Ode aan de oppas

Een goede, betrouwbare oppas vinden is als zoeken naar een speld in een hooiberg. Want het is niet zomaar iets: je kind bij iemand anders achterlaten. Vala vond er eentje en is zo ongeveer blijer met haar dan met haar eigen man.

Mijn man en ik werken allebei fulltime. Dat betekent dus dat onze kinderen doordeweeks moeten worden opgevangen. Doorgaans zijn kinderdagverblijf en BSO daarvoor uitstekende manieren, maar in ons geval lag dat wat lastiger. Mijn zoon heeft namelijk autisme en had het daardoor moeilijk op de naschoolse opvang. Teveel kinderen, teveel geluiden, teveel kleuren, teveel geuren. Kortom: veel en veel teveel prikkels. Een tijd lang hebben het aan gezien, geprobeerd, maar uiteindelijk moesten we toch concluderen: dit gaat dus niet. En toen begon de Grote Zoektocht. De zoektocht naar de speld in hooiberg. Naar de Messias. Oftewel: de oppas. Die ene persoon bij wie we ons kind, onze kinderen, dagelijks achter durfden te laten zonder dat we bang hoefden te zijn dat we ze ‘s avonds niet meer aan één stuk terug zouden krijgen. En ik kan je zeggen, dat heeft wat voeten in de aarde. Er kwamen heel wat reacties op onze advertentie, maar, hoe aardig en goed bedoeld ook allemaal, als het om mijn kinderen, en zeker om dat ene heel kwetsbare kind, gaat ben ik een enorme mierenneuker. Dus sorry Sharona van 19 jaar uit Lubberkutteveen, je bent vast een superlieve meid, maar van mijn kinderen blijf je af.

Lees ook: Waarom ik nog nooit een oppas heb ingehuurd.

Net toen ik dacht dat er niks anders op zat dan ontslag te nemen, kregen we een mailtje van iemand die nog wel een vriendin had die op zoek was naar een baan als gastouder. Een vriendin met een relevante opleiding en een EHBO-diploma. Tijdens het sollicitatiegesprek wat we met haar hielden in de tuin zat ik, moet ik achteraf toegeven, nogal sceptisch en wellicht enigszins leeuwinnenmoederig (maar, in mijn verdediging ook hoogzwanger, dus ramvol hysterische hormonen) tegenover haar. Onderwierp ik een heel zenuwachtig meisje aan een kruisverhoor en nam haar daarna schoorvoetend, en onder enige druk van Mario die de tijd inmiddels voelde dringen, aan. Met in mijn achterhoofd het idee: ‘eerst zien, dan geloven’. Maar nu, een ruim jaar later, ben ik helemaal bekeerd. Want onze oppas is een godsgeschenk. Echt waar. En om me heen zie ik hoeveel moeite ouders vaak hebben om iemand te vinden die echt goed is, dus ik ben me er terdege van bewust wat een zegen een goede oppas is. Als je mij zou vragen wie ik eerder op zou geven, Mario of de oppas, dan denk ik dat ik daar eens even heel diep over na zou moeten denken. En echt, ik houd heel veel van Mario.

Een goede oppas maakt dat je in vol vertrouwen en zonder zorgen de deur uit kunt gaan. Regelmatig zijn er dagen dat ik me, als ik aan het eind van de middag op kantoor mijn laptop dichtklap, opeens realiseer dat ik de hele dag niet naar het thuisfront heb geïnformeerd. Wellicht ontaard, maar echt het gevolg van het feit dat ik zeker weet dat het goed gaat. Dat de oppas alles onder controle heeft en precies weet hoe ze de kinderen aan moet pakken. Dat zij precies weet hoe wij het willen. Weet wat onze gedachten zijn bij opvoeden en, misschien nog wel het belangrijkste, dat ze de kinderen feilloos aanvoelt. Weet wat ze nodig hebben en ze dat dus geeft. En dat is goud waard. Of meer eigenlijk nog wel. Wat is er meer waard dan goud? Diamant ofzo? Geen idee. Maar veel waard is het. Echt heel veel.

Onze autistische zoon is zoveel rustiger geworden sinds hij na school gewoon direct naar huis kan. Rustig thuis kan komen in zijn eigen omgeving, waar het stil is en vertrouwd. Waar hij op zijn eigen kamer met zijn Lego kan gaan zitten spelen. Even op de iPad mag om af te draaien van de dag. Waar hij niet op de toppen van zijn kunnen moet functioneren om zich staande te houden in een storm van prikkels die niet ophoudt. ‘s Avonds, als wij thuis komen, treffen we nu een heel kalm jongetje op de bank aan. Een jongetje dat ons normaal gedag zegt en aanspreekbaar is, ipv helemaal opgesloten in zijn eigen wereld door alles wat hij heeft moeten verwerken. Een jongetje wat beter slaapt en ‘s ochtends dus niet als een soort opnieuw gestorven lijk uit bed komt. En daarnaast: twee meisjes die ook gedijen bij de rust en de continuïteit die de oppas biedt. Onlangs schreef collega Janneke nog een stuk over de vraag wanneer je gezin nou eigenlijk compleet is. Voor mij is het antwoord simpel: sinds wij de oppas hebben.

Je kinderen toevertrouwen aan iemand anders is nogal een ding. Ze zijn tenslotte toch het meest dierbare dat je hebt en dat geef je nou eenmaal niet zomaar aan iedereen uit handen. Mocht je dus net zoveel geluk hebben als wij en je vindt zo’n pareltje, zelfs al is het een oppas die je alleen nodig hebt voor als je samen een keertje uit eten wilt ofzo, wees er zuinig op. Overlaad haar (of hem natuurlijk, want wat meer mannen in de kinderopvang, dat zou zo mooi zijn, en zeg nou zelf: een ‘manny’, hoe cool is dat?) met waardering, zakken chips, vakantiegeld, een dertiende maand en een luxe kerstpakket. Alles om ervoor te zorgen dat ze bij je blijft tot alle kinderen het huis uit zijn. Overigens denk ik dat ik daarna een chalet in de tuin laat bouwen voor onze oppas, want niet alleen de kinderen zijn aan haar gehecht geraakt, ik zelf ook. Dus als zij ook nog het huis uit gaat, kom ik mijn empty nest syndrome nooit meer te boven. En waarschijnlijk ga ik haar stiekem erger missen dan mijn kroost.

Geschreven door
More from Vala van den Boomen

Nee, ik kom mijn kind niet ophalen – want van een beetje keelpijn gaat-ie niet dood

Een ziek kind kan natuurlijk niet naar school en daar blijf je...
Lees verder