Ode aan de mevrouw die me te hulp schoot in de supermarkt

moeder met kleine kinderen in supermarkt
Janneke waagt zich er zelden meer aan: boodschappen doen met twee peuters. Maar laatst ging ze tóch met ze naar de supermarkt, tot grote ergernis van alle omstanders. Op die ene mevrouw na.

LEES OOK: Zo doe je boodschappen met een tweeling

Zoals de trouwe lezers onder jullie weten, ben ik een aantal maanden geleden gestopt met boodschappen doen. Na hevig verzet tegen het fenomeen weekboodschappen, ging ik uiteindelijk toch voor de bijl. Boodschappen doen wij voortaan online, op zondagochtend. Het kón gewoon niet anders, want boodschappen doen in het gezelschap van twee tweejarigen, bleek een formule voor rampspoed. Denk: gebroken eieren, zoekgeraakte kinderen, peuters die in de rij op de grond gaan liggen omdat ze de pinmachine niet mogen molesteren, enzovoorts.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Maar gisteren gingen we toch. We waren niet toegekomen aan weekboodschappen doen en hadden in elk geval eten voor die avond nodig. Bovendien hadden we een hele week ziek thuis gezeten, dus het zou ook een soort uitje zijn. Het was lekker weer en de supermarkt is maar honderd meter lopen, dus wat kon er nou helemaal misgaan, zo redeneerde ik. Ik was al lange tijd niet naar de supermarkt geweest en de herinneringen aan deze onheilsplek waren duidelijk al wat op de achtergrond waren geraakt. Monter gingen we op pad, om na een paar stappen alweer rechtsomkeert te maken. Peuter 1 weigerde te lopen. Dat waren natuurlijk de naweeën van de griep. Of de voorweeën van een peuterdriftbui, dat kon ook. Hoe dan ook, ik liet het woord ‘rugdrager’ vallen – en toen kon ik niet meer terug. ‘Hupdrager’, ‘hupdrager’, scandeerde peuter 1. Dus hup, peuter 1 in de rugdrager. Peuter 2 schreeuwde om een fietsje, dus hup, peuter 2 op een loopfietsje. Tot zover alles onder controle. Het voordeel van een kind in een rugdrager is dat het net is alsof je nog maar 1 kind hebt. Het nadeel: dat een peuter op je rug meesjouwen verrekte zwaar is.

We gingen dus als een razende door de supermarkt heen, peuter 2 met fiets en al in de winkelwagen, terwijl peuter 1 bevelen uitdeelde op mijn rug (‘Krassantjes!!’). Toen bleken de luierbroekjes in de aanbieding: vier pakken voor maar twintig euro. Dus die gingen, hup, ook in de wagen, want de luierbroekjes waren al een week op, wat betekende dat ik al een week lang peuters staand een gewone luier moest om zien aan te frutselen – denk nu niet dat ze er voor mijn gemak bij gingen liggen. Nou, hup, naar de kassa, waar een ellenlange rij bleek te staan. Mijn hele buurt bleek uitgerukt om op maandagmorgen gezellig samen boodschappen te doen. Peuter 2 smeet vanuit de winkelkar de boodschappen op de band, wat mijzelf niet lukte vanwege een onhandige positie veroorzaakt door de rugdrager waarin peuter 1 intussen steeds zwaarder zat te worden.

Pas toen ik de boodschappen ging inpakken, zag ik dat ik een grote inschattingsfout had gemaakt. Ik had te veel boodschappen ingeslagen. Een hele tas vol, plus een doos vol met pakken luiers.  En dan nog een paar losse boodschappen, die ik nergens meer kwijt kon. Plus twee peuters. En een loopfiets. Hoe kreeg ik dat allemaal mee? Soms vergeet ik gewoon dat ik geen extra paar armen heb. En dat ik wél een auto heb, maar dat ik altijd denk dat ik makkelijk zonder kan. Ik probeerde peuter 1 uit de rugdrager te peuteren, zodat ik daar de doos luiers in zou kunnen vervoeren. Stuitte op hevig protest. Peuter 2 begon inmiddels vanuit de winkelwagen ook te protesteren. Een willekeurige voorbijganger struikelde over haar uitgeschopte laarsjes. Peuter 1 besloot op dat moment ook haar laarsjes uit te schoppen. Ik was intussen de boodschappen opnieuw aan het indelen, in de hoop dat daar de oplossing van mijn logistieke probleem zou liggen. Mensen begonnen te vloeken omdat we zo in de weg stonden. Ik slingerde peuter 1 maar weer op mijn rug. Propte alle boodschappen weer in de winkelwagen, alsmede peuter 2 en de loopfiets.

‘Mag ik de winkelwagen misschien mee naar huis nemen?’ vroeg ik ten einde raad aan de caissière. Dat mocht. Als ik beloofde hem weer terug te brengen. Ze zag ook wel dat het zweet me inmiddels uitbrak, en dat niemand er baat bij had dat wij ons nog langer in de supermarkt ophielden. Ik wilde net de winkel uit marcheren, toen peuter 1 weer een laarsje uitschopte. En het luidkeels op een krijsen zette. Wat nu? Bukken om het van de grond te rapen met een rugdrager op met woedende peuter erin, leek me vragen om problemen. Het kind wéér van mijn rug halen, leek me ook geen goed plan. Ik overwoog het laarsje in de supermarkt achter te laten. Toen kwam er een heel oud dametje aan. Ze was klein en ze liep een beetje krom, achter haar rollator. Ze schuifelde naar het laarsje toe. En nog voordat ik wat kon zeggen, bukte ze. Nu valt ze om, dacht ik. Maar dat gebeurde niet. Ze raapte het laarsje op en trok het weer aan bij peuter 1.
‘Zo,’ zei ze. ‘Zonder laarsje kun je niet naar huis hè?’ Ze had het tegen peuter 1. Toen wendde ze zich tot mij. ‘Lukt het allemaal wel, mevrouw? Hebt u hulp nodig?
Ik knikte en zei dat ik het allemaal wel zou redden, nu ik de magische beschikking had over zoiets als een winkelwagen.
‘Maar is uw huis niet te ver weg?’ vroeg het dametje. ‘Kunt u het wel lopen?’
‘Het is maar honderd meter,’ zei ik, want ik zag het nog wel gebeuren dat dit kordate dametje een paar pakken Pampers op haar rollator zou slingeren, en hoorde ik eigenlijk niet háár te helpen met oversteken?
‘Heel veel succes,’ zei het dametje. ‘En doet u het rustig aan, hè?’
Peuter 1 en 2 zwaaiden haar na, terwijl we met winkelkar en al de aftocht bliezen, naar buiten, waar het (maar dat terzijde) inmiddels pijpenstelen regende.

Het was dankzij deze mevrouw dat ik me weer opgewassen voelde tegen de rest van de dag. Waarin ik onder meer nog de poep van de vloer moest schrapen, nadat een van de peuters, toen ik even niet oplette, zichzelf had ‘verschoond’. Er een fles wijn omviel toen ik de stofzuiger opborg en de hele vloer van de berging bezaaid lag met glasscherven en rode wijn. En de peuters stelselmatig elke vorm van eten weigerden. Dankuwel, mevrouw met de rollator. Het was uw kleine gebaar van vriendelijkheid dat ervoor zorgde dat op deze regenachtige dag de moed me niet in de schoenen zonk.

LEES OOK: Waarom het superleuk is om boodschappen te doen met je kinderen

Geschreven door
More from Janneke Jonkman

Dagboek van een dreumes (dit denkt hij écht allemaal)

Ook zo’n gezellige, onnavolgbare dreumes in huis? En benieuwd wat er toch...
Lees verder