Als je tweede kind maar niet wil komen (over het onbegrepen verdriet dat je dan hebt)

Barbara kreeg een kind en wilde er nog een. Maar die kwam dus niet. Natuurlijk was ze blij met één kind, maar dat verlangen naar nog een zat heel diep. “Nog voor ik van het hebben van een gezin had kunnen genieten, was ik alweer richting de uitgang aan het gaan.”

Ik was 36 toen ik mijn eerste kind kreeg. Dat is oud, dat weet ik. Maar ik zag in die tijd zoveel vrouwen van rond de 40 nog een gezin stichten, dat ik er niet echt bij stilstond hoe penibel dat was. Niet dat ik me er niet van bewust van was, hoor. Maar door omstandigheden was ik in die situatie gekomen.
Mijn eerste lange relatie had bijna 10 jaar geduurd. Toen we uit elkaar gingen was ik begin 30. Al mijn vriendinnen waren net kinderen aan het krijgen, toen ik er weer alleen voor stond. Dat was een heel verdrietige tijd. Na een paar jaar leerde ik Thomas kennen. Ik was 33. Het eerste jaar wilde ik niet beginnen over kinderen. Ik kon me best voorstellen dat mannen die door een vrouw op de eerste date al worden onderworpen aan een wil-je-kinderen-scan snel de benen nemen.  Na een jaar maakten we een verre reis en daar voerden we het gesprek: ja, kinderen, dat wilden we allebei heel graag.

Eenmaal terug van die reis ging het snel: we kochten een huis, en ik stopte met de pil. Het duurde nog een jaar voor ik zwanger was. Felix werd geboren toen ik 36 was. Het was een zware bevalling, en een heel pittige baby. Pas na anderhalf jaar, toen we weer een beetje nachtrust hadden, dachten we aan een tweede kind.
Maar die kwam niet zomaar. Na anderhalf jaar proberen ging ik naar de huisarts. Die stuurde me door naar het ziekenhuis, waar ik op de wachtlijst voor een intake gesprek belandde. Na een paar maanden ging de telefoon: over zes weken had de dokter tijd voor me. Er volgden gesprekken, onderzoekjes, nog meer gesprekken, en een behandelplan. We gingen beginnen met IUI, een vorm van inseminatie met wat hormonaal stimuleren. Inmiddels was ik bijna 39.

Vier jaar lang heb ik rondgedraaid in die hel van IUI en IVF. Steeds toch weer zwanger, maar ook drie miskramen – het waren wanhopige jaren. Om me heen zag ik vriendinnen die ook wat ouder waren wél een tweede of derde kind krijgen, maar bij mij lukte het niet. Natuurlijk was ik heel blij met ons eerste kind, maar het verlangen naar een tweede was zo groot dat ik er soms moeilijk van kon genieten. Ik had gewoon het idee dat het alweer voorbij was, mijn jonge gezin: nog voor ik ervan had kunnen genieten, was ik alweer richting de uitgang aan het gaan. Alsof je geliefde midden in een heerlijke relatie opeens opstapt, zo voelde het. “Sorry, dit was het!”

Wat doe je als het anders loopt dan je dacht? Ga je het accepteren? Of ga je nieuwe paden verkennen? Vele lange gesprekken met mijn man had ik in die tijd. “Waarom adopteer je niet gewoon?” vroegen mensen me. Maar adopteren is niet ‘gewoon’. je moet er eigenlijk onder de 40 voor zijn, wat we zo langzamerhand niet meer waren. Ook waren er in die tijd alleen maar kinderen met een beperking die ter adoptie werden aangeboden, iets waar je wel goed over na moet denken. Bovendien heb ik een adoptiezus, waarmee het niet zo goed in afgelopen, dus erg happig was ik niet op die optie.

Gewoon doorgaan, met nog meer IVF, dat was eigenlijk het enige dat ik kon bedenken. Want zwanger raakte ik wel, en dat was volgens de artsen een goed teken. De opties die wij gingen verkennen was IVF in het buitenland, in België en Spanje, want daar zijn ze bereid iets meer buiten de gebaande paden te denken.
Na vier jaar intens verdriet afgewisseld met de wanhoop van weer een miskraam , was het dan zover: ik was 14 weken zwanger van Morris. Pas toen ik ver over de helft was, durfde ik ervan te genieten. Nu is hij 4. Ik kan jullie niet vertellen hoe dankbaar ik ben dat hij er is. Dat het me gegund werd om dat tweede deel van een gezin te hebben, dat een paar jaar geleden zo abrupt leek te worden afgekapt. Al die keren dat ik naar hem en zijn grote lieve broer kijk en ze samen aan het ontbijt zie, of stoeiend in het zand, dan denk ik: ja, het was echt nodig dat die tweede kwam, voor ons allemaal. Nu zijn we compleet.

Lees ook: Wat je nooit moet zeggen tegen een vrouw met vruchtbaarheidsproblemen.

Barbara van Erp (48) is moeder van twee zoons: Felix (11) en Morris (6). Ze richtte Me to We op, omdat ze vond dat het tijd was voor een realistischer geluid uit moederland. Inmiddels is ze uit de luiers, maar ze weet nog maar al te goed hoe het was om kleine kinderen te hebben.

Geschreven door
More from Barbara van Erp

Morgen slapen we uit! Dankzij deze 5 apps

Zet deze apps op je iPad en je kunt de komende weekeinden...
Lees verder