Het lot van het pendelkind: is opgroeien in twee huizen schadelijk?

Co-ouderschap, pendelkind, twee huizen
Vroeger gingen kinderen uit gebroken gezinnen meestal naar een van de ouders, maar tegenwoordig hebben steeds meer vaders en moeders co-ouderschap en pendelen kinderen heen en weer tussen twee huizen. Lang werd gedacht dat dat slecht was voor kinderen. Maar uit onderzoek blijkt nu dat dat wel meevalt.

Een verdrietig kind met een rugzakje op dat met hangende schoudertjes heen en weer pendelt tussen papa en mama, dat is het stereotype beeld van het kind van gescheiden ouders. Een kind dat eigenlijk nergens thuis is, omdat het uit een tas leeft. Altijd weer z’n boeltje moet pakken en moet verkassen. Dat is toch zielig? Als we dat beeld mogen geloven zijn er in Nederland heel veel zielige kinderen. Eén op de drie huwelijken en duurzame relaties eindigt in een scheiding en vaak zijn daar kinderen bij betrokken. Die kinderen groeien steeds vaker op in een co-ouderschapsconstructie: zij leven dus zowel bij hun moeder, als bij hun vader. Co-ouderschap heeft sinds de jaren ’90 een enorme vlucht genomen, nadat bij wet werd vastgesteld dat gescheiden ouders een ouderschapsplan met daarin afspraken over de opvoeding en verzorging van hun kinderen moesten opstellen. Dit heeft ertoe geleid dat vaders veel minder vaak uit beeld verdwenen, wat vroeger nogal eens gebeurde als ouders uit elkaar gingen en later nogal eens voor psychologische problemen zorgden bij de kinderen in kwestie, die last kregen van het gemis van hun vader. Gevolg was echter dus wel dat kinderen steeds vaker opgroeiden in twee huizen. En dat kon toch eigenlijk ook niet goed zijn?

LEES OOK: Pleidooi voor de moderne ouder: nee, we zitten niet de hele tijd op onze telefoon!

Omdat co-ouderschap nog niet zo heel lang als zodanig bestaat, was er tot voor kort nog weinig te zeggen over wat leven in twee gezinnen nou eigenlijk echt met kinderen doet. Maar de eerste onderzoeken blijken nu overwegend positief te zijn, zo was dit weekend te lezen in de Volkskrant. Een Amerikaanse overzichtsstudie van veertig internationale onderzoeken laat zien dat het met de groep onderzochte co-ouderschapskinderen overwegend goed gaat. Ze doen het goed op school en zijn tevredener met hun leven dan kinderen die bij één van beide ouders opgroeien. Ook hebben ze minder psychische problemen. En ook een studie van de Universiteit van Stockholm is positief over de impact van co-ouderschap: kinderen die opgroeien in twee huizen en ongeveer evenveel tijd met beide ouders doorbrengen hebben van alle kinderen van gescheiden ouders het minste stress. Stress bij kinderen uit gebroken gezinnen ontstaat namelijk veelal als er (te) weinig contact is met een van beide ouders. En met de onrust van het steeds moeten wisselen van huis blijkt het ook wel mee te vallen. Zolang er een vaste routine is, ontstaat er al snel een nieuw soort stabiliteit waar de kinderen goed bij gedijen. Leuk wordt het nooit om gescheiden ouders te hebben, maar met de psychisch getroubleerde basketcases van mensen die je daarvan krijgt lijkt het nu toch wel mee te vallen.

Als gescheiden moeder van twee kinderen die opgroeien in zo’n co-ouderschapsconstructie ben ik blij met dit nieuws. Niet alleen omdat het met die trauma’s die mijn kinderen door de scheiding hebben opgelopen dus waarschijnlijk wel meevalt, maar ook omdat dit hopelijk het stigma van het disfunctionele gebroken gezin eindelijk een beetje opheft. Ook ik krijg vaak te maken met mensen die meewarig het hoofd schudden als ze horen dat mijn kinderen opgroeien in twee huizen. Laatst nog zei een vriendin dat het toch wel moeilijk moet zijn dat mijn zoon en dochter ‘altijd met hun spullen heen en weer moeten slepen’. Maar dat is helemaal niet het geval. Mijn kinderen hoeven niet iedere week met een knapzakje met een paar schone onderbroeken en hun favoriete knuffel te verkassen, ze hebben alles wat ze nodig hebben gewoon in beide huizen. Hun vader en ik gaan heel goed met elkaar om, er is geen ruzie en we kunnen ze beiden alles bieden wat ze nodig hebben op de momenten dat zij bij ons zijn. Ik durf zelfs te beweren dat het met onze kinderen beter gaat sinds we uit elkaar zijn dan toen we nog samen waren. Omdat ze nu weliswaar twee verschillende levens leiden, maar die levens wel harmonieus zijn. En uiteindelijk is dat toch wat een kind het meeste nodig heeft.

Co-ouderschap werkt alleen als er geen grote conflicten zijn en de communicatie tussen vader en moeder goed is. Maar hoewel er helaas veel vechtscheidingen zijn, gaan er net zo goed ook veel mensen op een goede, respectvolle manier uit elkaar. Pijnlijk en verdrietig blijft het altijd, maar een scheiding is absoluut niet per definitie een garantie voor ongelukkige kinderen met hechtingsproblemen, zoals zo vaak gedacht wordt. Ik ga er vanuit dat mijn zoon en dochter het altijd vervelend zullen vinden dat hun vader en ik niet meer bij elkaar zijn. Dat ze daarvan altijd een stukje verdriet zullen blijven voelen. Dat is ook logisch en dat geldt ook voor mijzelf. Het liefst had ik ook gewild dat mijn huwelijk wel gelukt was. Ook al weet ik dat scheiden de beste beslissing was, blijf ik het ergens altijd naar vinden dat mijn leven zoals ik dat voor me had gezien niet gelukt is. Ik ben nu heel gelukkig hertrouwd en heb uit dat huwelijk nog een dochter gekregen. Samen met mijn oudste twee kinderen vormen wij nu een nieuw gezin en samen met mijn ex-man en zijn vriendin vormen mijn oudste twee kinderen ook een gezin. En eigenlijk vormen wij met z’n allen, met z’n zevenen, ook weer een soort gezin. Zo voel ik dat echt. Een ‘extended family’, zeg ik altijd maar. En omdat iedereen zijn uiterste best doet om dat te laten werken, werkt het. En daar ben ik trots op.

Mijn kinderen hebben gescheiden ouders, maar ze zijn niet zielig. Scheiden is lijden, dat is zeker zo. Mijn kinderen hebben absoluut geleden en daar zal ik me altijd schuldig over voelen. Maar we hebben het juist ook voor hen gedaan en inmiddels is iedereen weer opgekrabbeld. We zijn nu allemaal gelukkig en dat is wat ik heb gewild voor mijn kinderen: ze een gelukkig thuis bieden. Nu hebben ze maar liefst twee keer een gelukkig thuis. En ik denk toch dat heen en weer pendelen tussen twee fijne huizen nog altijd beter is dan wonen in één huis waar de sfeer om te snijden is.

LEES OOK: Waarom papa mag scheiden, maar mama moet lijden.

Lees ook
Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Miranda (37): “Ik zag mijn dochtertje een paar keer bijna onder mijn handen wegglijden.”

Toen Miranda (37) te horen kreeg dat haar ongeboren dochtertje een hartafwijking...
Lees verder