze zijn vastgelegd op kiekjes, gemaakt met een smartphone of fotocamera. Ik ben geen verzamelaar, sinds kort besmet met een vleugje minimalisme. Spullen zijn maar spullen en weg ermee. Dus geef ik de kleding een nieuw leven, in plaats van ze nog dertig jaar op zolder te bewaren, in de hoop dat mijn kleinkinderen ze ooit aan krijgen. Allang uit de mode tegen die tijd.

Het moment dat die zak kleding wegging, sloot ik mijn eerste fase af. Maat 56. Klaar, afgelopen. Die hele kleine sokjes, die minuscule rompertjes. Ze gingen allang niet meer dicht. Mijn baby is nog geen vier maanden oud en weegt bijna 8,5 kilo. Een sumoworstelaar in de dop. Mijn pogingen hem klein te houden, werken voor geen meter. Hij rolt om wanneer ik hem in de box leg. Als ik even wil knuffelen, duwt hij zichzelf prompt rechtop. Staan wil hij, minstens rechtop zitten. Liggen? Nee, dat is aan hem nu al niet meer besteed. Ik vind het mooi om te zien hoe graag hij wil groeien. Wat een sterk mannetje is het, zo ambitieus ook al. Mijn vader zei laatst terecht: “Het is al geen baby meer.” Ik keek nog eens naar hem. Slik. Hij heeft gelijk. Voor ik het weet kruipt hij, loopt hij, wil hij naar de speeltuin en dan naar school. Vreselijk sentimenteel word ik ervan. Mijn laatste baby glipt door mijn vingers. Dan maar genieten van elk moment, nam ik me voor. Onder het mom: straks kan het niet meer.

Dus leg ik hem ‘s nachts met een glimlach aan de borst, verschoon groene poepluiers zonder tegenzin en geniet van iedere keer dat ik hem nog kan troosten door hem tegen me aan te drukken. Maat 62 zit ook al in een plastic zak, net als 68. Het meisje, misschien inmiddels wel bevallen, komt het binnenkort ophalen. Daarna krijg ze de box, de co-sleeper en de wipstoel. En ook dat overleef ik wel weer. Ik maak veel foto’s. Voor later. Misschien kunnen we die over een paar jaar samen bekijken en dan kan ik vertellen hoe lief ze als baby ooit waren. Daarmee krijg ik ze vast nog wel even op schoot. Dan druk ik ze stiekem even tegen me aan. Niet dat zij dat dan nog nodig hebben, maar ik wel.

Lees ook: Brief aan mijn tweede kind: “Sorry dat ik over je twijfelde!”

Lees ook
Geschreven door
More from Renée Lamboo

Renée liet haar zoontje geen Elsa-broodtrommel kiezen… en schaamt zich dood

Renée gaat met haar zoon een broodtrommel en drinkbeker kopen voor school....
Lees verder