Janneke begrijpt niet waar de tijd blijft

Ze wil niet overkomen als een ouwe zeur, maar sinds ze moeder is, begrijpt Janneke niets meer van het fenomeen tijd. Waar die blijft, bijvoorbeeld.

Lees ook: Wat te doen bij acute moedermelancholie?

Op de dag dat ik dit schrijf, zijn mijn kinderen precies 2,5 jaar oud. Daar begrijp ik dus niks van, want voor mijn gevoel zijn ze gisteren geboren. Of was het nou eergisteren? Hoe dan ook, het voelt nog heel dichtbij. Veel dichterbij dan 2,5 jaar. In mijn hoofd zijn mijn kinderen nog steeds een beetje baby’s, maar als ik goed kijk zie ik heus wel dat ze elke dag langer haar en langere beentjes krijgen en dat die schattige bolle buikjes elke dag wat minder bol zijn – en ze hebben trouwens ook veel meer praatjes dan toen ze nog baby’s waren. Het gekke is dat ik, toen mijn baby’s pasgeboren waren, kinderen van 2,5 echt réúzen vond. Maar zie ik nu een moeder met een baby, dan heb ik bij wijze van spreken zin om het over de bevalling te hebben. Omdat die van haar pas geleden was, en die van mij ook.

Ik weet dat het een cliché is, maar ik snap het gewoon écht niet. Waarom de tijd zoveel sneller lijkt te gaan sinds ik kinderen heb. Die eerste dagen en weken na hun geboorte leken juist voorbij te krúípen. Elke dag leek wel een week. En waarom zeiden mensen toch de hele tijd dat ik ervan moest genieten? Ik had helemaal geen tijd – en ook geen puf – om te genieten. Ik kon niet wachten tot ze wat groter zouden zijn en alles weer een beetje normaal zou worden. Soms verlangde ik naar de tijd dat ze naar school zouden gaan en ik eindelijk weer wat tijd voor mezelf zou hebben (dat doe ik soms nog steeds).

Volgens mij komt het door die tropenjaren. Soms is het zó druk dat je alleen maar bezig bent ballen in de lucht te houden. Ben je zo moe dat je niet kan wachten tot de dag voorbij is en je weer een paar uurtjes kunt slapen. Er blijft ook zo weinig tijd over. Voor kinderen zorgen is vooral een heleboel geregel – alleen al aangekleed en wel de deur uitgaan, duurt hier zo anderhalf uur. Soms is de ochtend net begonnen en dan begint het alweer te schemeren, en dat terwijl mijn dag toch echt een stuk vroeger begint dan vóór ik kinderen had. In de weekenden gaat het al net zo. De sportschool en de kroeg ken ik alleen nog van horen zeggen. Ik had het nooit verwacht, maar ik breng liever tijd door met mijn gezin dan dat ik probeer mijn kinderloze leven van weleer voort te zetten. Laatst kwam ik er ineens achter dat ik een van mijn vriendinnen al bijna een jaar niet heb gezien. Terwijl het voor mijn gevoel dus, jawel, gisteren was dat ik haar nog uitgebreid gesproken heb. Ik heb vriendinnen bij wie ik nog steeds op kraambezoek zou gaan, terwijl hun baby’s als ik nog langer wacht, geeneens meer baby’s zijn. En intussen worden dus ook mijn eigen baby’s met de dag groter. Dat eerste jaar moederschap ging nog redelijk langzaam omdat het zoveel mijlpalen bevatte. Het tweede jaar was voorbij met een vingerknip. Net als de eerste helft van dit derde jaar. En ik vrees dat het met de volgende jaren precies zo zal gaan.

Met terugwerkende kracht begrijp ik mijn eigen ouders best, die me toen ik begon te puberen volgens mij het liefste aan de ketting hadden gelegd. Waarom elk vriendje aan een uitvoerige keuring werd onderworpen en ik altijd al om twaalf uur thuis moest zijn (later werd dat twee uur, maar dat was natuurlijk nog steeds achterlijk vroeg). Want ook voor mijn moeder moet het eer-eergisteren hebben geleken dat mijn zussen en ik geboren werden. Wist ze zich waarschijnlijk nog de geluidjes te herinneren die we maakten tijdens het borstvoeden en hoe we rond schuifelden op haar veel te grote schoenen met haar lippenstift op. Hoe we op zondagochtend hutten bouwden van de kussens van de bank en haar zelf genaaide jurken droegen, lang vóór we kleedgeld kregen en Dr. Martens en neusringetjes gingen dragen.

Het is niet dat ik ergens spijt van heb. Ik heb genoten van de babytijd van mijn kinderen voor zover dat in mijn mogelijkheden lag. Ook al was dat dat eerste jaar misschien minder vaak dan ik had gehoopt. En kwam het er in dat tweede jaar ook niet altijd van. Maar het blijft toch een beetje slikken, elke nieuwe stap die er wordt gezet. Zoals dat we onlangs de babybedjes verruilden voor echte peuterbedden. Nog drie keer met mijn ogen knipperen en ze stappen de deur uit op hun eigen Dr. Martens. Morgen of overmorgen. Daarom bij deze een besluit. Ik ga de komende jaren extra hard van ze genieten. Voor zover het lukt. Ik ga de tijd bestrijden met het enige middel dat ik kan verzinnen: opgaan in het huidige moment. Precies zoals kinderen dat zo goed kunnen. Want voor je het weet, zijn ze groot en heb je alleen nog de babysokjes en een koffer vol nostalgie.

Lees ook: Geniet ervan? Ja, het zal wel

Lees ook
Geschreven door
More from Janneke Jonkman

11 redenen om in het eerste jaar ouderschap over te bekvechten (plus verrassend simpele oplossingen)

Dat relaties hard werken zijn, dat wisten we al, maar hóé hard...
Lees verder