Kamperen met een kleintje: een weekend voor uitdagingen en onvergetelijke herinneringen

25.08.2023 14:00
Kamperen met een kleintje

Sinds 2019 zijn Maarten en ik trotse eigenaar van een Volkswagen T3 camperbusje. Een hoop werk, maar fantastisch om mee op pad te zijn. Ondanks al onze goede zorgen kun je er donder op zeggen dat er ieder tripje wel weer wat met dat ding aan de hand is, een gegeven waar ik wat beter mee kan dealen dan mijn vriend. Het zorgt in ieder geval voor genoeg avonturen onderweg en mooie verhalen achteraf.

Komende zomer willen we ook weer met ons campertje op pad, de bestemming is nog onbekend. Omdat het slapen in een camper met onszelf en de hond al voor de nodige uitdagingen zorgt en het kamperen met een kind überhaupt nog helemaal nieuw voor ons is, besluiten we om een weekend te gaan ‘proefkamperen’.

De ellende begint al bij het inpakken. Mijn hemel wat moet er veel mee! Omdat het een vrij wisselvallig weekend gaat worden, gaat er voor ieder weertype iets in de tas. En dat maal twee want je weet nooit. Ik eindig de inpaksessie met vier truien, vier shirts met lange mouwen, vier t-shirts, acht rompers, vier korte broeken, vier lange broeken, een handvol sokken, twee slaapzakken en twee pyjama’s. VOOR DRIE DAGEN. Tel daar nog een lading spuugdoeken, hydrofiele doeken (groot en klein) zwem- en douchespullen bij op en het kind heeft ineens een grotere weekendtas gevuld dan jijzelf en je partner bij elkaar. En als je denkt dat je er dan bent… Forget it. Dan heb je nog te maken met een campingbedje, kinderstoel, buggy, dekentjes, knuffels, flessen, melk, speelgoed en oh vergeet de luiers niet.

Tetris-voor-gevorderden

Twee uur later staat alles beneden klaar in de gang. Maar als we de bus voor willen rijden om de boel in te laden en het Tetris-voor-gevorderden gaat beginnen, start hij niet. Ik zie een kleine donderwolk boven het hoofd van Maarten ontstaan. ‘Bel de ANWB maar,’ zeg ik. Noud is nog op de opvang, en ik heb intussen op de app gezien dat ons mannetje net lekker ligt te slapen, dus we hebben de tijd.

Waar we het plan hadden om Noud om 13:00 uur op te halen, is het inmiddels 15:00 uur als we ingepakt en wel bij de opvang aankomen. Ik ben het na tien maanden met een kind inmiddels wel een soort van gewend dat de boel altijd anders loopt dan gepland, maar toch voelt het nog steeds klote. Alsof je nergens meer grip op hebt en je altijd maar wordt geleefd. Maar goed, positief bekeken: we zijn onderweg!

In de shit

Eenmaal aangekomen op de camping in Lauwersoog ruikt het er, hoe zal ik het zeggen, zeer landelijk. De eigenaar weet ons te vertellen dat het weiland ernaast die ochtend bemest is met kippenstront. Gevolg: een enorme stank en een enorme hoeveelheid vliegen. Je kunt geen raam openzetten of het ziet zwart van die beesten. Alsof er een op zijn pootjes fluit, zo al zijn vrienden optrommelt en ze richting onze bus stuurt om gezellig met ons te komen kamperen. ‘Geen zorgen, ze zijn meestal na twee dagen wel weer weg,’ zegt de eigenaar als hij mijn zorgelijke gezicht ziet. We houden onszelf voor dat we maar één dag in de shit zitten.

We zoeken een plekje uit, installeren de camper en beginnen met het opzetten van de voortent. Noud heeft er echter wel genoeg van en begint aan zijn eigen inspectieronde. Zelfs de hack om hem in het zitje van de kinderstoel zonder de poten eronder op de grond te zetten werkt niet: hij kruip gewoon met die stoel om zijn kont de camping over. Intussen begint bij hem ook de vermoeidheid en honger toe te slaan en het duurt dan ook niet lang of zijn humeur is volledig omgeslagen. Change of plans en eten maken dus voor de kleine man en dan naar bed, die voortent komt later wel.

Hij kruip gewoon met die stoel om zijn kont de camping over

Heftig nachtje

Als Maart en ik uiteindelijk om negen uur compleet gesloopt met een biertje en ons avondeten voor de bus zitten, lachen we om alles wat er die dag is gebeurd. Alles duurt 3 keer zo lang dan we gewend zijn, dat is wel even schakelen. Maar nu we dat weten, kunnen de volgende dagen alleen maar beter gaan, toch? Vol goede moed duiken we die avond al vrij vroeg ons bed in. Lekker even wat uurtjes pakken.

Ongetwijfeld zal voor Noud de nacht niet anders verlopen dan gebruikelijk, alleen krijgen wij daar normaal gesproken niet zoveel van mee omdat hij op zijn eigen kamer ligt. Soms raakt hij zijn speen kwijt, dan is het even huilen. Dan lopen we naar zijn kamer, geven hem zijn speen en is het weer klaar. Maar nu is het een ander verhaal. Bij ieder piepje en huiltje zitten we rechtop in ons bed. En omdat Noud bovenin de camper slaapt is het een behoorlijke en uitdagende klim om bij hem te komen als we hem willen troosten. Waardoor hij alleen maar harder gaat huilen omdat het te lang duurt. Om maar niet te spreken over alle vliegen die weer wakker worden als je een lamp aanzet.

Hoe je kamperen niet niet voor je zag

De dag erop komt het met bakken uit de lucht en weigert Noud om overdag te slapen. Als het dan eindelijk lekker weer wordt valt meneer juist in slaap. De gehuurde fietsen roepen, maar wij zitten in een klamme, dichtgeritste voortent tussen honderd vliegen te Rummicubben en te wachten tot Noud weer wakker is. Ik probeer steeds weer te schakelen, positief te blijven en te kijken wat er wél kan, maar de moed zakt toch wel een beetje in de schoenen nu. Als Noud om 16:00 uur dan eindelijk wakker is, hijsen we ons kind en de hond in de gehuurde bakfiets en crossen we een rondje door de omgeving met een tempo waar het peloton van de Tour jaloers op is. Want fietsen zullen we.

Die nacht is het een herhaling van zetten van de nacht ervoor. Compleet gesloopt pakken we zondag de boel weer in. Dit gaan we dus niet doen. Zo wil ik echt geen vakantie doorbrengen. En toch voelt het ergens een soort van falen. Anderen doen dit toch ook? Waarom lukt het ons dan niet? Maar soms moet je iets proberen om erachter te komen dat het niet bij je past. Ook al is het plaatje nog zo leuk: kamperen met een baby van 9 maanden op twee vierkante meter is blijkbaar niet ons ding. En dat is helemaal ok.